• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

a Bereken de formele ladingen op elk van de atomen in onderstaande structuur. Geef een positieve

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Vraag 1

a) Bereken de formele ladingen op elk van de atomen in onderstaande structuur. Geef een positieve

lading in met een plusteken, zoals bv. +2. (1 punt)

FL(Cl) = 0, FL(Si) = 0, FL(N links) = +1, FL(N rechts) = –1

b) Bereken de formele ladingen op elk van de atomen in onderstaande structuur. Geef een positieve

lading in met een plusteken, zoals bv. +2. (1 punt)

FL(Cl) = 0, FL(Si) = +1, FL(N links) = 0, FL(N rechts) = –1

c) Welke van de twee structuren draagt het meest bij aan de resonantie-hybride en waarom? (1 punt)

De structuur in Vraag 1a want het is beter om een positieve lading op een elektronegatief element te plaatsen.De structuur in Vraag 1a want een positieve lading naast en negatieve lading geeft aanleiding tot een stabielere structuur.De structuur in Vraag 1a want voor alle atomen is voldaan aan de oktetstructuur.De structuur in Vraag 1a want een negatieve lading op een eindstandig atoom is stabieler.De structuur in Vraag 1b want voor het linkse stikstofatoom is aan de oktetstructuur voldaan.De structuur in Vraag 1b want het is beter om een positieve lading op een minder elektronegatief element te plaatsen.De structuur in Vraag 1b want het is beter om ladingen ruimtelijk zo ver mogelijk van elkaar te scheiden.De structuur in Vraag 1b want enkel deze heeft een even aantal elektronen.

Vraag 2 Een oplossing wordt bereid door 0,235 g natriumsulfaat; 0,927 g natriumfosfaat en 0,123 g lithiumsulfaat op te lossen in 105 mL water.

a) Wat is de molariteit van de natrium-ionen? (1 punt) 0,193 M

b) Wat is de molariteit van de lithium-ionen? (1 punt) 0,0213 M

c) Wat is de molariteit van de sulfaat-ionen? (1 punt) 0,0264 M

d) Wat is de molariteit van de fosfaat-ionen? (1 punt) 0,0539 M

Vraag 3 Natriumbicarbonaat ontbindt tot natriumcarbonaat, koolstofdioxide en water volgens NaHCO3(s) → Na2CO3(s) + CO2(g) + H2O(g) (niet-gebalanceerde reactievergelijking)

Voor deze stoffen is gegeven:

∆H°f[CO2(g)] = –393,5 kJ.mol –1

∆H°f[Na2CO3(s)] = –1130,7 kJ.mol –1

∆H°f[NaHCO3(s)] = –950,8 kJ.mol –1

∆H°f[H2O(g)] = –241,8 kJ.mol –1

S°[CO2(g)] = 213,6 J.K –1 .mol –1

S°[Na2CO3(s)] = 135,0 J.K –1 .mol –1

S°[NaHCO3(s)] = 102 J.K –1 .mol –1

S°[H2O(g)] = 188,7 J.K –1 .mol –1 Proefexamen 2018-2019 1 / 2

a) Bereken ∆H° in kJ. (1 punt) 135,6 kJ

b) Bereken ∆S° in J.K

–1 . (1 punt) 333 J.K –1

c) Bereken ∆G° in kJ. (1 punt) 3,63 × 10 kJ

Vraag 4 Metallisch magnesium reageert met vanadaat-ionen (VO4 3–

  • in oplossing tot magnesium- en vana-
  • dium(II)-ionen volgens Mg(s) + VO4 3– (aq) → Mg 2+ (aq) + V 2+ (aq) (niet-gebalanceerde reactievergelijking)

a) Geef de voorgetallen van de volgende deeltjes in de gebalanceerde reactievergelijking (1 punt):

  • Mg(s), 2 VO4
  • 3– (aq), 16 H + (aq), 3 Mg 2+ (aq), 2 V 2+ (aq), 8 H2O(l)

b) Hoeveel gram vanadaat-ionen zit er in 5,50 mL oplossing als 1,13 g magnesium nodig is om al het

vanadaat volledig te laten wegreageren? (1 punt) 3,56 g

Vraag 5

De volgende twee isomeren van C3H7NO zijn in evenwicht met elkaar in oplossing:

Voor dit evenwicht is Kc = 0,57 bij 25 °C. Als de initiële concentratie van isomeer 1 gelijk is aan 0,25 M en die van isomeer 2 is 0,75 M, wat is dan ...

  • ... de evenwichtsconcentratie in molair van isomeer 1? (1 punt)

0,64 M

  • ... de evenwichtsconcentratie in molair van isomeer 2? (1 punt) 0,36 M

Vraag 6 777,0 mL oplossing is samengesteld uit 222,0 mL hexaan (C6H14, d = 0,660 g.mL –1 ); 333,0 mL dichloormethaan (CH2Cl2, d = 1,30 g.mL –1

  • en 222,0 mL ethanol (C2H5OH, d = 0,790 g.mL
  • –1 ).

a) Bereken het massapercentage hexaan. (1 punt) 19,4%

b) Bereken de concentratie dichloormethaan in g.L

–1 . (1 punt) 557 g.L –1

c) Bereken de concentratie ethanol in molair. (1 punt) 4,90 M

d) Bereken de concentratie hexaan in molal. (1 punt) 2,80 m

e) Bereken de molfractie dichloormethaan. (1 punt) 0,481

Vraag 7

a) Bereken de hydronium-ionen-concentratie van een 0,0955 M oplossing van azijnzuur. (1 punt)

0,00129 M

b) Beschouw de titratie van 40,0 ml 0,100 M HCl met 0,100 M natriumhydroxide. Bereken de pH na

toevoegen van 39,9 ml van de natriumhydroxide-oplossing. (1 punt) 3,90

c) Beschouw de titratie van 40,0 ml 0,100 M HCl met 0,100 M natriumhydroxide. Bereken de pH na

toevoegen van 40,1 ml van de natriumhydroxide-oplossing. (1 punt) 10,10

Vraag 8

a) Zink(II)fluoride wordt opgelost in 250 mL zuiver water. Bereken de concentratie aan zink(II)fluoride

in molair als je weet dat het oplosbaarheidsproduct Ksp van dit zout 3,04 × 10 –2 bedraagt. (1 punt) 0,197 M

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document provided comprehensive coverage, which was a perfect resource for my project. Absolutely remarkable!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Vraag 1 a) Bereken de formele ladingen op elk van de atomen in onderstaande structuur. Geef een positieve lading in met een plusteken, zoals bv. +2. (1 punt) FL(Cl) = 0, FL(Si) = 0, FL(N links) = +...

Unlock Now
$ 1.00