- / 4
Inhoud
- Aanleiding..............................................................................................................................................................4
1.1 Beschrijving opdracht gevende instelling........................................................................................................5 1.2 Probleemanalyse.............................................................................................................................................8
1.2.1 Spanning tussen systeemwereld en leefwereld.......................................................................................8
1.2.2 Discretionaire ruimte en emotie..............................................................................................................9
1.2.3 Intuïtie....................................................................................................................................................10
1.2.4 Probleem voor organisatie.....................................................................................................................12
1.3 Doelstelling....................................................................................................................................................12 1.4 Probleemstelling (Hoofd- en deelvragen).....................................................................................................13
1.4.1 Hoofdvraag.............................................................................................................................................13
1.4.2 Deelvragen.............................................................................................................................................13
1.5 Begripsafbakening.........................................................................................................................................14
1.6. Leeswijzer.....................................................................................................................................................14 2 / 4
Beste X, Ik heb jouw PVA doorgenomen en is bij dezen goedgekeurd. Ik vindt dat je een interessant onderwerp te pakken hebt, en duidelijk is dat dit onderwerp jou persoonlijk ook aanspreekt. Wat uit het voorlopige TK op te maken is, is dat je kijkt naar verschillende visies; hou dat vast! Met name de opmerking dat er wellicht nooit een optimale samenwerking tussen systeem en leefwereld zal komen, is realistisch. Zo zit de echte wereld nu eenmaal niet in elkaar.Intuïtie is een moeilijk kwantificeerbaar begrip, maar je hebt al enkele goede punten te pakken. Het is nu belangrijk dat je deze gaat operationaliseren aan de hand van de literatuur, zodat het in het empirische onderzoek ook meetbaar is. Welke kernbegrippen hangen dus samen met intuïtie en hoe is dit meetbaar?De hoofvraag is goed en simpel gehouden, ik zou er inderdaad niets meer aan toevoegen. Het dekt de lading en staat in relatie tot jouw opleiding en de organisatievraag. Ik zou vooral de term tactical knowledge gebruiken, omdat dit meer dan intuïtie in de literatuur voorkomt.Bij dezen een GO, ik blijf bereikbaar (op afstand) voor begeleiding. 3 / 4
- Aanleiding
- / 4
Zou een hulpverlener zijn intuïtie kunnen volgen in het werken met psychiatrische cliënten naast de methodieken en de kennis die hij in huis heeft? Of zal de hulpverlener alleen bewuste keuzes moeten maken?Vanaf de zomer 2020 begeleid ik een jonge autistische cliënt waarbij ik volgens de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) van de Geestelijke gezondheidszorg (Ggz) een lange adem moest hebben, omdat contact leggen erg lastig is. Het is diverse hulpverleners vanuit andere organisaties niet gelukt om contact te krijgen met deze cliënt.Dit wekte mijn interesse, omdat het mij in mijn werkverleden vaak wel is gelukt om contact te krijgen met deze doelgroep. Ik ben me ervan bewust dat mijn intuïtie hierbij een belangrijk middel is. De desbetreffende cliënt lag op bed toen ik op huisbezoek kwam. Ze kwam na een half uur haar bed uit nadat ik meerdere malen had gevraagd of ze met me wilde gamen. De cliënt heeft mij van alles over het gamen verteld. Tijdens het gamen vroeg ik haar of ze nog meer wist wat ze leuk vond om te doen. Ze vertelde naar de zorgboerderij te willen, ze is dol op paarden. Toen ik voorstelde om uit te zoeken of we daar naartoe konden stemde ze in. Ik zou het een week later vertellen.Inmiddels vier weken verder zaten we samen op de fiets naar de zorgboerderij. De cliënt vertelde me honderd uit. Het was oprecht gezellig.Mijn intuïtie vertelde mij dat ik de casus uitdagend vond, omdat ik een sterk gevoel had naar de cliënt toe te willen gaan. ‘Er moest toch een mogelijkheid zijn om contact te kunnen krijgen met de cliënt’, kwam in mij op.Op het moment van huisbezoek bood ik rust. Ik was op gelijke hoogte gaan zitten terwijl de cliënt op bed lag en ik volgde mijn intuïtie. Ik kon de cliënt verleiden door gamen ter sprake te brengen.Tijdens het gamen voelde ik aan om rustig door te vragen naar haar interesses. Ik wilde graag aansluiten bij haar, omdat ik me immers in haar persoonlijke ruimte bevond.Mijn intuïtie vertelde mij dat ik rustig aan moest doen. Geen druk, geen moeten maar vrijblijvendheid. Ik kon van te voren niet bedenken hoe ik de begeleiding kon gaan geven. Ik had alleen het gegeven dat contact maken lastig is en dat de cliënt haar bed niet uitkomt. Mijn intuïtie heeft me erg goed geholpen omdat ik puur op mijn gevoel, op de aansluiting en op de reactie van de cliënt ben gaan letten.Naar aanleiding van de beschreven casus was het onmogelijk om aan te komen met mijn laptop om een begin van het begeleidingsplan te gaan maken samen met de cliënt, wat eigenlijk binnen mijn functie hoort.