Samenvatting Exploring Strategy – Strategisch management

Samenvatting Exploring Strategy – Strategisch managementSamenvatting van het boek Exploring Strategy voor het vak Strategisch management.

Strategisch management
H1: Introducing Strategy
Strategie: de richting die een bedrijf op wil, op de lange termijn.
Een lange termijnvisie is erg belangrijk bij het opstellen van een strategie. Een principe dat het
belang van een langetermijnvisie benadrukt is het ‘three-horizons framework’. Dit principe stelt dat
een onderneming moet kijken naar zijn activiteiten als drie losse horizons welke worden gedefinieerd
door tijd.

  • Horizon 1 – huidige kernactiviteiten uitbreiden en verdedigen
     VB 1: Tesla  het produceren van elektrische auto’s
     VB 2: Jumbo  Supermarkten
  • Horizon 2 – assortiment aanpassen en uitbreiden voor toekomst succes
     VB 1: Tesla  het produceren van mega-batterijen voor thuis gebruik
     VB 2: Jumbo  Overnames zoals die van Super de Boer en Coop
  • Horizon 3 – creëer haalbare riskante opties voor een uiteindelijke ‘droom’
     VB 1: Tesla  transport, raketten, andere zonne-energie aanbod
     VB 2: Jumbo  La Place, Hema, Jumbo City, Foodmarkt
     De tijdsduur van de
    ontwikkeling van
    Horizon 3 verschilt per
    markt, zo duurt het
    ontwikkelen van
    bijvoorbeeld een
    medicijn natuurlijk erg
    lang. Het framework
    stelt daarom dat
    managers zich niet
    moeten focussen op korte termijn kwesties en daarbij moeten zorgen dat
    horizon 1 zo lang mogelijk winst gevend blijft en ondertussen wordt gekeken
    naar horizon 2 & 3.
    Doel strategie
    Er zijn 4 manieren om het doel van een strategie te kiezen/ uiten.
  1. Visie: wat wil een bedrijf op de lange termijn precies bereiken.
  2. Missie: laat aan de stakeholders en werknemers zien wat een onderneming precies doet.
    a. Belangrijke vragen: ‘op welke markt opereren we’, wat differentieert ons van de rest’
  3. Bedrijfswaarden: blijvende onderliggende kernprincipes van een onderneming.
  4. Doelstellingen: specifieke resultaten die gehaald moeten worden, worden vaak in financiële
    termen uitgedrukt  KPI’s
    3 niveau strategie
    Er zijn drie verschillende niveaus waarop strategie gevoerd kan worden
  5. Corporate-level strategy: het differentiëren van de huidige kernprincipes in andere
    activiteiten.
    o VB Tesla: Het produceren van mega batterijen voor thuis gebruik
  6. Business-level strategy: marketing – en productverbeteringenstrategieën
    o VB Tesla: het produceren van een goedkopere elektrische auto
  7. Functional strategy: functionele keuzes die een bedrijf maakt om zijn doelstellingen en
    strategieën te verwezenlijken door de productiviteit van zijn middelen te maximaliseren
    o VB Tesla: het voldoen van de investeringsbehoeften en het aantrekken van
    financiering
    Exploring strategy framework
    Het boek ‘exploring strategy’ maakt gebruik van het exploring strategy framework. Dit houdt in dat
    het lesboek is ingedeeld in de volgende 3 categorieën.
  8. Strategy position: hoe staat een onderneming er op dit moment voor:
    o H1-6  cultuur, industrie, macro-omgeving, resources, stakeholders
  9. Strategy choices: welke strategische keuzes moeten er gemaakt worden in de toekomst?
    o H7-11  international, corporate strategy, business strategy, entrepreneurship,
    alliances.
  10. Strategy in action: het managen van strategy in actie  hoe zijn strategieën gevormd en
    geïmplementeerd.
    o H12-16  Evaluation, Organising, practice, processes, leading en caching.
    H2: Analyse macro-omgeving
    Omgevingen kunnen worden beschouwd als een reeks lagen zoals de afbeelding weergeeft. De
    eerste laag is de macro-omgeving welke bestaat uit
    omgevingsfactoren die invloed uitoefenen op
    organisaties, industrieën of sectoren (VB:
    klimaatverandering/ internet gaan veel verder dan
    slechts één onderneming of sector). De tweede laag
    wordt gevormd door industrieën en sectoren. Deze
    laag verzameld bedrijven en organisaties die zich in
    dezelfde sector of industrie bevinden, denk
    bijvoorbeeld aan de zorgsector/ supermarkten. Tot
    slot hebben we de laatste laag die bestaat uit
    specifieke concurrenten en markten die zich
    rondom organisaties bevinden. Voor bijvoorbeeld
    de Jumbo zouden dit de AH en Plus zijn.
    Er zijn manieren om de veranderingen in de macro-omgeving goed in beeld te krijgen. Een daarvan is
    PESTEL wat macro-omgevingsveranderingen onderzoekt aan de hand van 6 hoofdcategorieën. Deze
    categorieën laten zien dat een omgeving niet slechts bestaat uit een economische markt maar ook
    uit niet-markt factoren. Bedrijven moeten zowel rekening houden met de marktfactoren als met de
    niet-marktfactoren van strategie omdat:
  • Markt: bestaat voornamelijk uit concurrenten, leveranciers en consumenten. Interactie
    tussen deze groepen bestaat voornamelijk op economisch niveau. Binnen deze markt wordt
    er geconcurreerd voor winst, middelen en inkomsten en innovatie en prijzing zijn de
    belangrijkste strategieën.
  • Non-markt: Bestaat voornamelijk uit politieke, sociale, ecologische en juridische factoren.
    Binnen een non-market omgeving vindt voornamelijk internactie plaats tussen ngo’s, politici,
    media en activisten. In de non-market omgeving moeten bedrijven een reputatie voor
    zichzelf opbouwen. Non-market factoren zijn van belang voor overheidsbedrijven en
    soortgelijken organisaties die afhankelijk zijn van subsidie, denk hierbij voorbeeld aan
    scholen of ziekenhuizen.
    De zes hoofdcategorieën van het PESTEL principe luiden als volgt:
  1. P OLITIEK

Bij de politieke factoren van de macro-omgeving wordt er gekeken naar de rol van de staat
en andere politieke factoren. Binnen het politieke deel van PESTEL zijn 2 belangrijke stappen:
1) Identificatie van de mate van belang van politieke factoren
a. Rol van de staat
b. Maatschappelijke groepen; media activisten, campagnegroepen etc.
2) Uitvoeren van een politieke-risicoanalyse: een analyse van kansen en bedreigingen die
voorkomen uit potentiële politieke verandering. Er zijn twee hoofddimensies binnen de
politieke-risicoanalyse:
a. Macro-microdimensie: De macro-dimensie van de politieke-risicoanalyse verwijst
naar risico’s die verband houden met gehele landen. West-Europese landen scoren
op dit deel bijvoorbeeld veel langer dan landen in het Midden-Oosten. De microdimensie kijkt daarentegen naar het risico wat een specifieke sector of organisatie
loopt in een bepaald land. Zo zie je dat China gemiddeld scoort op het politieke risico
van de macro-dimensie maar dat opereren in China voor bepaalde Japanse bedrijven
wel veel risico kent.
b. Interne dimensie: heeft betrekking op factoren die hun oorsprong hebben in een
land zelf, denk aan regeringswisselingen of de druk van bepaalde actiegroepen. Er
zijn echter ook externe-factoren die een politiek risico kunnen vormen, namelijk het
domino-effect van andere landen. Wanneer de olieprijzen in Saoedi-Arabië dalen kan
dit negatieve gevolgen hebben op economisch en politiek gebied voor andere landen
die handelen in olie, zoals Rusland en Venezuela.

  1. E CONOMIE
    Het is belangrijk dat ondernemingen begrijpen dat, en hoe haar markten beïnvloed worden
    door de globale welvaart en economie. Om macro-economische trends te analyseren kan
    gebruik worden gemaakt van een economische cyclus. De economische cyclus stelt dat,
    ondanks er kans is op onverwachte afwijkende schokken, gesteld kan worden dat de
    economische groei de neiging heeft om in een regelmatige cyclus te dalen en stijgen. Deze
    cyclus kan ook gekoppeld worden aan andere economische factoren, daalt de economische
    groei dan dalen ook rentetarieven en wisselkoersen. Doordat mensen beseffen dat deze
    cyclus bestaat wordt een belangrijk patroon in de macro-omgeving versterkt; goede tijden
    zijn er niet voor eeuwig en slechte tijden gaan uiteindelijk voorbij. Het is echter wel heel
    belangrijk om te kunnen identificeren wanneer er een cyclisch-omslagpunt komt of waar in
    de cyclus de economie zich momenteel bevindt. Dit zie je terug in een manager die een
    lange-termijnbeslissing moet maken. Wanneer deze niet inzichtelijk heeft waar in de
    economische cyclus we op dit moment staan kan het zijn dat hij na een periode van groei
    grote investeringen doet terwijl er net tijden van weinig/geen groei aankomen. Het gevolg is
    dan dat er ook in deze slechtere tijden toch voor die investeringen betaald moet worden.
    Er zijn bedrijfstakken die bijzonder gevoelig zijn voor de economische cyclus:
  • Sectoren voor discretionaire uitgaven: bedrijfstakken waarbij kopers hun aankoop
    gemakkelijk langere tijd kunnen uitstellen kennen sterke cyclussen  Auto’s/ huizen
  • Industrieën met hoge vaste kosten: leiden onder economische neergang van een cyclus
    doordat de hoge vaste kosten die zij maken aanleiding kunnen geven tot concurrerende
    prijsverlagingen om een maximale bezetting te creëren wanneer de vraag laag is 
    vliegtuigmaatschappijen verlagen de prijzen van hun tickets wanneer de vraag daarna laag is
    om zo toch tickets te verkopen, wanneer hun concurrenten dat ook doen kan dit een
    prijzenoorlog veroorzaken die er toe leidt dat de gehele sector lage inkomsten heeft.
  1. S OCIAAL
    Het is mogelijk dat sociale elementen:
  • Vraag en aanbod beïnvloeden
    Er zijn bepaalde sociale key elementen die vraag en aanbod kunnen beïnvloeden:

o Demografie: De vergrijzing in westerse landen zorgt voor kansen en bedreigingen binnen
zowel de publieke als private sector  er is meer vraag naar diensten voor ouderen
maar er zijn minder jonge arbeidskrachten voor de zorg.
o Geografie: de groei van industrieën en markten kunnen op bepaalde locaties
geconcentreerd zijn  Economie van Londen groeide harder dan die van de rest van het
Verenigd Koninkrijk
o Cultuur: Een veranderede culturele houding kan ook worden gezien als een
veranderende demografie  Verwachting over media, consumptie en educatie
veranderd door de opkomst van digital naratives.
o Distributie: Verandering in de vermogensverdeling kan leiden tot een verandering in de
relatieve omvang van markten  Lager inkomen leidt tot een lagere vraag aan
luxegoederen

  • Innovatie kracht en effectiviteit vormgeven binnen een organisatie
    Een tweede belangrijk aspect zijn organisational fields. Dit is een gemeenschap van
    organisaties die vaker communiceert met elkaar dan met organisaties buiten het
    organisatieveld. Dit soort organisatie domeinen kunnen deels als economisch beschouwd
    worden doordat zij concurrerende bedrijven binnen een bepaalde sector omvatten. Echter is
    het zo dat de nadruk bij organisatievelden ligt op de interactie met andere organisaties die
    invloed hebben op hun eigen organisatie. Het concept van organisatievelden is veel breder
    dan slechts industrieën of markten doordat soms belangrijke sleutelfiguren binnen het veld
    bijzonder invloedrijke personen, zoals politici, kunnen zijn.
    Netwerken en organisatievelden kunnen worden
    geanalyseerd aan de hand van sociogrammen. Dit zijn
    kaarten van potentieel belangrijke sociale/ economische
    verbanden. Sociogrammen kunnen helpen de
    doeltreffendheid van een netwerk te beoordelen en te
    bepalen wie daarbinnen waarschijnlijk het machtigst zal
    zijn. 3 concepten om innovatie, kracht en effectiviteit
    beter te begrijpen zijn:
  • Netwerkdichtheid: dichtheid verwijst naar het aantal
    onderliggende verbindingen tussen leden in de
    netwerkkaart. Netwerkdichtheid verhoogt de
    effectiviteit gezien het feit dat hoe beter onderlinge verbindingen zijn hoe beter de
    communicatie tussen netwerken zal zijn.
  • Centrale Hub Posities: Een centrale hub positie verbindt veel organisaties. Hubs zijn
    krachtig omdat leden van een netwerk afhankelijk zijn van deze hubs om onderlinge
    verbinding te kunnen hebben met andere leden. Hubs zijn potentieel innovatief gezien
    het feit dat ze alle ideeën uit een compleet netwerk kunnen verzamelen en omdat ze als
    eerst horen wat er aan de hand is in een bepaald deel van het netwerk.
  • Makelaarspositie: Een organisatie brengt doorgaans afzonderlijke groepen bij elkaar.
    Makelaars kennen een innovatief deel omdat zij beschikken over het vermogen om de
    meest waardevolle informatie van de ene groep te koppelen aan de meest waardevolle
    informatie van de andere groep.
  1. T ECHNOLOGIE
    Technologie is een belangrijk aspect binnen de macro-omgeving. Technologieën zoals
    bijvoorbeeld het internet gaan namelijk veel verder dan slechts één sector of markt. Zoals bij
    bijvoorbeeld internet streaming kunnen nieuwe technologieën voor het ene bedrijf zorgen
    voor nieuwe kansen (YouTube/ Spotify) maar zijn ze voor een ander bedrijf juist een
    uitdaging (traditionele muziek en omroepen). Er bestaan 5 indicatoren voor innovatie op
    technologisch gebied:
    Powered by https://learnexams.com/search/study?query=aqa
Scroll to Top