DLB: Alle hoorcolleges (exam A)

DLB: Alle hoorcolleges (exam A);Dit bevat alle aantekeningen bij de hoorcolleges (7) voor het eerste tentamen van dit vak.

Hoorcollege 1 – Giving an oral presentation
Kwaliteit van de presentatie hangt af van:

  • Wat je zegt
  • Hoe je het zegt
  • Visuele elementen die je gebruikt
    Wat je zegt
  • In lijn met je publiek  moet interessant zijn.
  • Praat vanuit bepaald perspectief dat het interessant maakt
  • Maak het persoonlijk
  • Vertel een goed verhaal
    o Bevat bepaalde elementen (drama, actie)
    o Resolutie, oplossing of een manier vooruit
    o Volgen bepaalde structuur (achtergrondinformatie  gebeurtenis
    Hoe dit te gebruiken voor een wetenschappelijke presentatie?
  • Zorg voor content dat aanspreekt
  • Presenteer het probleem
  • Presenteer het drama (namelijk dat de literatuur nog geen oplossing heeft)
  • Presenteer de bevindingen
    Hoe je het zegt
  • Pas je aan het publiek aan en de setting waar je in bent
  • Pas je speech aan
    o Pas je tempo aan
    o Pas je intonatie aan
    o Gebruik nadruk
    o Let op je articulatie
    o Let op je woordgebruik
    o Gebruik pauzes (pauze na een zin legt er nadruk op)
  • Let op je lichaamstaal
    1

o Gezichtsuitdrukking
o Je houding
o Je gebaren
o Je bewegingen (lopen en gebaren maken)
o Je kleding
o Oogcontact
Visuele hulpmiddelen

  • Heb je ze wel nodig?  wanneer publiek naar het scherm kijkt en leest, hebben ze geen
    aandacht voor jou
  • Het niet gebruiken van visuele hulpmiddelen kan effectief zijn
  • Visuele hulpmiddelen zijn vooral voor aandachtsmanagement
  • Regels bij het gebruik van visuele hulpmiddelen:
    o 1 boodschap per slide (kunnen wel meerdere dingen op een slide staan)
    o Wat je zegt moet matchen met wat je laat zien, anders is het publiek te afgeleid met
    de relatie zoeken
    o Gebruik aandachtspakkers  kan verkeerd uitpakken, maar kan ook de aandacht
    trekken naar waar jij het wil hebben
     Gebruik bewegingen (kan ook in de slide)
     Contrast (door woorden die oplichten en gebruikte woorden worden
    grijs/naar de achtergrond geduwd)
     Kleuren
     Grootte van woorden/plaatjes  je kunt je titels per dia ook juist kleiner
    maken  trekt minder aandacht en fungeert als reminder voor waar het
    over ging
     “Build up slides”  niet alle informatie in 1 keer maar beetje bij beetje
    presenteren
    o Less is more
    Hoorcollege 2 – Prenatal Development
    WEIRD Science
  • Overview van ontwikkeling gebaseerd op onderzoek
  • Maar ontwikkeling verschilt vaak van persoon tot persoon
  • Onderzoek gebaseerd op WEIRD onderzoek. 95% van de mensen van de participanten
    vertegenwoordigen 12% van de wereld. Participanten van de wetenschappelijke studies zijn
    ook niet representatief voor de WEIRD mensen in het algemeen.
  • WEIRD:
    o Western
    o Educated
    o Industrialized
    o Rich
    o Democratic
  • Dus niet zeker dat de typische ontwikkeling die geschetst wordt helemaal gegeneraliseerd
    kan worden naar iedereen.
  • Jouw perceptie is ook niet hetzelfde voor iedereen. Bijvoorbeeld het vraagstuk over welke
    lijn langer is  grote verschillen per cultuur.
  • Dus wat wij onder ontwikkeling verstaan en wat wij als normaal en raar beschouwen, geldt
    dus maar voor een heel klein deel van de bevolking, in andere culturen kan het heel anders
    zijn en weten we het helemaal niet zeker  voorzichtig zijn met generaliseren en vergelijken.
    2

What is development?

  • Specifiek type van verandering
    o Kwalitatief
    o Sequentieel  tijdens de ontwikkeling gaan sommige veranderingen vóór andere
    o Cumulatief  een ontwikkelingsfase kan voortborduren op een andere
    o Directioneel  zowel progressief als regressief (gedurende de ontwikkeling worden
    dingen opgebouwd en afgebouwd)
    o Multifactorieel  altijd meerdere factoren die voor de richting van ontwikkeling
    zorgen. Zij interacteren met elkaar en bepalen het ontwikkelingspad.
    o Individueel  ontwikkelingspaden zijn uniek voor elk individu. Vaak gepresenteerd
    als mijlpalen, maar afhankelijk van het type ontwikkeling kunnen de leeftijden
    waarop deze mijlpalen behaald worden verschillen. Ook de volgorde waarop ze
    behaald worden kan verschillen, en sommige kinderen slaan bepaalde mijlpalen
    over.
    Prenatal Development
  • De start van ontwikkeling van een nieuwe baby, start wanneer zijn moeder 20 weken oud is
    en zich in de baarmoeder ontwikkelt.
  • De eicellen zijn de vrouwelijke cellen en net als de zaadcellen van de man heel speciaal.
    Cell division
  • Normale cel verdeling: mitosis
    o Elke cel bevat genetisch materiaal, ook wel de biologische
    blauwprint/instructieboekje dat een cel vertelt wat het moet zijn en doen.
    Informatie beschreven in genen die georganiseerd zijn in 23 paren in totaal.
    o Tijdens mitose wordt al het genetisch materiaal gekopieerd en gesorteerd in 2
    volledige sets.
  • Speciale cel verdeling die eicellen maakt: meiosis
    o Nadat het genetische materiaal gekopieerd is, wisselen de moeder-vader paren van
    chromosomen informatie aan elkaar uit (crossing-over) en worden gemixt. Dan
    splitsen ze zich 2x waardoor ze met 4 nieuwe cellen eindigen die elk een ander
    combinatie van genetische code hebben. Deze 4 nieuwe cellen hebben maar de helft
    van de blauwdruk. Wanneer de zaadcel met de eicel wordt bevrucht is de blauwdruk
    weer compleet.
  • Dit type cel verdeling is de basis voor genetische variatie
  • Genetische basis voor individuele verschillen
  • Helpt ons de interactie tussen nature and nurture te begrijpen.
  • 4 ontwikkelingsprocessen dat cruciaal zijn voor deze ontwikkeling (en de prenatale
    ontwikkeling)
  1. Mitosis: gewone cel verdeling
  2. Cel migratie  alle gemaakte cellen gaan naar hun positie
  3. Cel differentiatie  de bevruchte eicel gaat zich snel verdelen. Wanneer cellen eenmaal
    gespecialiseerd zijn, kunnen ze niet meer veranderen.
  4. Apoptose  geprogrammeerde celdood
    3
  • Er zijn veel invloeden op de foetus wanneer het in de buik ontwikkelt
    o Stimulatie van buitenaf
     Vanaf 10 weken: ze kunnen druk voelen (receptors in spieren, gewrichten,
    huid)
     13 weken: bewegingen detecteren
     20 weken: licht detecteren (voordat ze hun ogen open kunnen doen)
     26 weken: geluid detecteren
     26-28 weken: detectie van reuk en smaak (wat mama eet en drinkt)
  • Er is bewijs dat de foetus leert van alle deze ervaringen  voorkeur voor moeders stem en
    ook voorkeur voor eten dat gebaseerd is op het dieet van de moeder.
    Fetal movement
  • 5-6 weken: hoofd en ruggengraat buigen
  • 8-9 weken: schrikachtige bewegingen (de hik)
  • 10 weken: Ledematen bewegen
  • 10-11 weken: hoofd bewegingen, ademhaal bewegingen
  • 11-12 weken: gapen, zuigen, slikken
  • 14 weken: geen random bewegingen meer
  • 20 weken: bewegingen met alle gedeelten van hun gezicht
  • 25 weken: openen en sluiten van ogen
    Function of fetal movement
  • Slikken: ontwikkeling orofaryngeale holte (achterin je keel), longen, spijsverteringsstelsel
  • Lichaamsbewegingen: ontwikkeling spieren, botten, gewrichten, huid
    4
    Powered by https://learnexams.com/search/study?query=aqa
Scroll to Top