• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

1 Burgerlijk procesrecht

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

1

  • Burgerlijk procesrecht

Week 1 : Hoofdstuk 1

Hoorcollege aantekeningen:

het burgerlijk procesrecht valt in te delen in het vermogensrecht en het personen en familierecht. Binnen het vermogensrecht staan rechten ter vrije beschikking van de rechtssubjecten. Binnen het personen en familierecht is dat niet zo hierbij is de taak van de rechter op specifieke belangen gericht. Het burgerlijke procesrecht stelt middelen tot handhaving van de privaatrechtelijke rechtsorde ter beschikking om eigenrichting tegen te gaan. Dit kan door middel van indirecte dwangmiddelen (retentierecht en opschortingsrecht) en directe dwangmiddelen, ook wel reële executie. De materiele bevoegdheden en procesrecht vullen elkaar aan en liggen in het verlengde van elkaar want zonder procesrecht kan je je recht niet verkrijgen.Eigenlijke of contentieuze rechtspraak > burgerlijke rechter (geschil) Oneigenlijke of voluntaire rechtspraak > personen en familierecht (vrijwillige rechtspraak)

Soorten procedure Dagvaarding: 78 Rv > eiser en gedaagde (op vordering van) > wordt betekend aan gedaagde Verzoekschrift, art 261 Rv > verzoeker en verweerder (op verzoek van) dit blijkt uit de wet > ingediend ter griffie Kijk goed in welke titel je zit verwar dit niet met elkaar. Wanneer er voor de verkeerde procedure is gekozen dan hebben we de wisselbepaling, art 69 RV

Hoofdstuk 2 Door de jaren heen steeds meer normen voor een behoorlijke procedure tot stand gekomen. Dit zijn de beginselen van het procesrecht. Sommige van deze normen zijn fundamentele eisen want daar kan niet van worden afgeweken en sommige zijn functionele eisen want dit zijn de regels die zorgen voor een behoorlijke inrichting en goed functionerend procesrecht. Een van de oudste fundamentele eis is het recht van hoor en wederhoor, art 19 RV.

Art 6 lid 1 EVRM kent een aantal fundamentele eisen die gesteld worden aan de rechter en aan de rechtsgang bij de rechter. art 6 EVRM heeft interne werking en heeft daarbij voorrang op nationale regelingen. Indien een regeling in strijd is met art 6 EVRM dan wordt het buitenwerking gesteld. Art 13 EVRM bepaald dat er een effectief nationaal rechtsmiddel beschikbaar moet zijn om tegen een eventuele schending van art 6 EVRM op te komen. De Algemene voorschriften voor procedure, art 19 – 35 RV. op grond van art 21 RV zijn partijen verplicht om de feiten van het geding in volledigheid en naar waarheid aan te dragen. De burgerlijke rechter heeft vooral een lijdelijke rol in het proces doordat hij afhankelijk is van de bewijzen die de partijen zelf aandragen (partijautonomie). In sommige gevallen is wel een actieve rol van de rechter vereist, zoals de rechtsgronden en de regels van openbare orde ter bewaking van een goede rechtspleging.

Beginselen van burgerlijke procesorde, art 6 EVRM • recht op toegang tot de rechter (maar wel enkele drempels griffierechten betalen, soms advocaat nodig)

  • Dit omvat de eisen van rechtsgelijkheid en rechtsbescherming. Er moeten zo min
  • mogelijk belemmeringen zijn voor de rechtszoekende om deze procedure te doorlopen. Dus soms ook gefinancierde rechtsbijstand, art 18 lid 2 GW.

  • niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de overheidsrechter die hem
  • toekomt.> Uitzondering: overeenkomst tot arbitrage (art 1020 Rv) 1 / 4

2

  • Burgerlijk procesrecht
  • Beperkingen/ drempels
  • Griffierecht en verplichte procesvertegenwoordiging soms De eis van toegang tot de rechter omvat niet de toegang tot een hogere rechter.• onpartijdig en onafhankelijk gerecht (wel wraken en verschoningsrecht)

  • Onafhankelijk t.o.v. andere staatsmachten (Montesquieu)
  • Verankerd in bijv. art. 116 en 117 Gw
  • Onpartijdig t.o.v. partijen
  • Register van nevenfuncties
  • Wraking en verschoning (art. 36 en 40 Rv) (geen rechtsmiddel tegen art 39 lid 5 RV)
  • • recht op eerlijke behandeling

  • het recht van eerlijke behandeling wordt ook wel fair trial genoemd, dit recht omvat
  • het recht van hoor en wederhoor, rechtszekerheidsbeginsel, motiveringsplicht en gelijkheid in procespartijen (equality of arms) ▪ Hoor en wederhoor (art. 19 Rv) • Audite et alteram partem • Gecodificeerd in art. 19 Rv

HR Schook/Vergeer: centraal staat het beginsel van hoor en weder bij

een niet-officiële bezichtiging niet wordt toegepast. Een descente 201 Rv op initiatief van de rechter, zonder aanwezigheid van partijen levert in beginsel in strijd op met hoor en wederhoor, art 19 Rv ‘tenzij uit de wet anders voortvloeit’ (bijv. art. 279 lid 1 jo. art. 700 Rv) ▪ Processuele gelijkheid (‘equality of arms’) ▪ Motivering beslissing (art. 121 Gw; art. 30 Rv) schending levert een cassatiegrond op, art 79 en 80 RO.• behandeling en uitspraak in het openbaar

  • Behandeling én uitspraak
  • Art. 121 Gw, 4 en 5 RO, 27-29 Rv
  • Uitzonderingen
  • • uitspraak binnen redelijke termijn

  • ‘Remedie’ bij overschrijding: vordering tot vergoeding van immateriële schade (o.g.v.
  • o.d.) tegen de Staat > van €500 euro per 6 maand HR 28 maart 2014, NJ 2014/525 (Eisers/Gemeente De Bilt): schadevergoeding op basis van een overschrijding van de redelijke termijn, art 20 Rv. moet in een aparte zaak jegens de staat worden gevorderd. In die zaak hoeft vervolgens daadwerkelijke schade niet te worden aangetoond. Slechts dient te worden bewezen door partijen dat de redelijke termijn is geschonden. De hoogte van de vergoeding van de immateriële schade is €500,- per half jaar overschrijding van de redelijke termijn.

Zaken die een rol spelen voor de actieve houding van de rechter.

  • De ambtshalve aanvulling van rechtsgronden, art 25 Rv
  • De rechter moet zelf kijken welke rechtsregels van toepassing zijn op de ten processuele vaststaande feiten en of deze rechtsregels leiden tot een toe of afwijzing van de vordering.De rechter is niet gebonden aan de rechtsregels die partijen inroepen. Hij kan zelf voor een andere rechtsregel kiezen. De rechter mag dus de rechtsgronden ambtshalve aanvullen, maar vaak zijn er niet genoeg feiten voor handen om af te wijken van de aangewezen rechtsregel doordat partijen de feiten aandragen, art 25 RV.

  • Soms moet de rechter door de partijen aangedragen feiten juridisch kwalificeren of
  • rechtsregel laten toetsen. Daarbij maakt het de partij niet uit of overeenkomst of vordering in stand blijft, dan mag de rechter de vordering niet afkeuren op grond van een niet ingeroepen rechtsregel, dit zou namelijk in strijd zijn met hoor en wederhoor en met wat de partijen betwisten. 2 / 4

3

  • Burgerlijk procesrecht
  • De rechter moet de regels van openbare orde toepassen ook als partijen dit willen
  • omzeilen maar dit is in het belang van een goede rechtspleging, zoals termijnenwet

  • Consumentenrecht als het een onredelijk beding bevat blijkens uit art 6:233 BW., dan
  • moet dit ambtshalve worden vernietigd.Andere gevallen van zeggenschap rechter

  • Eigen onderzoek van de rechter
  • Zeggenschap over procestempo
  • Onderzoeksplicht bij verstek gedaagde, art 139 jo 120 RV
  • Dwangsom, rechter bepaalde de hoogte

Verboden aanvulling van feiten/feitelijke grondslag, art 24 RV De rechter mag dan wel rechtsgronden aanvullen, maar mag nooit feiten of de feitelijke grondslag aanvullen, dit is neergelegd in art 24 RV jo art 149 RV Echter is dit verbod niet absoluut, een rechter mag op grond van art 149 lid 2 Rv algemene ervaringsregels en feiten of omstandigheden van algemene bekendheid ambtshalve aan zijn beslissing ten grondslag leggen. De rechter mag geen feiten en omstandigheden afleiden uit het geding die niet ten grondslag zijn gelegd.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de materiele waarheid en de processuele waarheid.

Welke feiten hoeven geen bewijs:

  • Processuele waarheid, gesteld, maar voldoende niet betwiste feiten, art 149 lid 1 RV
  • Feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels, art 149 lid 2 RV
  • Feiten die niet relevant zijn
  • Welke feiten behoeven wel te worden bewezen

  • Gestelde relevante feiten, die voldoende zijn betwist door de wederpartij

Verplichte procesvertegenwoordiging, art 79 Rv Het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging houdt in dat partijen niet in eigen persoon mogen procederen maar alleen via een advocaat, art 79 lid 2 RV. Dit beginsel kent 3 rechtvaardigingen omdat materiele en formele recht te ingewikkeld is voor leken, partijen en rechter komen het beide dan tot hun recht en de langdurige procedures kunnen zo worden voorkomen (zeeffunctie).

  • Uitzondering van beginsel procesvertegenwoordiging
  • • Gedingen bij de kantonrechter, art 79 Rv • Kort geding bij de voorzieningenrechter dan alleen voor de eiser, gedaagde hoeft niet, art 255 RV • Procespartij mag zelf het pleidooi houden, maar niet in cassatie, art 134 lid 3 RV

De bevoegdheid van de rechterlijke macht De rechter en de wetgever ▪ De rechter mag geen uitspraak doen in zake welke aan zijn beslissingen zijn onderworpen als algemene verordening, dispositie of reglement, art 12 wet algemeen bepalingen.▪ Wetten in formele zin kunnen niet door de rechter worden getoetst op procedure voorschriften die bij de totstandkoming in acht zijn genomen of hun verenigbaarheid met de grondwet, art 120 GW.▪ Algemene verbindende voorschriften kunnen worden getoetst aan hogere regelingen en ongeschreven rechtsbeginselen over de bevoegdheid van overheidsorganen.

Rechter en het bestuur Wanneer tegen een vordering van een burger de administratieve rechtsgang openstaat of het besluit dat wordt aangevallen formele rechtskracht heeft mag de rechter hierover niet inhoudelijk oordelen. Als de bestuursrechter genoeg rechtsbescherming biedt voor de aangelegenheid en de eiser maakt zijn rechtsvordering bij de burgerlijke rechter aanhangig dan mag deze niet van de 3 / 4

4

  • Burgerlijk procesrecht
  • zaak kennisnemen ook als hij wel bevoegd, hij moet de eiser niet ontvankelijk verklaren, art 70 lid

  • Rv.
  • Klachtrecht

  • Interne klachtprocedure is voor klachten over gedragingen van aan de rechtbanken en
  • hoven verboden rechtelijke ambtenaren. Kunnen worden ingediend bij het betrokken gerecht, art 26 RO

  • Externe klachtenprocedure is voor klachten over de wijze waarop een rechtelijke
  • ambtenaar zich tegenover hem heeft gedragen. Dit wordt via de procureur-generaal bij de hoge raad ingediend, art 26 lid 4 RO

Bevoegdheid van de rechterlijke macht Uit art 112 GW volgt dat de rechtelijke macht de geschillen van burgerlijke recht berecht. Daarna moeten we opzoek naar de bevoegde rechter. De eenvoudige zaken worden behandeld in de eenvoudige kamer met één rechter, deze kan de zaak ook doorverwijzen, art 15 RV, of de meervoudige kamer met drie of vijf rechters, art 17 RV.

Internationale rechtsmacht De nederlandse rechter is bevoegd indien de zaak voldoende aanknopingspunten heeft met de nederlandse rechtsorde. Daarvoor kijken we naar art 1 RV. Die verwijst door naar verdragen en verordeningen. (Brussel I bis > van toepassing op handelszaken en burgerlijk recht zaken) brussel II- ter van toepassing op huwelijkszaken)

Stappenplan

  • Heeft de casus een internationaal element waardoor er naar internationaal recht
  • gekeken moet worden. Voor de internationale bevoegdheid van de rechter moet er gekeken worden naar Art 1 Rv.• Ja, ✓ Betreft het een EU-land > Brussel I bis. (handelszaken en burgerlijke zaken) ✓ Buiten EU > Noorwegen, Zwitserland, Ijsland > Parellelverdrag/ EVEX II ✓ Elders > art 1 RV.• Nee, kijk dan naar Nederlands recht, 1 Rv.

Toepassing van art 1 Rv • Art 1 RV • Art 2 RV: de woonplaats of verblijfplaats, afgeleid uit art 1:10 BW ook de werkelijke verblijf verstaan

• Art 6 RV: keuzemogelijkheid voor nederlandse of buitenlandse rechter

• Art 7 RV > bevoegdheid rechter • Art 8 RV > jurisdictieclausule, tussen partijen opgemaakt beding over welke rechter bevoegd is. geen juridisdictieclausule opgenomen dan kan de rechter soms zijn rechtsmacht ontlenen aan het feit dat de eiser de zaak bij de nederlandse rechter aanhangig maakt en de gedaagde geen beroep doet op ontbreken van rechtsmacht, ook wel stilzwijgende forumkeuze, art 9 onder a Rv.

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

I was amazed by the practical examples in this document. It helped me ace my presentation. Truly superb!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

1 Burgerlijk procesrecht Week 1 : Hoofdstuk 1 Hoorcollege aantekeningen: het burgerlijk procesrecht valt in te delen in het vermogensrecht en het personen en familierecht. Binnen het vermogensrecht...

Unlock Now
$ 1.00