MEMO
Aan: Leidinggevende Vincent van Dijk
Van: Coachgroep 6
Onderwerp: Memorandum inzake afgebroken onderhandelingen
Datum: 30-10-2015
Beste Vincent,
Op 28 oktober j.l. is onze cliënte Sunnie, van www.zilverengoudvoorjongenoud.nl, bij ons adviesbureau gekomen om zich te laten voorlichten over de mogelijkheid om onderhandelingen af te breken. Sunnie heeft hier advies voor nodig omdat zij is verstrengeld in een onderhandeling met Bling B.V. voor de levering van exclusieve sieraden voor de website van Sunnie. We hebben voor onze cliënte informatie gezocht wat betreft het afbreken van onderhandelingen. Hierbij hebben wij gebruik gemaakt van verscheidene uitspraken die het onderwerp nader toelichten, met name over de schadevergoeding en de manier waarop rechters hier de afgelopen 5 jaar naar hebben gekeken.
Er zijn een aantal arresten die de grondslag leggen voor de wijze waarop rechters naar het afbreken van onderhandelingen kijken. Het Haviltex-arrest geeft hier als eerste een maatstaf om te kunnen bepalen of schade moet worden vergoedt of niet. de maatstaf houdt in dat bij de uitleg van een schriftelijke overeenkomst het niet genoeg is om enkel naar de taalkundige betekenis van de tekst te kijken. Er moet namelijk ook gekeken worden naar de bedoelingen van de partijen en wat ze over en weer van elkaar mochten verwachten. In een aantal arrest is dit verder uitgediept, zoals VSH-Shell, Mbo-De Ruiterij en ABB-Staat. Deze arresten zijn samengevat in r.o. 3.6 van het arrest Plas-Valburg. Uit dit arrest blijkt dat het afbreken van de onderhandelingen in de precontractuele fase ertoe kan leiden dat de wederpartij recht op schadevergoeding krijgt. Ook worden er hogere eisen gesteld aan het begrip redelijkheid en billijkheid naarmate de onderhandelingen vorderen en het punt tot het tekenen van het contract dichterbij komt. De precontractuele fase wordt in dit arrest ingedeeld in drie fasen van onderhandelen. In de eerste fase is het afbreken van de onderhandelingen toegestaan zonder dat verplichtingen ontstaan bij partijen. In de tweede fase mogen de onderhandelingen wel worden afgebroken maar moeten de gemaakte kosten door de partij die de onderhandelingen onderbreekt worden vergoedt. Dit is het negatief contractsbelang.In de derde fase is het afbreken niet toegestaan en wanneer dit wel gebeurt moeten de gemaakte kosten en de gederfde winst worden vergoedt. Dit is het positief contractsbelang. N het arrest CBB-JPO wordt hier nog weer nadere invulling aan gegeven. Hierbij wordt gezegd dat er rekening moet worden gehouden met elkaars gerechtvaardigde belangen. De onderhandelingen mogen worden afgebroken tenzij dit onaanvaardbaar s. ook de wijze en de mate van het wekken van vertrouwen de belangen van de afbrekende partij en de onvoorziene omstandigheden moet worden meegenomen door de rechter. Ook moet er worden gekeken naar het vertrouwen op het moment van afbreken en wat er tussen de partijen is overlegd.
Tegenwoordig wordt er door de rechters nog steeds gekeken naar wat de Hoge Raad heeft geoordeeld in de bovenstaande arresten. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van het afbreken van de overeenkomsten wordt er getoetst aan de fasen van Plas-Valburg. Voor de informatie van Sunnie hebben wij gekeken naar de uitspraken van de lagere rechters van de afgelopen 5 jaar.
Volgens de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 30 maart 2011 is er door de rechter geoordeeld dat wanneer er een gerechtvaardigd vertrouwen voor een overeenkomst was, dan
- / 1