- / 4
65 oefenvragen o.b.v. de leerdoelen – alle antwoorden apart einde Er staan 4 vragen in waarbij je zelf het antwoord moet geven bij de open vragen. Bij de antwoorden staat dan ‘antwoorden varieren’. Ik heb deze erin gelaten, omdat deze ook op de echte toets kwamen. 2 / 4
20 open vragen
Hoofdstuk 1: Rekenen niveau 4
Vraag 1:
Een klas heeft 28 leerlingen. De leraar wil groepjes maken met elk hetzelfde aantal leerlingen. Noem alle mogelijke manieren waarop de leerlingen verdeeld kunnen worden.
Vraag 2:
Een leerling koopt drie boeken van €12,50 per stuk en een schrift van €3,75. Bereken het totaalbedrag inclusief 9% BTW.
Vraag 3:
Een school organiseert een excursie. De bus kost €450 en er gaan 30 leerlingen mee. Hoeveel moet iedere leerling betalen als de kosten eerlijk verdeeld worden?
Vraag 4:
Een rechthoekige speelplaats heeft een lengte van 25 meter en een breedte van 18 meter. Bereken de omtrek en het oppervlak.
Vraag 5:
Een leerling heeft €75 gespaard en wil elke week hetzelfde bedrag sparen om binnen 5 weken €150 te hebben. Hoeveel moet hij per week sparen? 3 / 4
Hoofdstuk 2: Nederlands 3F
Vraag 6:
Schrijf een korte tekst van minimaal 120 woorden over het belang van een gezonde leefstijl. Gebruik correcte spelling en interpunctie.
Vraag 7:
Lees de volgende zin: “Omdat hij te laat kwam, miste hij de bus.” Maak van deze samengestelde zin twee aparte enkelvoudige zinnen zonder dat de betekenis verandert.
Vraag 8:
Corrigeer de onderstaande zin waar nodig:
“Hij hebben gisteren naar het park gegaan en ziet daar zijn vrienden.”
Vraag 9:
Schrijf een formele e-mail aan een ouder waarin je uitlegt waarom hun kind een extra begeleiding nodig heeft.
Vraag 10:
Analyseer de onderstaande tekst en geef drie voorbeelden van signaalwoorden die een
chronologische volgorde aangeven:
“Eerst ruimden de kinderen de klas op. Daarna gingen ze naar de gymzaal. Uiteindelijk speelden ze buiten in de zon.”
- / 4