1.2 warming up en cooling down
Warming-up: tijd van voorbereidende oefeningen voorafgaand aan een wedstrijd of
training om de opvolgende prestatie of training te verbeteren en blessures te voorkomen.
9 positieve effecten van een warming-up:
1.De ademhaling wordt sneller en dieper waardoor de opname van zuurstof beter verloopt.
2.Er wordt meer bloed per minuut rondgepompt omdat de hartslagfrequentie toeneemt.
3.De bloedverdeling in het lichaam wordt aangepast. Er gaat meer bloed naar de spieren ipv de organen en hersenen.
4.De temperatuur in de spieren neemt toe tot 38/39 graden waardoor de stofwisseling beter verloopt.
5.Spieren, gewrichten en pezen worden soepeler.
6.De smering van de gewrichten verloopt beter.
7.Toename van lenigheid, coördinatie en geleidingssnelheid.
8.Maximale kracht neemt toe.
9.Pijngrens wordt verlegd.
4 aandachtspunten waar je rekening mee moet houden:
1.Intensiteit: van lage intensiteit naar hoge intensiteit.
2.Impact: van ‘low impact’ naar ‘high impact‘.
3.Bewegingsuitslagen: van kleine bewegingen naar grote.
4.Moeilijkheidsgraad: begin met makkelijkere oefeningen.
De klassieke warming up:
1.Algemene warming-up -Minimaal 10 minuten -Ademhaling en bloedsomloop op gang brengen -Zoveel mogelijk spieren gebruiken -huppelen, aansluitpas, armen zwaaien etc.
2.Stretchen
- spieren, pezen en banden op lengte brengen
- duurt ongeveer 5 minuten
- 2 soorten stretchen:
1.statisch stretchen; rek alleen de spiergroep die je nodig hebt tijdens je sport.
2.dynamisch stretchen; gecontroleerde, sportspecifieke bewegingen over de hele lengte van de spier.
- / 1