1: Handboek hoofdstukken: 2,3,4 (1 en 29 zijn inleidende hoofdstukken) + Lechner: Hoofdstuk 9 en 10
Hoofdstuk 2: Medische Psychologie
Medische psychologie bevindt zich op het kruispunt tussen geneeskunde en psychologie. Het vakgebied richt zich op het begrijpen en behandelen van de psychologische factoren die een rol spelen bij lichamelijke aandoeningen. Mensen met een ernstige of chronische ziekte ervaren niet alleen lichamelijke beperkingen, maar vaak ook psychische problemen zoals angst, somberheid of onzekerheid. Ongeveer een derde van de chronisch zieke patiënten ervaart zulke psychische klachten, die het herstel en de therapietrouw kunnen beïnvloeden.De medisch psycholoog onderzoekt hoe emoties, gedachten en gedrag de lichamelijke gezondheid beïnvloeden — en omgekeerd. De psycholoog werkt nauw samen met artsen en verpleegkundigen om te zorgen dat de patiënt niet alleen als zieke, maar als mens wordt behandeld. Dat idee is gebaseerd op het bio-psychosociaal model van George Engel (1977).Toelichting: Dit model stelt dat ziekte nooit alleen biologisch verklaard kan worden. Psychologische (bijv. stress, copingstijl) en sociale (bijv. steun, werk, gezin) factoren spelen altijd mee. Het verving het oude ‘biomedische model’, dat zich enkel op het lichaam richtte.Werkwijzen binnen de medische psychologie De psycholoog wordt vaak ingeschakeld via een multidisciplinair overleg (MDO). Tijdens zo’n overleg bespreken artsen, verpleegkundigen en psychologen samen het behandelbeleid van patiënten.Zo wordt bepaald of psychologische hulp nodig is. Soms wordt onderscheid gemaakt tussen ziektespecifieke problemen (direct gerelateerd aan de ziekte, zoals angst voor een chemokuur) en generieke problemen (zoals een depressie die losstaat van de aandoening).Een andere veelvoorkomende vorm van zorg is het klinisch consult, dat vaak plaatsvindt tijdens een ziekenhuisopname. Hierbij onderzoekt de psycholoog hoe psychisch functioneren het herstel beïnvloedt. De psycholoog bespreekt dit eerst met de arts en vervolgens met de patiënt zelf. De interventies zijn meestal kortdurend en gericht op stabilisatie, bijvoorbeeld via: • Psycho-educatie: uitleg geven over normale psychische reacties op ziekte, zodat klachten minder beangstigend lijken.• Cognitieve herstructurering: helpen negatieve gedachten (zoals “mijn leven is voorbij”) om te buigen naar realistischer overtuigingen.• Reactivering: stimuleren van (lichte) dagelijkse activiteiten om passiviteit en somberheid te doorbreken.
• Relaxatietraining: technieken om spanning en stress te verminderen, zoals
ademhalingsoefeningen.Bij een poliklinische intake wordt de patiënt uitgebreider onderzocht, vaak met vragenlijsten of neuropsychologisch onderzoek. Het doel is een helder beeld te krijgen van de klachten, het psychisch functioneren en de invloed van de ziekte op het dagelijks leven. Zo kan een passend behandelplan worden opgesteld.Chronische ziekten en psychologische impact Chronische aandoeningen zoals kanker, diabetes, reuma, hartziekten en COPD zijn langdurig en niet volledig te genezen. Ze vragen om voortdurende aanpassing. 1 / 4
• Bij kanker spelen vaak angst, somberheid en onzekerheid een rol. Psychologische begeleiding richt zich op aanvaarding en aanpassing aan de ziektefase. Risicofactoren voor psychische problemen zijn jongere leeftijd, vrouwelijk geslacht, een geschiedenis van psychische klachten en weinig sociale steun.• Bij diabetes type 1 moeten patiënten dagelijks hun bloedsuiker reguleren. Psychische factoren zoals stress en motivatie beïnvloeden de therapietrouw. Vooral adolescenten zijn kwetsbaar, omdat zij in een levensfase zitten waarin zelfstandigheid belangrijker wordt maar impulscontrole nog niet volledig ontwikkeld is.• Bij COPD ligt de nadruk op gedragsverandering, zoals stoppen met roken en omgaan met kortademigheid. De psycholoog helpt patiënten met ademregulatie, het omgaan met beperkingen en het volhouden van behandeling.Lichamelijk onverklaarde klachten (SOLK) Bij SOLK (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten) ervaart iemand lichamelijke klachten waarvoor geen duidelijke medische oorzaak wordt gevonden, zoals chronische vermoeidheid, buikpijn of hoofdpijn.Toelichting: Deze klachten zijn echt, maar worden in stand gehouden door psychologische factoren zoals stress, overmatige aandacht voor lichamelijke signalen of vermijdingsgedrag.De behandeling richt zich op het doorbreken van deze vicieuze cirkel. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is bewezen effectief. Hierbij leert de patiënt hoe gedachten (“er is iets ernstig mis met mijn lichaam”) en gedrag (bijv. rust nemen uit angst) de klachten verergeren. Ook acceptatiegerichte therapieën, zoals ACT (Acceptance and Commitment Therapy), worden gebruikt om patiënten te leren hun klachten te accepteren en ondanks beperkingen te leven naar hun waarden.Hersenaandoeningen en neuropsychologie Bij hersenaandoeningen, zoals CVA (beroerte), traumatisch hersenletsel, dementie, epilepsie of ziekte van Parkinson, kunnen cognitieve functies (zoals aandacht, geheugen of planning) en emoties veranderen.Voorbeeld: Na een herseninfarct kan iemand traag denken, moeite hebben met concentratie en sneller geïrriteerd zijn.De klinisch neuropsycholoog onderzoekt deze veranderingen met tests en observaties en geeft
adviezen aan patiënt en omgeving. De behandeling kan bestaan uit:
• Hersteltraining (revalidatie van cognitieve functies).• Compensatiestrategieën (bijv. notitieboekje voor geheugenproblemen).• Psychotherapie aangepast aan cognitieve beperkingen, ook wel neuropsychotherapie genoemd. Hierbij worden technieken uit CGT, ACT of EMDR gebruikt, maar eenvoudiger en meer gestructureerd aangeboden.Kinderen en medische psychologie Pediatrische psychologie richt zich op kinderen met lichamelijke aandoeningen en hun gezinnen.Kinderen ervaren ziekte vaak via hun ouders; daarom is het gezin een essentieel onderdeel van de behandeling.
Bijvoorbeeld:
• Kinderen met diabetes type 1 leren omgaan met dagelijkse prikroutines, waarbij motivatie en ouderlijke steun cruciaal zijn. 2 / 4
• In de Infant Mental Health (IMH)-benadering, gericht op 0-6-jarigen, staat de ouder- kindrelatie centraal. De psycholoog helpt ouders beter af te stemmen op de signalen van hun kind, vaak via video-interactiebegeleiding.De behandelmethoden variëren van speltherapie en CGT tot ACT, EMDR (voor trauma), of systeemtherapie (gericht op de dynamiek binnen het gezin).Onderzoek en onderwijs Onderzoek binnen de medische psychologie richt zich op thema’s als behavioral medicine, gezondheidspsychologie, SOLK, arts-patiëntcommunicatie en de effectiviteit van psychologische behandelingen.Behavioral medicine bestudeert hoe gedrag en psychologische processen gezondheid beïnvloeden.Gezondheidspsychologie focust op preventie, gedragsverandering (zoals stoppen met roken) en therapietrouw.In het onderwijs aan artsen en zorgprofessionals is het bio-psychosociale denken inmiddels standaard. Studenten leren vaardigheden als empathisch communiceren, het herkennen van psychische signalen en shared decision making – het samen met de patiënt nemen van behandelbeslissingen.Opleiding en organisatie De master Medische Psychologie (Tilburg University) biedt een brede basis in het vak. Psychologen die verder willen specialiseren kunnen de postmasteropleiding tot GZ-psycholoog volgen, en daarna eventueel tot klinisch psycholoog of klinisch neuropsycholoog.In ziekenhuizen werken psychologen vaak in vakgroepen medische psychologie, waar zij zorg, onderwijs en onderzoek combineren. De zorg wordt bekostigd via het DBC-systeem (Diagnose Behandel Combinatie).Belangrijke beroepsorganisaties zijn de Landelijke Vereniging van Medische Psychologie (LVMP), het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en de Nederlandse Vereniging van Gezondheidszorgpsychologie (NVGzP).
- / 4
Hoofdstuk 3: Medisch- specialistische revalidatie
Medisch-specialistische revalidatie (MSR) vormt een uitdagend en veelzijdig werkveld binnen de gezondheidszorg. Het is niet gericht op genezing, maar op het minimaliseren van de gevolgen van chronisch-somatische aandoeningen en het herstellen of behouden van zelfstandigheid en participatie in het maatschappelijk leven. Bij revalidatie draait het vooral om leren leven met een beperking. MSR is een geïntegreerde zorgvorm waarbij verschillende disciplines – zoals revalidatiearts, psycholoog, fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist en maatschappelijk werker – samenwerken onder leiding van een revalidatiearts om, samen met de patiënt, herstel van functioneren te realiseren.Binnen MSR worden uiteenlopende diagnosegroepen behandeld, zoals aandoeningen van het bewegingsapparaat, amputaties, hersenletsel, neurologische aandoeningen, dwarslaesies, orgaanproblemen en chronische pijn. De centrale missie van MSR is patiënten – volwassenen én kinderen – te helpen omgaan met beperkingen en hen in staat te stellen zo zelfstandig mogelijk te participeren in de samenleving. De reikwijdte van de behandeling varieert van de acute herstelfase tot langdurige ondersteuning bij complexe participatieproblemen.Het International Classification of Functioning (ICF)-model is een belangrijk denk- en werkmodel
in revalidatie. Het kent verschillende centrale begrippen:
• Lichaamsfuncties: de fysiologische en psychologische functies van het lichaam, zoals spierkracht, stemming of geheugen. Problemen heten hier een stoornis.• Anatomische eigenschappen: de lichamelijke structuren zoals organen en ledematen.Afwijkingen zijn eveneens een stoornis.• Activiteiten: alledaagse handelingen zoals aankleden, lopen, communiceren. Problemen noemen we activiteitbeperkingen.• Participatie: deelname aan het maatschappelijk leven zoals werk, school, gezin, hobby’s en sociale contacten. Problemen heten participatieproblemen.
• Externe factoren: de omgevingsinvloeden, zoals sociale steun, woonomgeving,
hulpmiddelen, zorg, werkplek.• Persoonlijke factoren: individuele variabelen, o.a. leeftijd, geslacht, opleiding, copingstijl, motivatie en karaktereigenschappen.Deze componenten staan continu in wisselwerking met elkaar. Een stoornis leidt vaak tot activiteitbeperkingen, wat weer kan resulteren in participatieproblemen – hoe ernstig de gevolgen zijn, hangt af van de externe en persoonlijke context. Het ICF-model helpt om breed te kijken en om een behandeling af te stemmen op alle facetten van het leven.Revalidatie is altijd multidisciplinair teamwork. Binnen diagnose- of doelgroepgebonden teams werken verschillende specialisten samen. De psycholoog binnen het revalidatieteam is specifiek deskundig in de diagnostiek en behandeling van cognitieve, emotionele en gedragsmatige problemen, maar ondersteunt ook collega’s in het omgaan met deze aspecten.Een centraal principe voor revalidatiepsychologie is het bio-psychosociaal model: naast medische factoren spelen ook persoonlijke en omgevingsfactoren een grote rol. Functionerenontstaat uit de
- / 4