- / 3
- / 3
67 oefenvragen – alle antwoorden einde 20 open vragen Hoofdstuk 1 – Oriëntatie op het werkveld 1.Welke kernwaarden vormen de basis van sociaal werk in Nederland, en hoe worden deze in de praktijk zichtbaar?
2.Hoe onderscheidt sociaal werk zich van andere hulpverleningsberoepen binnen de zorg- en welzijnssector?
3.Beschrijf hoe de beroepscode van sociaal werk richting geeft aan professioneel handelen.
4.Wat wordt bedoeld met het begrip ‘generalistisch werken’ binnen sociaal werk, en waarom is dit belangrijk?
5.Hoe kan een sociaal werker effectief samenwerken met andere disciplines binnen een wijkteam?Hoofdstuk 2 – Rollen en taken van de sociaal werker 6.Op welke manieren kan een sociaal werker bijdragen aan het versterken van de eigen kracht van cliënten?
7.Beschrijf de balans tussen individueel hulpverlenen en werken aan collectieve oplossingen.
8.Hoe kan een sociaal werker omgaan met ethische dilemma’s die ontstaan in de praktijk?
9.Waarom is reflectie op het eigen handelen essentieel voor professionele ontwikkeling in sociaal werk?
10.Hoe verhoudt het sociaal werk zich tot actuele maatschappelijke thema’s zoals armoede, inclusie en diversiteit?
- / 3