Hoofdstuk 17 DNA Nectar 4e editie biologie 6 vwo leerboek Inhoudsopgavebinas-tabellen 6e editie §1 DNA in je cellen (CE)67F170A71B71C §2 DNA kopiëren (CE)71D76A §3 Het maken van polypeptideketens (CE) 71A71E – 71H71J71K2 §4 Het belang van de nucleotidevolgorde (CE)76B §5 Genregulatie (CE)71K Leerdoelen samengevat Samenstelling DNA en chromatine §1 DNA-verdubbeling (duplicatie) §2 DNA-onderzoek§1 en §2 en §4 Van DNA naar mRNA (transcriptie) §3 Van mRNA naar eiwit (translatie) §3 DNA-schade§4 Regeling genactiviteit in cellen §5 §1 DNA in je cellen DNA (deoxyribonucleic acid) bevat de informatie voor het maken van eiwitten 71C verdeeld over 46 chromosomen in de celkern en het cirkelvormig DNA in de mitochondriën DNA-molecuul bestaat uit twee strengen die samen een dubbele helix vormen
nucleotide: bouwsteen van DNA en RNA
-fosfaatgroep -suikermolecuul (deoxyribose/ribose) -stikstofbase (A, C, G of T/U) 71A deoxyribose heeft 5 C-atomen die op een vaste manier genummerd zijn 67F1 C-atoom (1’) vormt een binding met de stikstofbase -basenparen: vaste combinaties van twee basen (A-T en C-G) die beide DNA-strengen bij elkaar houden via waterstofbruggen 71B -complementair: volgorde in de ene DNA-streng (leidende streng) bepaalt die in de andere (volgende streng) en andersom 71D C-atoom (5’) vormt een binding met de fosfaatgroep -5’-einde (met de vrije fosfaatgroep) van de ene streng ligt naast het 3’-einde (met de vrije OH-groep) van de andere 71C elke nucleotide in een streng is via zijn fosfaatgroep gekoppeld aan het 3’ C-atoom van het deoxyribose van het nucleotide ernaast opgerold DNA in de celkern 70A histon: eiwit in de chromatinedraad dat DNA-moleculen verstevigt en beschermt 8 histonen vormen samen een bolletje waar een deel van het DNA-molecuul omheen zit
nucleosoom: geheel van 8 histonen met het daaromheen gewikkelde DNA
bijeengehouden door histon H1
chromatinedraad: draad van aan elkaar gekoppelde nucleosomen
chromatinedraad spiraliseert tot chromatine 1 / 2
mtDNA (mitochondriaal DNA): cirkelvormig DNA in mitochondriën
erft over van moeder op kind via de mitochondriën in de eicel bevat 37 genen waarvan 13 coderen voor eiwitten betrokken bij de aerobe dissimilatie rest codeert voor rRNA (bouwstenen ribosomen) en tRNA (transporteert aminozuren)
genoom: totale DNA van een persoon dat bestaat uit genen
gen: deel van het DNA met de informatie voor de productie van een of meerdere eiwitten ieder gen heeft zijn eigen sequentie: volgorde van de stikstofbasen in het DNA alle cellen hebben hetzelfde DNA afhankelijk van hun functie zijn verschillende genen actief
coderende DNA: deel van het DNA dat codeert voor eiwitten
niet-coderend DNA: grootste deel van het DNA codeert niet voor eiwitten
functie is bv. rRNA produceren of genen aan- en uitschakelen in coderende DNA repetitief DNA: deel van het (meestal niet-coderend) DNA dat bestaat uit een aantal herhalingen (repeats) van een serie nucleotiden STR (short tandem repeats): type repetitief DNA met een aantal korte repeats van 2 tot 10 nucleotiden lang -chromosomen in cellen komen in paren voor → iedereen heeft van een bepaalde STR twee exemplaren (soms gelijk, meestal verschillend) -net als bij genen spreken onderzoekers bij STR’s over allelen -DNA-profiel: unieke set STR’s in het DNA van een individu dat bestaat uit (meestal)
dertien verschillende loci: plaatsen in het DNA
§2 DNA kopiëren DNA-moleculen verdubbelen zich in een celcyclus tijdens de S-fase via DNA-replicatie 76A DNA-replicatie start op veel plaatsen tegelijk → verkorte totale replicatietijd enzymencomplex verbreekt op een startpunt de H-bruggen tussen DNA-strengen helicasen ‘ritsen’ naar beide kanten toe het DNA verder open → replicatievorken RNA-polymerase primase maakt op het startpunt een primer vast van 20 ribonucleotiden (RNA, dus ribose en uracil) vanaf de primer vormt het enzym DNA-polymerase een nieuwe streng -ruimtelijke structuur → enzym kan op één manier aan DNA-streng hechten → enzym leest nucleotiden van DNA-streng alleen in 3’ → 5’ richting en vormt in 5’ → 3’ richting (van het startpunt af) een leidende streng 71D -DNA-polymerase maakt DNA-nucleotiden vast in de juiste combinaties (C-G, A-T) en koppelt ze zijwaarts aan elkaar tot een continue reeks op beide DNA-strengen in andere richting van startpunt verloopt replicatie in kleine stukjes → volgende streng -RNA-polymerase primase plaats op korte afstand van het startpunt een RNA-primer waar vanaf DNA-polymerase in de 3’ → 5’ richting (naar het startpunt toe) een stuk DNA kan vormen (achterwaarts kopiëren)
-Okazaki-fragment: kort DNA-fragment (van volgende streng) met een RNA-primer
-primase voegt een nieuwe RNA-primer toe ander type DNA-polymerase vervangt RNA-nucleotiden uit primers door DNA-nucleotiden enzym ligase koppelt de Okazaki-fragmenten aan elkaar tot een complete streng enzymen controleren of de replicatie foutenvrij is semi-conservatieve replicatie: na de replicatie bestaan beide DNA-moleculen uit een originele en een nieuw gevormde streng
- / 2