08-11-2017SAMENVATTING TENTAMEN RECHTSPSYCHOLOGIE
WEEK 1 - INLEIDING
Posthumus (2005) – Schiedammer parkmoord
- kinderen moeten seksuele handelingen met elkaar verrichten. Het meisje wordt vermoord en de jongen hield zich voor dood (=totstell
respons). De jongen vroeg nadat de dader vetrok hulp aan Kees B. die 112 belt. Na vele verhoren bekent Kees B. en later ontkent hij alle feiten.Kees B. wordt ten onrechte veroordeeld voor de feiten door gerechtelijke dwaling.Maikel werd vaak verhoord (13x). Er zijn verschillen in de antwoorden tussen Maikel en Kees B. Deze fricties zijn ontstaan door suggestieve verhoren van de politie (post hoc informatie). Er is sprake van een imaginatie verhoor = verzonnen verhaal dat mensen gaan geloven.bijv. in de nek grijp VS overlopen, waar de bosjes in gegaan, slaan met een steen of stompen in zij, volgorde van de wurging, aantal messteken, doktertje spelen.
Kees B. vertrekt pas om 17:20u uit zijn werk dus de tijd kan niet kloppen.
Kees B. is volgens de politie terug gegaan naar het PD om DNA uit te wissen (daarom is Kees B. zo zeker dat ze geen DNA vinden) Er is geen DNA van Kees B. gevonden na verkrachting en moord. Er zit wel ander DNA onder de nagels en op de laars van Nienke.Tom Derksen (het OM in de fout): Als er DNA wordt gevonden is dat belastend, maar als er geen DNA wordt gevonden is dat niet ontlastend want de dader kan als geen ander weten dat er geen DNA te vinden is, dus alsnog belastend. Dit is risicovol vanwege het gevaar van een vals positieve conclusie en het is in strijd met de regels der logica (conditioneel redeneren).Een getuige heeft iemand gezien die wel voldoet aan het afgegeven signalement, maar die persoon wordt niet verhoord.Maikel heeft de verdachte gezien tijdens de wurging, Kees B. belt de politie, maar Maikel herkent hem niet als dader (tunnelvisie, attentional narrowing Concentreren op een bep. punt om te onstappen).Er wordt uiteindelijk een andere dader gevonden (match met DNA), Kees B. is onschuldig.Er is sprake van een onvolledig dossier en te weinig gestructureerd onderzoek (Er zijn veel onderzoekslijnen intuïtief vastgesteld).Het onderzoek was eenzijdig, verdachte geleid (onvoldoende tegenspraak), tunnelvisie, scoringsdrang van de politie, confirmatie en er was geen sprake van de presumptie van onschuld. In feite onderzochten ze niet of het bewijs klopte, maar ze gingen er vanuit dat Kees B. de dader was.Ruud Bullens moest Maikels welzijn tijdens de verhoren waarborgen (deskundige op het terrein van de kinderziel). Bullens verklaard dat Maikel een apart kind is met een groot geheim (is Maikel dader of slachtoffer?). Deze uitspraak is van grote invloed op het handelen van de politie en justitie.
Hoge druk tijdens het verhoor:
De opstelling van 2 verhoorders Staande verhoorders, zittende Maikel Langdurige stiltes Good cop, bad cop Verwarrend voor 11-jarige Inspelen op schuldgevoel + verwijten Naspelen van de wurging
WEEK 2 – DE BEWIJSVRAAG
Hoorcollege Na de voorvragen (Art 348 Sv) behandelt de rechter de hoofdvragen (Art 350 Sv).
1.Schuldvraag: TLL bewezen?
2.Kwalificatievraag: Is het bewezenverklaarde strafbaar?
3.Is de dader strafbaar? (rechtvaardigingsgrond/schulduitsluitingsgrond) 4.Welke sanctie?Art 338 Sv Het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan kan alleen worden aangenomen door overtuiging van wett. bewijsmiddelen Art 339 Sv Wettige bewijsmiddelen: eigen waarneming rechter, verklaring van verdachten, verklaring van getuigen, verklaring van deskundigen, schriftelijke bescheiden. (feiten/omstandigheden van alg. bekendheid behoeven geen bewijs) Art 341 lid 4 Sv Het bewijs dat de verdachte het TLL feit heeft begaan kan niet uitsluitend worden aangenomen op opgaven vd verdachte Art 342 lid 2 Sv Het bewijs dat de verdachte het TLL feit heeft begaan kan niet uitsluitend worden aangenomen op verklaring vd getuige Art 344 Sv Het bewijs dat de verdachte het TLL feit heeft begaan kan worden aangenomen op het PV van een opsporingsambtenaar Er moeten minstens 2 onafhankelijke bewijsmiddelen zijn De rechter moet overtuigd zijn van de wettige bewijsmiddelen (rechterlijke overtuiging) De rechter heeft een motiveringsplicht (de beslissing dat de verdachte het feit heeft begaan, moet steunen op de inhoud van het vonnis).Rechters geven vaak aan dat het door intuïtie komt of door hun ervaring
Niet elke bewering is geschikt om uitspraak over te doen:
Existentiële uitspraken = Te bewijzen met een voorbeeld, maar nooit te ontkrachten (het klopt altijd) VB. ‘men kan geluk hebben’.Universele uitspraken = Zijn te ontkrachten met een tegenvoorbeeld, maar nooit te bewijzen (De wetenschap houdt zich hier mee bezig) Falsificatie = Je idee wordt weerlegd. Belangrijker dan verificatie/confirmatie (je idee wordt bevestigd). Eerst al de andere mogelijk situaties uitsluiten (controlegroep) Zonder controlegroep is het niet goed en maar de halve waarheid (vb. Sickesz).
- / 1