1
Hoorcollege 1 Agenda
- Introductie
- Doelstelling en opbouw van het vak Vennootschapsbelasting
- Hoorcollege Inleiding op de Wet Vpb 1969 en de subjectieve belastingplicht
- Vooruitblik op week 2
Opbouw van het vak VPB
- Doel
- Opbouw colleges
- Tussentijdse toets en tentamen
- Tentamenstof
Doel • Diepgaande kennis van en inzicht Vpb en DB • Vaardigheid om fiscaal-juridische en maatschappelijke aspecten Vpb en DB in onderlinge samenhang te beoordelen en daarover kritisch na te denken • Toepassen van kennis Vpb en DB in complexe casus
Colleges en werkgroepen • Opbouw 14 colleges, afwisseling hoorcollege / opdrachten
• Oude tentamenvragen: dus gedurende de colleges al oefenen
• Vijf facultatieve werkgroepen: oefenen aan de hand van voorbereide opgaven. Geen nieuwe stof
Tussentoets en tentamen • Facultatieve tussentoets (11 januari 2018): theorievragen over eerste 9 colleges. Maximaal 25 punten in te zetten bij het (her)tentamen • Tentamen (1 februari 2018): direct na de colleges, dus al tijdens de colleges is voorbereiding vereist!
Tentamenstof • Tentamenstof: in de studiewijzer aangegeven onderdelen van “G.C. van der Burgt e.a., Studenteneditie 2017-2018, Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), Deventer: Kluwer 2017”; en • overige verplichte literatuur in de studiewijzer en op Canvas.NB: ook onderwerpen die niet (expliciet) op de colleges worden behandeld, maar die wel voorkomen in de aangegeven verplichte passages, behoren tot de tentamenstof, en vice versa!
Inleiding Vpb, subjectieve belastingplicht – thema’s
- Achtergrond en context Wet Vpb
- Structuur Wet Vpb
- Subjectieve belastingplicht
Achtergrond en context VPB Sinds 2012 is de VPB al voorpagina nieuws, met name gericht op multinationals die belastingheffing proberen te ontwijken. Je hebt in de actualiteit GAFA (google, amazon, facebook en apple) waarbij de vraag bestaat of er verboden staatssteun geboden wordt. Voorbeeld: je koopt een boek bij Amazon via een Engelse website en betaalt met ponden. Dat boek wordt afgeleverd door een Engelse postbode. De winst met de verkoop van het boek hoort dan niet neer te slaan in Luxemburg zoals nu wel gebeurt.
- / 4
2
Sinds 2012 is de wet op de VPB aangescherpt. Er komen meer aanscherpingen aan. We zitten momenteel in een omwenteling, aangezien de huidige VPB niet amper rekening houdt met multinationals. De VPB is aan het einde van zijn latijn. Ter illustratie hiervan het volgende voorbeeld:
De OESO heeft gekeken naar hoe de gaten gedicht moeten worden om zo de multinationals weer in het gareel te krijgen. Binnen de Europese Unie wordt het versneld uitgevoerd. De OESO heeft geen wetgevende macht, maar is slechts een politiek samenwerkingsverband. De Europese Unie kan verordeningen en richtlijnen uitvaardigen. De Europese Unie kan dus tot implementatie van aanbevelingen van de OESO overgaan. Op 5 oktober 2015 zijn de OESO rapporten gepubliceerd op het terrein van 15 actiepunten, we zitten dus midden in het implementatietermijn. Maar midden 2017 kwam Frankrijk met het probleem dat Google geen belasting betaalt in Frankrijk, terwijl Google wel geld ontvangt voor het tonen van advertenties die bekeken worden door burgers van Frankrijk.Frankrijk begon een procedure tegen Google met de stelling dat er een vaste inrichting van Google in Frankrijk aanwezig was. Dit werd door de Franse rechter afgewezen. Vervolgens werd voorgesteld om met een geheel nieuwe belasting te komen van ‘X% over de omzet die GAFA behaalt in de Franse markt’.Dus van een winstbelasting werd geswitcht naar een omzetbelasting om zo het probleem van onbelast inkomen van grote internet giganten te takelen.
Dit laat zien dat de huidige VPB met alle instrumenten die daar van oudsher in zitten niet meer voldoende is om dit soort nieuwe bedrijfsvormen die niet aan een land gebonden zijn onderhevig te laten zijn aan vennootschapsbelasting. We zitten met een VPB die niet meer geschikt is in de huidige economische setting.
Verhouding VPB/IB en belang VPB Waarom hebben we de wet VPB? Wat gebeurt er als je geen VPB hebt? Voor het globaal evenwicht is VPB ingevoerd. De VPB is de gatenstopper voor de IB. Omdat we een IB hebben, is een VPB nodig. Als er geen VPB was dan zouden alle ondernemers hun onderneming inbrengen in een BV en genieten van belastingvrijdom.Kan er dan niet beter een fictie bedacht worden waarin staat dat een IB ondernemer/natuurlijk persoon die zijn onderneming inbrengt in een BV geacht wordt belastbare feiten in de IB sfeer te verrichten? Nee, want dit werkt niet voor GAFA. Achter dergelijke lichamen zit namelijk niemand, alleen maar aandeelhouders all over the world op de beurs. De VPB bedient met één grondslag en één tarief twee groepen: de grensoverschrijdende multinationals (GAFA) en de DGA familie bedrijven.Maar dit gebeurt niet met dezelfde functie. Immers voor de DGA familie bedrijven is de functie gaten stoppen voor de IB en voor GAFA is het een hele andere functie. Het is dus lastig om met een oplossing te komen die aan beide groepen recht doet.
Wat gebeurt er als grote multinationals geen belasting betalen? Dus wat gebeurt er nou als de bovenstaande fictie er wel komt en we door rechtspersonen heen kijken? Dan heb je dus evengoed de gatenstop functie voor IB t.a.v. de DGA familie bedrijven. Een kleine kruidenier wordt namelijk niet zomaar een multinational. Er is belastingvrijdom voor multinationals. Dit is oneerlijk vanuit het beginsel van gelijkheid. De VPB bewaakt dus ook de integriteit van het fiscale systeem. Daarom moeten multinationals dus ook belasting betalen, anders ontstaat er ongelijkheid. Er wordt dus met VPB ook een soort gelijkheid ingebouwd. Vandaar dat multinationals belasting moeten betalen en niet vrijgesteld dienen te worden, i.v.m. angst voor opstand. Is het macro economisch ook belangrijk dat multinationals belasting betalen? Nee niet echt. Als je naar de cijfers kijkt levert het niet heel erg veel op.
Dus belang VPB:
- Gatenstop functie IB
- Angst voor volkswoede/opstand
- / 4
3
Relatief belang VPB Het relatieve belang van de VPB is 7 á 8% van de totale belastingopbrengsten. De gehele VPB is minder dan 3% van het bruto nationaal product. De loonheffing en omzetbelasting zijn daarentegen erg groot.De IB weer niet, die is zelfs negatief door de hypotheekrente aftrek.
Naast het geringe relatieve belang heeft de VPB ook sterk verouderde concepten. Dit zijn beide redenen die pleiten vóór afschaffing van VPB.
Alternatieve stelsels
- Een alternatief stelsel is een uitdelingsbelasting; het belasten van dividend en het onbelast
- Ook zou een alternatief een forfaitair rendement op het vermogen kunnen zijn. Dus een balans
- Ook kan je een percentage van de omzet belasten als winst (dit was het voorstel van Frankrijk).
laten van winst. Maar het nadeel is dat er dan niks belast wordt als je winst oppot.
pakken en dit belasten tegen een bepaald percentage, dat zie je vervolgens als winst. Nadeel hiervan is dat het wereldwijd moet, anders krijg je aansluit problemen.
In het kort:
• Europese context Positieve harmonisatie Ooit zijn alle lidstaten begonnen met een eigen winstbelasting systeem. Daarna kwam de EU tot stand en zijn de lidstaten hun systemen een beetje op elkaar gaan afstemmen. Pas in 1990 kregen we de eerste harmonisatie op het gebied van moeder-dochter richtlijn en de fusie richtlijn. Voorbeeld: dividenden binnen de EU kunnen worden uitgekeerd van een Duitse dochter naar een Franse moeder zonder heffing van dividend belasting en winstbelasting over dividend. Dat is namelijk dubbele heffing, nu de winst al in Duitsland werd belast. Als je de winst omhoog uitkeert, aan een moeder binnen de EU, hoeft het niet nog een keer worden belast. Zeker niet gezien de interne markt die we hebben. Er is dus op een klein onderdeel harmonisatie geweest doormiddel van verordeningen en richtlijnen en daarna is het lang stil gebleven.
Negatieve harmonisatie Hierna is er in de VPB vooral een negatieve harmonisatie geweest.
- Onze VPB vertoond littekens als je de oude VPB erbij pakt, doordat bepalingen moesten
- Daarnaast was er een verhoogde inzet van staatssteunfaciliteit. Staatssteun mag niet. Er komt
worden geschrapt of aangepast vanwege strijdigheid met fundamentele vrijheden ex.jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie.
steeds meer actie vanuit Brussel om dit tegen te gaan. Als een maatregel in de wet wordt aangemerkt als een bevoordeling van belastingplichtigen en het een relatief nieuwe maatregel is, dan heeft de belastingplichtigen als vast komt te staan dat er sprake is verboden staatssteun de verplichting om alsnog dit voordeel + rente terug te betalen aan de staat. De staat die dit voordeel bewust heeft gegeven moet dit geld ook innen.
We hebben de Europese gedragscode groep: EU Code of Conduct on Business Taxation (1997). Dat is een politiek akkoord dat lidstaten met elkaar hebben gesloten. Hierin hebben ze afgesproken dat ze niet meer doen aan schadende belastingregimes. De gedragscode is dus gericht tegen ‘harmful tax competition’ tussen de lidstaten. Het is dus bedoelt om schadelijk geachte belastingregimes te monitoren. Voorbeeld harmful tax competition: als een Duitse fabrikant een autofabriek in Nederland opent, dan krijgt hij een gunstiger afschrijvingsregiem en belasten we een deel van de winst niet waardoor de belastingdruk maar 3% is. Als je dat doet heb je een schadelijk regiem nu je investeringen uit Duitsland wegtrekt naar Nederland. Op die manier ben je agressief jegens je buurland bezig om bedrijfsactiviteiten naar je toe te trekken met een fiscaal instrument. De Europese gedragscode groep heeft ondertussen 500 maatregelen van de lidstaten onder de loep genomen, waarvan 300 als schadelijk zijn aangemerkt en zijn afgebouwd. 3 / 4
4
Kortom - lidstaten mogen niet selectief fiscaal voordeel verlenen. Bijv Starbucks, Apple, Fiat, Amazon, Engie. EU Actieplan (juni 2015) tegen Double non-taxation en Agressive Tax Planning (‘ATP’) heeft geleid tot ATAD en ATAD II.
• Internationale context Een belangrijk belang van de internationale en Europese context is transparantie door middel van gegevensuitwisseling. Dit heeft zich de afgelopen jaren voltrokken.
We hebben in Nederland een toegankelijke belastingdienst doordat we een klein land zijn. Daardoor is het mogelijk om onduidelijkheden snel op te helderen. Op die manier kan je proberen samen met de belastingdienst redelijk de wet toe te passen door middel van vaststellingsovereenkomsten. Deze vaststellingsovereenkomsten zijn in een soort database gevoegd, terwijl ze in beginsel golden voor een individu. Zodoende wordt het een soort internationaal recht.
Dus uitwisseling van afspraken die met belastingdiensten wereldwijd gemaakt zijn en uitwisseling van informatie van belastingplichtigen zijn belangrijk om te onthouden in het kader van de internationale context.
Historie De gatenstop functie van de VPB voor de IB is nog steeds relevant. De complementaire functie van de VPB is dat we ook direct de winst van lichamen belasten.
Een belangrijke vraag bij de complementaire functie is de toerekeningsvraag; Wie is het belastingsubject? Zijn de oprichtingsakte/statuten en het feit dat er rechtspersoonlijkheid wordt toegekend aan de NV voldoende om de NV te zien als belastingsubject? Eerst vonden we dat het natuurlijk persoon belastingsubject was en zijn we het ontvangen dividend gaan belasten. Dus uitgangspunt was het belasten van uitdelingswinst aan natuurlijk personen. Dat hebben we nu achter ons gelaten door globalisering en schaalvergroting. Momenteel zijn we meer bezig met de vraag ‘wie de onderneming drijft, de aandeelhouder of de vennootschap’ om zo te bezien of het lichaam in de VPB betrokken moet worden. Als je vindt dat de aandeelhouder dit doet, dan zie je de vennootschap dus als een verlengstuk van de aandeelhouder. Vind je dat de vennootschap het doet, dan zie je deze
als een economisch zelfstandige entiteit. Het volgende geldt:
- Bij de NV en BV zijn het de NV en BV zelf, nu het kapitaalvennootschappen zijn met
- Bij een VOF geldt dat de vennoten de onderneming drijven, doordat de vof geen
- De open CV (bestaat alleen fiscaal gezien maar civiel gezien niet) heeft geen
- Bij binnenlandse lichamen is het makkelijk om door te prikken naar het achterliggende
- / 4
rechtspersoonlijkheid. Ze nemen deel aan het economisch verkeer door hun rechtspersoonlijkheid (ze kunnen eigendom hebben etc.). Wel kan je je twijfels hebben bij de zelfstandigheid van een NV of BV in het geval er sprake is van een DGA. Wel rechtssubject.
rechtspersoonlijkheid heeft. Aanknopingspunt zijn dus de vennoten/ondernemers. Daarbij geldt er hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennoten. We kijken dus door de VOF heen, deze is fiscaal transparant, en komen dus in de IB terecht bij de vennoten. Maar de vennoten kunnen op hun beurt wel gewoon rechtspersonen zijn, dus je kan evengoed in de VPB terecht komen op die manier (maar niet via de vof zelf). Dus geen rechtspersoonlijkheid i.c.m. met hoofdelijke aansprakelijkheid maakt dat we door de VOF heen kijken. Geen rechtssubject.
rechtspersoonlijkheid, maar is voor de commanditaire vennoot niet fiscaal transparant. De open CV wordt voor dat deel dus in de VPB betrokken. Wel rechtssubject.
persoon. Maar bij multinationals is het niet makkelijk om door te prikken naar achterliggende personen, doordat aandelen continu worden overgedragen. Daarbij is het lastig om achterliggende personen in de belastingheffing te betrekking, als je ze überhaupt al weet te vinden. Bij hen wordt winst dus toegerekend aan de lichamen zelf en niet aan de achterliggende personen. Wel rechtssubject.