• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

1.Multidimensionele diagnostiek

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

1.Multidimensionele diagnostiek 1.1.1.Classificatie versus diagnostiek Classificatie is het beschrijven van bepaalde ziektebeelden aan de hand van specifieke kenmerken (symptomen). Het gaat om waarneembaar gedrag en introspectie. DSM-5 en ICD-10 zijn de belangrijkste classficatiesystemen.

Voordelen van classificatie:

-Leidt tot uniformiteit met betrekking tot de wijze waarop ziektebeelden worden gedefinieerd.-Het verhoogt de betrouwbaarheid en daardoor heb je meer duidelijkheid bij research -Soms is een label nodig voor het bepalen van de behandeling.

Nadelen van classificatie:

-Er wordt hierbij geen rekening gehouden met individuele verschillen -Het is niet gebaseerd op theorie -Het gaat uit van een medisch model: men beschrijft de ziekte, maar niet de zieke -Het is een alles-of-niets systeem: je krijgt of een diagnose of niet, terwijl er veel overlap zit tussen diagnoses Een belangrijke vraag is: ‘Wat is normaal?’ Een aantal opvattingen: -Een patiënt kan zwak zijn, maar tegelijkertijd ook symptoomvrij door een goede omgeving, rust en structuur. De onderliggende structuur komt niet aan de orde in de DSM-5, tenzij het zich uit in manifeste symptomen.-Culturele gezichtspunt: Wat in ene cultuur normaal is, hoeft in een andere cultuur niet normaal te zijn.-Statistische gezichtspunt: Er is sprake van abnormaliteit als de patiënt, vergeleken met de populatie, te sterke of zwakke trekken of symptomen vertoont die de patiënt ernstig hinderen in diens functioneren. Dit is vooral bij de DSM-5 het geval.Deze punten geven dan ook aanleiding voor een toenemende belangstelling voor dimensionale en structurele modellen van diagnostiek Psychodiagnostiek is het onderzoeken van de individuele patiënt, met betrekking tot: de voorgeschiedenis, de structuur van de persoonlijkheid, de dynamiek, de termperaments-en persoonlijkheidstrekken, de regulatie van het zelfgevoel, de sociale omstandigheden, de steunbronnen, de coping-en afweerstijlen, de subjectieve opvattingen over de werkelijkheid, de intelligentie, de aard van de emotieregulatie en het interpersoonlijke gedrag.

1.1.2.Multidimensionele diagnostiek

Het model beschrijft een aantal domeinen waarop diagnostiek plaatsvindt:

-Domein 1. Deze richt zich op de zichtbare symptomen. Alle hoofdstukken van de

DSM-5 kun je dus hierbij gebruiken. Instrumenten: semi-gestructureerde

interviews, zelfrapportagevragenlijsten, klachtenlijsten.-Domein 2. Deze richt zich op objectieve aspecten van de sociale omgeving. Er wordt hierbij gekeken naar de emotionele, relationele en professionele eisen die gesteld worden aan de patiënt, steun uit de omgeving, stressoren, belastende

levensgebeurtenissen en kwaliteit van leven. Meetinstrumenten: niet alleen

vragenlijsten, maar ook informatie verzamelen van informanten, zoals familie etc. 1 / 3

-Domein 3. Cognities, attributies en cognitieve schema’s worden hierbij in kaart

gebracht. Cognitieve schema’s: Informatieverwerkende structuren die zorgen

voor de waarneming van innerlijke en uitwendige werkelijkheid en interpreteren en dit is dus verantwoordelijk voor de emotionele- en gedragsreacties. Schema- modes: verzamelingen van schema’s die een mentale toestand, waarin een patiënt zich kan bevinden, weergeven, bijvoorbeeld ‘het verlaten kind’. Instrumenten: vragenlijsten over schema’s, zoals van Young, de Schema Mode Inventory of door Personality Disorder Belief Questionnaire. Ook kan je gebruikmaken van de neerwaartse spiraaltechniek, waarmee je basisassumpties kan opsporen -Domein 4. Concepten in dit domein: verlangens, motieven, identiteitsdiffusie, aard en kwaliteit van afweer en aard van angsten. Er wordt hierbij gekeken naar het zelfgevoel en hoe deze gereguleerd wordt. Naast deze expliciete processen, zijn er ook impliciete processen in een mens, maar hiervoor zijn nog geen betrouwbare instrumenten. Het bestaan ervan kan alleen afgeleid worden uit gedrag op bepaalde situaties en de manier waarop hij emoties uit. Het gaat om schema’s die in de kindertijd ontstaan zijn die automatisch en impliciet zijn, maar sturen wel het gedrag. Deze schema’s spelen meer een rol naarmate de heftigheid van reacties in het hier en nu minder te begrijpen zijn uit de objectieve aard van de situatie. De aanwezigheid moet dan ook afgeleid worden uit de context van het levensverhaal van de patiënt. Ook kan je gebruikmaken van het feit dat de toegankelijke schema’s vaak een uiting zijn van onbewuste en minder toegankelijke schema’s  bijv. schema van perfectionisme komt voort uit een minder zichtbaar schema, namelijk de zelf zien als nietig en onbelangrijk. Impliciete schema’s kan je ook naar boven halen met de TAT en Rorschach. Een ander punt in dit domein is persoonlijkheidsorganisatie: is er sprake van rijpheid van de persoonlijkheid, is er sprake van een defect/conflict.-Domein 5. Gaat over hechtingsstijlen en mentale representaties van vroegere hechting in relatie tot eerdere traumatische ervaringen. Vroege hechtingservaringen met ouders vormen de basis voor interne modellen van de zelf in relatie tot anderen. Problematiek in sociale aspecten kan komen door een

negatieve ervaring met een ouder. Angstig-gepreoccupeerd: als kind inconsistent

behandeld, de wijze waarop ouders reageerden lag aan hun stemming. Deze hechtingsstijl komt vooral voor bij internaliserende problemen. Afwijzende

hechtingsstijl: affectief verwaarloosd of alleen gezien als zij tegemoetkwamen

aan de wensen van de ouders. Dit komt vooral voor bij gedragsstoornissen, antisociale en narcistische persoonlijkheidsproblemen. Angstige hechting: de zelf

wordt als slecht beleefd en de ander ook, gepreoccupeerd: zelf is slecht, maar

anderen goed, vermijdend: zelfbeeld erg positief en ander gedevalueerd.

Instrumenten: zelfrapportagehechtingsvragenlijsten, zoals Relatioship

Questionnaire, Relationship Scales, Questionnaire, Parental Bonding Instrument.

Adult Attachment Interview gaat over hoe iemand vertelt over zijn hechting:

onderkoeld/idealiserend/bagatelliserend  afwijzend, overbetrokken/boos  gepreoccupeerd. Wanneer er niet echt een manier is kan het gedesorganiseerd/onverwerkt zijn bijvoorbeeld bij verlies/trauma etc. wat dan nog niet verwerkt is. Deze vorm van hechting, samen met een onveilige gehechtheidrepresentatie is vaak een voorspeller van meerdere vormen van psychopathologie. Ook komt in dit domein naar voren: theory of mind, 2 / 3

metacognitieve controle, mentaliseren en reflectieve functie. Reflectieve functie gaat over het kunnen denken over andermans denken en past binnen een veilige hechting.-Domein 6. Metingen van stabiele persoonlijkheidstrekken en temperamentfactoren. Bijv. de Big 5, maar deze meet vooral normale persoonlijkheidstrekken en is minder van toepassing op de patiëntenpopulatie.Psy-5 is hier meer voor geschikt.

1.2.1. Interacties tussen de domeinen van het model in het perspectief van de ontwikkeling Verstoring van hechting gaat samen met genetische make-up en kwetsbaarheid van iemand. Veel stress tijdens de ontwikkeling kan het brein verstoren door veel stresshormonen, waardoor de responsiviteit hoger of lager is. De kans op het ontwikkelen van latere psychopathologie wordt hierdoor hoger.Omgevingsstress kan de trekken van een kind ook versterken  wanneer kind al angstig was, kan zo een situatie deze nog angstiger maken. Hierdoor ontwikkelt het kind waarschijnlijk een angstig-ambivalente of angstig-vermijdende hechtingsstijl, met als gevolg problemen in de seperatie van de ouders. Opvoedstijl kan ook verschillend werken bij elk kind, want het heeft ook te maken met het kind zelf. Ook kunnen trekken van een kind zorgen voor een bepaalde opvoeding, bijv. angstig  overbeschermende ouders.

1.2.2. Interacties tussen de domeinen van het model in het perspectief van de huidige psychopathologie Met name bij persoonlijkheidsproblemen: neiging tot externe en interne stimuli selectief te interpreteren (in overeenstemming met hun schema’s, domein 3) en situaties op te zoeken (domein 2) en die gedragingen te vertonen (domein 1) die voor hun gevoel het beste passen bij hun dysfunctionele schema’s en trekken (domein 6), waardoor zij een groot risico lopen voortdurende bevestiging te vinden voor hun dysfunctionele schema’s, waardoor hun kwetsbaarheid wordt versterkt. Zo zal een patiënt die anderen alleen ziet als afwijzend (domein 3) en daardoor uiterst defensief/agressief met anderen omgaan (domein 1), vooral afwijzing ontmoeten (domein 2), wat zijn schema bevestigt (domein 3).Young stelt: schemacompensatie en schemavermijding leiden tot schemabevestiging  spiraal.Zo is er ook een wederkerige negatieve feed-back loop tussen depressie (domein 1) en persoonlijkheids-en temperamentdimensies (domein 6). Over relatie tussen As – I en

As – II zijn meerdere hypotheses die elkaar niet uitsluiten:

-Kwetsbaarheidshypothese : Persoonlijkheidstrekken worden gezien als

kwetsbaarheidsfactor voor het ontstaan van As – I.-Psychoplastiehypothese : Persoonlijkheid voorspelt de ernst en beloop van As – I.-Complicatie- of littekenhypothese: Persoonlijkheidskenmerk verandert tijdelijk of blijvend onder invloed van As – I.

-Continuïteitshypothese: Bepaalde persoonlijkheidstrekken kunnen een prodroom

zijn van een bepaald toestandsbeeld.-Gemeenschappelijke etiologiemodel: Zowel As – I en As – II maken deel uit van één spectrum, waarbij de etiologische factoren gelijk zijn. Bijv. bij depressie is een

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

1.Multidimensionele diagnostiek 1.1.1.Classificatie versus diagnostiek Classificatie is het beschrijven van bepaalde ziektebeelden aan de hand van specifieke kenmerken (symptomen). Het gaat om w...

Unlock Now
$ 1.00