- Spelling van werkwoorden
Stam, Tegenwoordige tijd (Op dit moment, de huidige tijd) Gebruik Loop of Smurf om te achterhalen op het alleen de STAM is of
STAM+T
worden fietsen ik wordstam ik fiets jij wordt, u wordt, wordt u stam + -t jij fietst, u fietst, fietst u word jijstam fiets jij hij, zij, het wordtstam + -t hij, zij, het fietst wij, jullie, zij worden stam + -enwij, jullie, zij fietsen
- Hele werkwoord –EN.
- Gebruik IK voor de stam ( Beloven= Ik beloof, Doen = Ik doe. Zo kort
- Heeft de STAM 1 van de medeklinkers van het ‘T-EX-KOFSCHIP dan
mogelijk maken.) ’T EX-KOFSCHIP (verleden tijd en voltooid deelwoord)
krijgt de verleden tijd een TE(N) en het voltooid deelwoord een T. –E bij enkelvoud en –EN bij meervoud. Geïnternet moet met twee puntjes op de I.
VB: stak(ja)-, straf(ja)-, schrobb(nee)-, zwev(nee)
Is de laatste letter uit “T EX-KOFSCHIP
Verleden tijd: Staakte , strafte / schrobde, zweefde
- Werkwoorden met de stam eindigend op –SJ is de S leidend en wordt het
- De dertiger verraadde het geslacht van het ongeboren kind ( Enkelvoud
- DE)
- De grote man liep verbaasd weg (Bijvoegelijk naamwoord)
- Het ijzeren hek is niet weg te denken (Bijvoegelijk naamwoord +N)
- De kinderen zeefden het zand ( Zeef infinitief, verleden tijd, meervoud
- Woorden die je voor het zelfstandig naamwoord kan zetten. (De
- Stofelijk bijvoeglijk naamwoord zegt iets over hoe iets gemaakt is. (de
- Het voltooid deelwoord kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn .
- Voltooid deelwoorden die al op een –en eindigen en worden gebruikt
- / 1
dus in de verleden tijd een T. Verramsjen, cashen, douchen = verramsjt, gecasht, gedoucht Bijvoegelijk naamwoord of verleden tijd
dus met een N) Bijvoegelijk naamwoorden
sympathieke dame)
gouden koets)
Deze krijgen ook een e. (de geredde schipbreukelingen.)
als bijv. naamwoord veranderen niet . (de omgestoten vaas of de