- / 3
Celstructuur 1.Wat is het verschil tussen prokaryote en eukaryote cellen?oProkaryoten hebben geen celkern en organellen, terwijl eukaryoten wel een celkern en membraanomsloten organellen hebben.
2.Welke organellen zijn uniek voor plantencellen?oCelwand, chloroplasten en een grote vacuole.
3.Wat is de functie van ribosomen?oEiwitsynthese.
4.Wat is de functie van het endoplasmatisch reticulum (ER)?oRER: eiwitsynthese; SER: lipidesynthese en ontgifting.
5.Hoe verschilt een mitochondrion van een chloroplast?oMitochondria maken ATP door celademhaling, terwijl chloroplasten glucose produceren door fotosynthese.Celmembranen en Transport 6.Wat is het verschil tussen passief en actief transport? 2 / 3
oPassief transport vereist geen energie en volgt de concentratiegradiënt, terwijl actief transport energie nodig heeft om stoffen tegen de concentratiegradiënt in te verplaatsen.
7.Wat is osmose?oDe beweging van water door een semi-permeabel membraan van een lage naar een hoge concentratie opgeloste stoffen.
8.Welke soorten blaasjestransport bestaan er?oEndocytose (fagocytose en pinocytose) en exocytose.
9.Wat is de rol van natrium-kaliumpompen?oZe transporteren natriumionen uit de cel en kaliumionen in de cel om een membraanpotentiaal te behouden.
10.Welke stoffen passeren gemakkelijk door het celmembraan?oKleine, apolaire moleculen zoals zuurstof en koolstofdioxide.Stofwisseling 11.Wat is glycolyse en waar vindt het plaats?oDe afbraak van glucose tot pyruvaat in het cytosol.
12.Wat is de eindreactie van aerobe celademhaling?oC6H12O6 + 6O2 → 6CO2 + 6H2O + energie (ATP).
13.Wat gebeurt er bij melkzuurgisting?oGlucose wordt omgezet in melkzuur, zonder zuurstof.
14.Wat is het doel van de Krebs-cyclus?oHet genereren van NADH en FADH2 voor de elektronentransportketen.
15.Wat is ATP en waarom is het belangrijk?oAdenosinetrifosfaat is een energiedrager in de cel.Fotosynthese 16.Wat zijn de twee fasen van fotosynthese?oDe lichtreactie en de donkerreactie.
17.Waar vindt de lichtreactie plaats?oIn de membranen van de thylakoïden in chloroplasten.
- / 3