- / 3
- / 3
- – Inleiding tot persoonlijkheidspsychologie
Vier belangrijke begrippen
In de persoonlijkheidspsychologie staan vier cirkels centraal:
Individuele verschillen: de manier waarop mensen van elkaar verschillen in
gedrag, gevoelens en gedachten.
Persoonlijkheid: de combinatie van eigenschappen die iemand uniek maakt.
Temperament: de basis van iemands persoonlijkheid, al zichtbaar bij baby’s.
Karakter: de typerende kenmerken van een persoon, zoals eerlijkheid of
doorzettingsvermogen.De temperamenten van Galenus De Griekse arts Galenus dacht dat het lichaam uit vier vloeistoffen bestond: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal.
Elke vloeistof hoorde bij een temperament:
Sanguinisch (bloed): vrolijk en sociaal
Flegmatisch (slijm): rustig en betrouwbaar
Cholerisch (gele gal): energiek en snel boos
Melancholisch (zwarte gal): gevoelig en serieus
Temperament bij baby’s Ook baby’s verschillen in gedrag: sommige zijn rustig, anderen druk of snel overstuur. Deze vroege verschillen noemen we temperament. Temperament vormt de basis voor iemands latere persoonlijkheid.Stabiliteit in persoonlijkheid
Er zijn twee manieren om te kijken naar stabiliteit van persoonlijkheid:
Rangordestabiliteit: gaat over of de volgorde tussen mensen hetzelfde blijft.Bijvoorbeeld: als iemand op 10-jarige leeftijd het meest extravert is, is die persoon dat op 20-jarige leeftijd vaak nog steeds.Mean-level stability: kijkt naar het gemiddelde van een eigenschap in een groep.
Bijvoorbeeld: worden mensen gemiddeld rustiger of juist drukker met de jaren?
Deze vormen van stabiliteit worden onderzocht met vragenlijsten die mensen op verschillende leeftijden invullen.Identiteitsproblemen
Er zijn twee veelvoorkomende identiteitsproblemen:
Identiteitstekort: je weet niet goed wie je bent of wat je wilt.
- / 3