[39] PLAN VAN BEHANDELING
Dit hoofdstuk behandelt enkele beginselen die aan ons contractenrecht ten grondslag liggen.De meeste verbintenissen vinden hun oorsprong in een overeenkomst, i.e. een rechtshandeling die tot stand komt door het overeenstemmen van twee of meer partijen en die gericht is tot het scheppen van verbintenissen (scheppen van een plicht en een vordering).Beginselen zijn van belang om te de volgende vraag te kunnen
beantwoorden: “is een overeenkomst daadwerkelijk gesloten?
Zo ja, wat is haar inhoud?”
Men moet kijken naar (o.a.):
Wederzijdse wilsverklaringen; Gerechtvaardigde vertrouwen; Maatschappelijke rechtvaardigheid; Het objectieve recht; De omstandigheden van het geval.
3.1) DE BEGINSELEN VAN CONTRACTENRECHT
[40] REGELS EN BEGINSELEN
Beginselen zijn – in beginsel – inhoudelijk breed, algemeen en
weinig specifiek: ze hebben een in een samenleving aanvaarde
waarde en doel.Het is ook mogelijk dat ze tot een rechtsregel worden
geconcretiseerd: denk aan het beginsel van redelijkheid en
billijkheid (hierna: R&B), dat men in artikel 6:2 (1) BW kan vinden.Rechtsbeginselen worden in onderling verband beschouwd, met elkaar geconfronteerd en tegen elkaar afgewogen.
[41-43] BEGINSELEN VAN CONTRACTENRECHT
Er bestaan verschillende typen beginselen:
1.Beginselen die een voorwaarde zijn voor de verbindende kracht van een overeenkomst; 2.Beginselen die de verbindende kracht van een overeenkomst verklaren; en 3.Beginselen die belangrijke eigenschappen van contracten beschrijven.
A. HET AUTONOMIEBEGINSEL
Het beginsel van partijautonomie (zelfbeschikking) dit beginsel is gericht op de aanwezigheid en de garantie van de mogelijkheid zichzelf te ontplooien [evolve].Een manier waarop deze zelfontplooiing kan plaatsvinden is
door het sluiten van een overeenkomst: om dat te doen, is een
wilsverklaring nodig - zie artikel 3:33 BW. consensueel
karakter.
Art 3:33
BW Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.Het beginsel van contractsvrijheid (dat in het
autonomiebeginsel ligt) houdt in dat:
Iedereen vrij staat wel (of niet) een ovk aan te gaan; Wie een overeenkomst wil aangaan staat vrij te bepalen met wie hij het contract wil sluiten.Degenen die een contract willen sluiten kunnen de inhoud, de werking en de voorwaarden van die ovk naar eigen inzicht bepalen.Het beginsel van contractsvrijheid is slechts ten dele in de wet neergelegd, maar het is toch een van de belangrijkste. De maatschappelijke omstandigheden invloeden het gewicht dat aan dit beginsel wordt toegekend.
B. HET VERTROUWENSBEGINSEL
Degenen die zijn wil verklaart wordt verantwoordelijk gehouden voor verwachtingen die bij degene die deze verklaring ontvangt gerechtvaardigd zijn gewekt.
Art 3:35
BW Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.Art
3:36
BW Tegen hem die als derde op grond van een verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, het ontstaan, bestaan of tenietgaan van een bepaalde rechtsbetrekking heeft aangenomen en in redelijk vertrouwen op de juistheid van die veronderstelling heeft gehandeld, kan door degene om wiens verklaring of gedraging het gaat, met betrekking tot deze handeling op de onjuistheid van die veronderstelling geen beroep worden gedaan.
Een onderscheid bestaat tussen (beide te vinden in 3:35/6 en R&B)
1.De bescherming van vertrouwen die gerechtvaardigd is tegen de achtergrond van de omstandigheden die zich tussen partijen hebben voorgedaan.
2.De bescherming van het vertrouwen dat geabstraheerd van de specifieke omstandigheden in een bepaalde samenleving bestaat (risicobeginsel).
C. MAATSCHAPPELIJK RECHTVAARDIGHEID
De maatschappelijke positie van partijen beïnvloedt de bindingskracht van de ovk (bijv. als er sprake is van ongelijkwaardigheid tussen partijen – denk aan consumentenkoop).
D. TROUW AAN HET GEGEVEN WOORD
Art
6:248 (1)
BW Een overeenkomst heeft niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de
HOOFDSTUK 3: De obligatoire overeenkomst (BIII)
WEEK 1: BEGINSELEN CONTRACTEN RECHT, ONTSTAAN EN UITLEG VAN OVK 1 / 3
wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien.Dit beginsel heeft een morele waarde. In ons samenleving bestaat de behoefte aan afspraken waarbij de een aan de ander een zekere prestatie toezegt. Zonder dit vertrouwen zou geen maatschappij tot economische ontwikkeling kunnen komen.
E. SCHULD-, RISICO- EN HET RECHTSZEKERHEIDSBEGINSEL.
Van belang voor de toerekening van gevolgen van handelen wordt (ook?) aan de hand van deze drie beginselen beoordeeld.
F. MAATSCHAPPELIJK AANVAARDBAARHEID
Bestaat een bindende ovk? De inhoud daarvan is ook van
belang om dit vraag te kunnen beantwoorden: de waarden in
een bepaalde samenleving kunnen als gevolg hebben dat een ‘geldige’ overeenkomst als nietig wordt verklaard.Deze waarden zijn gericht op bescherming van persoonlijkheid, op maximalisering van gelijke vrijheid voor eenieder.Overeenkomsten die de fundamentele waarden van een samenleving ondermijnen zij in strijd met het objectieve recht
vgl. artikel 3:40 BW. De mate waarin het de contractsvrijheid
begrenst hangt samen met de maatschappelijk omstandigheden.
Art 3:40
BW 1.Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is nietig.
2.Strijd met een dwingende wetsbepaling leidt tot nietigheid van de rechtshandeling, doch, indien de bepaling uitsluitend strekt ter bescherming van één der partijen bij een meerzijdige rechtshandeling, slechts tot vernietigbaarheid, een en ander voor zover niet uit de strekking van de bepaling anders voortvloeit.
3.Het vorige lid heeft geen betrekking op wetsbepalingen die niet de strekking hebben de geldigheid van daarmede strijdige rechtshandelingen aan te tasten.
[44] BEGINSELEN: GEEN HOOFDREGEL EN
UITZONDERING; WETGEVINGSTECHNIEK
Beginselen vertegenwoordigen hoofdregels, waarop met behulp van andere beginselen een uitzondering kan worden gerechtvaardigd. De beginselen staan naast elkaar.De vraag of de ovk bindend is wordt beoordeeld aan de hand van de kwalificatie van verklaringen en gedragingen als overeenkomstenrechtelijk relevant. Deze kwalificatie is gebaseerd op normatieve waardering van feiten en omstandigheden, waaronder de partijautonomie en het gerechtvaardigde vertrouwen. Deze open benadering neemt niet weg dat de wetgevingstechniek ertoe dwingt systematische keuzes te maken. Wetgeving kan gezien worden als een vastlegging van de wijze waarop de beginselen met het oog op bepaalde situaties in het algemeen worden gewogen.
[45-49] ONTWIKKELINGEN M.B.T. CONTRACTS-
VRIJHEID EN CONSENSUALISME.
R0MEINSE
TIJDEN
Het Romeinse recht heeft het begrip ‘ovk’ in sterke mate ontwikkeld. Het kende verschillende typen overeenkomsten, die aan bepaalde vormen waren gebonden (e.g. ovk gesloten door overgave van een zaak). Er was geen actie aan de pacta nuda verbonden.
Het beginsel van contractsvrijheid bestond al:
dit moet dus ruimer worden verstaan dan “de vrijheid om ovk vormloos tot stand te doen komen”; Het omvat de vrijheid om overeen te komen wat en met wie men wil.
LATE
MIDDELEEUWE
N Onder invloed van het canonieke recht wordt de regel pacta quantumcunque nuda servanda sunt aanvaard. Het nudum pactum, de wilsovereenstemming alléén, is voldoende.Het recht vereiste dat elke ovk een causa – een redelijke grond – moet hebben. Zonder causa was er geen sprake van een bindende overeenkomst. Dit was een beperking van de contractsvrijheid (om onbillijke ovk te voorkomen)
NA DE FRANSE
REVOLUTIE
De beginselen van partijautonomie en contractsvrijheid werden sterk benadrukt. De vrijheid van het individu staat centraal, wat een uitbreiding van de contractsvrijheid meebracht.Oplossing De theorie van het contrat
social: zowel de staat als de wet zijn tot stand
gekomen ten gevolge van het maatschappelijk verdrag, de overeenstemming van alle leden.De beperkingen die de wet aan het individu oplegt, zijn derhalve tot stand gekomen door zijn eigen wil. Uitsluitend de wil immers heeft rechtscheppende kracht.
[50] CONTRACTSVRIJHEID IMPLICIET TEN
GRONDSLAG AAN WET
Het beginsel van contractsvrijheid is met zo veel woorden in ons BW neergelegd: zie artikelen 3:40 en 6:248 (1) BW.Uit deze artikelen kan men a contrario afleiden dat in beginsel andere overeenkomsten (i.e. ovkn die de goede zeden etc.eerbiedigen) vrijelijk kunnen worden aangegaan.De invloed van de individualistische en liberale doctrine op dit beginsel blijkt uit het feit dat elke contractuele verbintenis die in vrijheid is aangegaan, is rechtvaardig en behoeft dus de bekrachtiging van de wet. De ovk strekt partijen tot wet.
[51-56] UITZONDERINGEN/BEPERKINGEN OP DE
CONTRACTSVRIJHEID
NB: Alleen de wettiglijk gemaakte overeenkomsten strekken
partijen tot wet (zie artikel 3:40 BW). Dat betekent dat de
veranderingen in maatschappelijke (sociale, economische, etc.) opvattingen de kring van de vrijheid groter of kleiner doen zijn.Ondermijning door gebruik dat ervan is gemaakt.Onze maatschappelijk structuur is georganiseerd, gecollectiveerd, gesocialiseerd. Het individu is van zijn eerste
plaats verdrongen: de individuele ondernemer is vervangen
door (bijv.) de onpersoonlijk ‘naamloze’ vennootschap.
Consequenties:
2 2 / 3
1.De economisch en maatschappelijk zwakke heeft zijn
positie versterkt: dankzij vakbonden en andere
organisatie kan hij eisen dat bepaalde arbeidsvoorwaarden worden opgelegd.
2.De ondernemer heeft ook zijn positie versterkt: hij
heeft zijn eigen vrijheid aan banden gelegd door kartelvorming, prijsvaststelling etc. (denk aan standaardcontracten).Beperking contractsvrijheid door overheidsingrijpen.
De overheid grijpt vaak in: soms ligt daaraan de gedachte ten
grondslag dat de economisch zwakke tegen het overwicht van zijn wederpartij moet worden beschermd, soms moet het algemeen belang worden beschermd – denk aan arbeidsrecht.Beperking contractsvrijheid n.a.v. WO II.
Deze beperkingen waren van velerlei aard:
distributievoorschriften van levensbehoeften etc.De contractsvrijheid moet aan zekere grenzen gebonden zijn, doch worden die grenzen te nauw getrokken, dan verdwijnt de eerbied voor de wet en voor het recht, en ontstaat een verwijdering tussen wat rechtens geldt en wat naar maatschappelijk aanvaarde maatstaven behoorlijk is.Beperking contractsvrijheid door R&B, goede zeden en openbare orde in rechtspraak en rechtsleer.Neem als voorbeeld het uit de middeleeuwen bekende
beginsel van het istum pretium (rechtvaardige prijs): dit is te
weinig genuanceerd om in een bevredigende formule neergelegd te kunnen worden. Bovendien, als het aan het oordeel van de rechter wordt overgelaten daarover te beslissen, dit een bron van chicanes kan opleveren. De zekerheid in handel en verkeer zou erdoor worden ondermijnd, het verantwoordelijkheids-gevoel verminderd.Onevenredigheid prestaties.Overeenkomsten kunnen tot stand komen door misbruik van omstandigheden.De leer dat ovk, waarbij reeds tijdens het sluiten de evenredigheid tussen de prestaties zoek was, niet geldig zijn, is gericht op beperking zowel van de contractsvrijheid als van de verbindende kracht van de ovk.Maar de opvatting dat, indien door later ingetreden omstandigheden een van de partijen aanmerkelijk zou worden benadeeld, deze niet meer verplicht is aan de gesloten ovk te voldoen, is alleen gericht op beperking van de verbindende kracht van de ovk.
Zie: R&B.
[57] BALANS BELANGEN VAN INDIVIDU EN VAN
GEMEENSCHAP
Bij het bepalen van de grenzen van deze vrijheid moet in het oog worden gehouden dat het burgerlijke recht ten doel heeft beide het beschermen van het individu, EN van de gemeenschap. Sinds de 19 eeuw ligt de nadruk op de tweede.
[58] CONTRACTSVRIJHEID ALS GRONDRECHT
De partijautonomie en de contractsvrijheid zijn essentieel en worden door sommige schrijvers als grondrechten beschouwd, zij het een ongeschreven grondrechten.Artikelen 8 en 19 (3) GW, 1 Protocol 1 EVRM en artikel 15, 16 en 17 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie veronderstellen het recht om in vrijheid te contracteren. Maar er bestaat geen waarborg tegen soms ingrijpende aantasting door de wet in formele zin – en ook door de lagere wetgeving, mits deze steunt op delegatie binnen de grenzen van artikel
107 GW.
[59] HORIZONTALE WERKING GRONDRECHTEN
Gezien het feit dat ze zo belangrijk zijn, spelen ze een rol in de rechtsverhouding tussen burgers en de overheid, maar ook in de verhoudingen tussen burgers onderling.Hierbij is het enerzijds mogelijk dat deze ‘doorwerking’ via wifz geschiedt (bijv. via een strafrechtelijk norm die discriminatie strafbaar stelt, of een privaatrechtelijke norm, die een ovk waarbij wordt gediscrimineerd nietig verklaart).Anderzijds kan het grondrecht door de rechter in verhoudingen tussen burgers tot gelding worden gebracht.Directe werking betekent dat een burger zich in zijn civiele verhouding tot andere burgers rechtstreeks op het grond- of mensenrecht kan beroepen. Deze directe werking is in het privaatrecht naar haar aard NIET mogelijk .Indirecte werking betekent dat de rechter houdt met het in een grondrecht belichaamde belang rekening bij de toepassing van civielrechtelijke wetsbepalingen, met name open normen als de goede zeden, de openbare orde, de goede trouw, de maatschappelijk zorgvuldigheid en de dringende reden in het ontslagrecht.De te beschermen belangen worden aldus beschouwd tegen de achtergrond van de concrete privaatrechtelijke verhouding.
[60] DIRECTE EN INDIRECTE HORIZONTALE
WERKING
Beide benaderingen komen in de rechtspraak voor: de wijze
waarop de horizontale werking door uitleg kan worden geeffectueerd is aan de rechter overgelaten. Echter is de voorkeur aan de indirecte doorwerking gegeven.
[61-63] BOTSING: GRONDRECHTEN (ONDERLING)
EN PARTIJAUTONOMIE
Botsing is een van de problemen die men bij de horizontale werking van grondrechten tegenkomt.De rechter baseert zijn beslissing niet op een ‘abstracte’
afweging van de waarde der onderscheiden grondrechten: er
bestaat geen hiërarchie van grondrechten. In plaats daarvan, moet hij zijn beslissing baseren op een afweging in concreto van alle omstandigheden van het geval.
Art 3:12
BW Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken.Botsingen of beperking van grondrecht en partijautonomie.Het is mogelijk dat iemand – bij het sluiten van een ovk – toestemt in beperking van de uitoefening van een aan hem toekomend grondrecht. De rechter moet de geldigheid van de ovk beoordelend door beide belangen (grondrecht en partij- autonomie), tezamen met de overige omstandigheden van het geval, tegen elkaar af te wegen. Jegens beperkingen van de vrijheid van godsdienst staat de rechter uitermate kritisch.
- / 3