PPOB: Alle hoorcolleges

PPOB: Alle hoorcolleges;Dit document bevat de aantekeningen bij alle 9 hoorcolleges van het vak PPOB aan de Universiteit Utrecht (pedagogische wetenschappen bachelor 2).

PPOB_Alle hoorcolleges
1
Hoorcollege 1 – Pedagogische praktijkontwikkeling, onderzoek en
beleid 2022

  • Tentamen staat in dienst van de opdracht → dus eerst goed in de stof zitten voordat je met
    expert gaat praten en opdracht gaat maken. Tentamen: eigen interventie ontwerpen aan de
    hand van een casus (met literatuur erbij). Eindopdracht moet ook degelijk zijn, omdat dit in
    de praktijk ook echt voorkomt. Fijn als 1 iemand de regie heeft in de opdracht. Taakverdeling
    is belangrijk (een inleiding, of 2 interview, enz).
  • Wat in het boek staat moet je kunnen toepassen. Aantekeningen heeft geen zin, je moet de
    stof begrijpen en kunnen toepassen. Dus belangrijk om goed bij te zijn met de stof en deze te
    begrijpen.
  • In uitgesproken powerpoint wordt veel meer verteld dan in het hoorcollege. Maar in hc
    worden wel dingen verteld die in powerpoint niet gezegd worden, en ook materiaal getoond.
  • Werkgroepen niet noodzakelijk.
  • Interventie insteken op: gedragsniveau, omgevingsfactoren, vaardigheden.
  • Op tentamen uitgebreide casus en daar moet je iets mee doen, programma opzetten en
    beargumenteren, wel met alle beschikbare literatuur erbij.
    Deel 1: Casus aanpak pestgedrag OCW
  • Hoe worden programma’s ontwikkeld?
  • Hoe worden de kwaliteit en de effectiviteit van programma’s onderzocht en beoordeeld?
  • Hoe wordt gekomen tot een advies?
  • Hoe wordt dit door de overheid opgepakt?
  • Hoe adequaat wordt wetenschappelijke kennis uiteindelijk benut en toegepast (valorisatie)
    Wetenschap en praktijk verstaan elkaar nog niet zo goed.
    Introductie: Aanpak pestgedrag OCW (casus)
  • Beoordeling anti-pestprogramma’s: Commissie anti-pestprogramma’s gestart in september
  1. Advies in mei 2014. Rapportage van de commissie voor OCW (Wienke et al., 2015).
  • https://www.youtube.com/watch?v=bGeECchu0do
  • Criteria en indicatoren → Commissie Anti-pestprogramma’s zie volgende dia’s: theoretische
    onderbouwing, empirische onderbouwing en randvoorwaarden → evidence-based criteria
    Je wil dus dienstbaar zijn voor de praktijk (interventies ontwikkelen). Definitie pesten: machtsverschil
    (groep tegenover eenling bv, sterkere tegen zwakkere), ongelijkwaardigheid, schade toeberekenen,
    itentioneel (sprake zijn van bedoeling), systematisch. Programma’s moeten dit dus ook duidelijk
    verwerken, anders kan je deze ook niet meten en nagaan of ze wel operationeel zijn. Als pesten
    geoperationaliseerd is kun je de resultaten van verschillende programma’s ook met elkaar
    vergelijken.
    Criterium 1: Het programma is theoretisch goed onderbouwd
  • 1.1 Het programma wordt verantwoord met actuele theoretische inzichten die empirisch
    getoetst zijn.
  • 1.2 Er wordt onderbouwd hoe en waarom het programma de doelen bereikt.

PPOB_Alle hoorcolleges
2

  • 1.4 In het programma staat dat het gericht is op het voorkomen en/of verminderen van
    pesten.
  • 1.4 Er is een definitie van pesten waarin de verschijningsvormen worden genoemd.
  • 1.5 De gebruikers (onderwijsprofessionals en leidinggevenden), doelgroep (leerlingen) en
    andere betrokkenen (ouders, sportclubs en jeugdhulp) bij het programma zijn omschreven
  • 1.6 Eventuele uitsluitingscriteria en contra-indicaties staan aangegeven.
  • 1.7 Het programma heeft betrekking op de schoolse situatie (in en om de school, in de klas)
    Dit is ook de eindopdracht.
    Definiëren?
  • Iemand wordt gepest:
    o Wanneer ‘hij of zij herhaaldelijk en langdurig blootstaat aan negatieve handelingen
    verricht door één of meer personen’ (Olweus, 2003)
    o Is een vorm van agressief gedrag waarbij sprake is van het systematisch, langdurig en
    opzettelijk schade (willen) toebrengen aan iemand anders
    o Er is sprake van een asymmetrische machtsrelatie tussen pester en slachtoffer
  • Verschil tussen plagen en pesten??
    De definitie heeft invloed op de aanpak.
    Criterium 2: het programma is empirisch adequaat onderbouwd (vanaf trede 3, vgl effectladder
    Van Yperen et al. (2017, pag 34))
  • 2.1 Er zijn eerste aanwijzingen voor effectiviteit beschikbaar op basis van:
    o Voldoende opgedane praktijkervaringen met het programma
    o Resultaten van empirisch effectonderzoek
  • 2.2 In het effectonderzoek is een adequaat onderzoeksdesign gehanteerd.
  • 2.3 De metingen zijn verricht met betrouwbare en valide instrumenten.
  • 2.4 De beoogde doelgroep is in het onderzoek bereikt.
  • 2.5 De veranderingen hebben betrekking op doelen doelgroep
  • 2.6 Er zijn adequate statistische technieken toegepast.
  • 2.7 Er zijn effectgroottes berekend.
  • 2.8 De statistische power van de gebruikte toets is voldoende.
    Hoe meer de criteria voorkomen hoe hoger de effectiviteitspotentie kan worden ingeschat
    In de opdracht moeten we kijken naar het programma op papier, dus we kijken niet of het in de
    praktijk ook echt werkt.
    H.1 Van Yperen: RGO-cyclus → top-down en bottom-up interveniëren samen uitvoeren.
    Criterium 3: Randvoorwaarden om programma uit te voeren zijn duidelijk
  • 3.1 Er is een handleiding van het programma beschikbaar waarin tenminste de volgende
    elementen zijn beschreven: doelen, leerdoelen, opzet, aanpak, tijdspad, werkvormen,
    didactische uitgangspunten, rol van de gebruiker, evaluatie, materialen.
  • 3.2 In het programma is vastgelegd welke competenties (kennis, vaardigheden) en attitude
    gevraagd worden van de gebruiker van het programma.

PPOB_Alle hoorcolleges
3

  • 3.3 In het programma zijn de randvoorwaarden aangegeven die nodig zijn om het
    programma goed uit te voeren zoals tijd, geld, middelen, draagvlak en betrokkenheid
    scholen.
  • 3.4 In het programma is aangegeven welke wijze er is gezorgd, of gezorgd kan worden, voor
    enthousiasme bij de gebruikers en doelgroep voor het programma.
  • 3.5 Er is een systeem van evaluatie van tevredenheid bij gebruiker sen doelroep over het
    programma beschikbaar, dat interpreteerbare uitkomsten geeft.
  • 3.6 In het programma wordt beschreven hoe borging van het programma in het schoolbeleid
    dient te gebeuren
    Beoordelingsschema
    Zo ook te werk gaan met de eindopdracht. Het gaat niet om de daadwerkelijke effectiviteitspotenties
    maar om een inschatting daarvan.
    Aanpak pestgedrag OCW (vervolg)
  • Beoordeling anti-pestprogramma’s: Rapportage van de commissie voor OCW (Wienke et al.,
    2015). Van de 61 ingediende programma’s waren er 13 ‘kansrijk’.
  • 1 augustus 2015 wet Sociale Veiligheid: scholen zijn wettelijk verplicht om voor een sociaal
    veilige omgeving te zorgen maar mogen dit zelf invullen. Aanstellen aanspreekpunt. Zelf
    bijhouden van pestgedrag. De Onderwijsinspectie houdt toezicht. (In opleidingen aandacht
    voor sociale veiligheid en seksuele diversiteit. Leraren krijgen bijscholing over cyberpesten).
  • Doorontwikkeling en empirisch onderzoek naar de effectiviteit van 10 kansrijke programma’s
    in 2016 en 2017 (tot jan. 2018) door NRO (Nederlands Regieorgaan Onderwijsonderzoek).
    Moderatoren en mediatoren

PPOB_Alle hoorcolleges
4
Niet ieder programma werkt even goed bij elk kind (rekening houden met leeftijd, sekse, klassen).
De volgende anti-pestprogramma’s zijn op hun effecten onderzocht (mei 2015 – januari 2018)
Aanpak pestgedrag OCW (slot)

  • Rapportage van het onderzoeksconsortium (o.l.v. NRO) Wat werkt tegen pesten & advies
    naar OCW in mei 2018. (literatuur college 1)
  • Beleidsreactie van OCW (2018) Arie Slob (Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en
    Media) op rapport Wat Werkt tegen Pesten (literatuur college 1).
  • Beoordeling van de resultaten door Commissie Antipestprogramma’s van dit grootschalige
    empirisch effectonderzoek 2016/2017 en van het rapport Wat Werkt tegen Pesten (niet
    opgenomen als literatuur)
  • Resultaat van het onderzoek door NRO samengevat (linkje):
    https://www.leraar24.nl/1674192/wat-werkt-tegen-pesten-op-de-basisschool-en-daarna/
    Beoordeling Commissie Anti-pestprogramma’s
  • Bij 4 van de 10 programma’s (universele programma’s Omgaan Met Elkaar en Zippy’s
    Vrienden, en de selectieve programma’s Plezier op School en Sta Sterk op School) bleken er
    te weinig leerlingen/klassen beschikbaar om enigerlei uitspraken over effectiviteit te kunnen
    doen.
  • Overige 7 programma’s (inclusief toevoeging van KIVA):
    o Prima: een klein effect voor 3 van de 4 pestmaten (zelfgerapporteerd pesten en
    nominaties voor gepest worden en pesten). Grote effecten voor nominaties van
    pesten en gepest worden in klassen met conflicten.
    o Taakspel: betreft een universeel programma. Niet specifiek gericht op pesten maar
    op verbetering van het klassenklimaat. Klein effect voor nominaties voor pesten.
    o KiVA: laat binnen 1 jaar kleine effecten zien voor zelfrapportage van een globale
    maat voor gepest worden en voor verbaal en relationeel gepest worden. Er zijn geen
    effecten voor zelfrapportage van fysiek pesten en zelfrapportage van pesten.
    Nominaties voor gepest worden en pesten zijn niet gemeten.
    o De overige onderzochte programma’s -PAD, SWPBS, Alles Kidzzz, en Kanjertraininglaten géén effecten zien voor pesten (gepest worden en pesten). Interessant is dat
    bij de Kanjertraining er een (klein) effect is voor zelfrapportage van gepest worden in
    klassen met veel conflicten.
    Powered by https://learnexams.com/search/study?query=aqa
Scroll to Top