Aansprakelijkheidsrecht RB1202 – Samenvatting Bart van den Krommenacker
852639614
Leereenheid 1 Leereenheid 2 Leereenheid 3 Leereenheid 4 Leereenheid 5 Leereenheid 6 Leereenheid 7 Leereenheid 8 Jurisprudentie
Deel 1: Plaatsbepaling, functies en vestiging van aansprakelijkheid
Leereenheid 1: Plaatsbepaling en functies van het aansprakelijkheidsrecht
Studieboek:
- Hartlief e.a., Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, Deventer: Wolters Kluwer 2024,
nrs. 1-12.
Aanvullende verplichte literatuur:
- Ruitenbeek-Bart, En de veroorzaker dan? Een empirisch-juridisch onderzoek naar de plaats
van de veroorzaker in de civiele letselschadepraktijk (dissertatie Rotterdam), Den Haag: Boom juridisch 2023, par. 2.1.2. Hier te raadplegen.Plaats van verbintenissen uit de wet in het BW Verbintenissen uit de wet zijn geregeld in art. 6:74 e.v. (wanprestatie) en art. 6:162 e.v.(onrechtmatige daad). Omdat het verbintenissen betreffen, zijn tevens de algemene bepalingen van het verbintenissenrecht (art. 6:1–6:161 BW) van toepassing. Regels over schadevergoeding
zijn opgenomen in art. 6:95 e.v.
Binnen afdeling 6.1.9 wordt via art. 6:74 een schadevergoedingsverplichting verbonden aan het niet-nakomen van een verbintenis.Systematiek van titel 6.3 BW – onrechtmatige daad en kwalitatieve aansprakelijkheid De eerste afdeling bevat algemene bepalingen over eigen onrechtmatig handelen. De tweede afdeling (art. 6:169 e.v.) regelt kwalitatieve aansprakelijkheid voor gedragingen van anderen of
zaken. Daarop volgen bijzondere regelingen:
art. 6:185 e.v.: producentenaansprakelijkheid voor gebrekkige producten art. 6:193a–j: aansprakelijkheid bij oneerlijke handelspraktijken art. 6:193k–t: aansprakelijkheid bij mededingingsrechtinbreuken art. 6:194–196: misleidende en vergelijkende reclame art. 6:196c: aansprakelijkheid bij informatiediensten art. 6:197: beperking van regresmogelijkheden Samenloop van wanprestatie en onrechtmatige daad Eenzelfde gebeurtenis kan zowel een contractuele verplichting als een onrechtmatige daad opleveren. In dat geval is sprake van samenloop van rechtsgronden. De hoofdregel is dat de benadeelde mag kiezen op welke grond hij zijn vordering baseert, tenzij cumulatie wettelijk is uitgesloten of praktisch onmogelijk.In de praktijk maakt de gekozen grondslag vaak weinig verschil, omdat de
schadevergoedingsregels grotendeels gelijk zijn (art. 6:95 e.v.).
1 1 / 4
Rechtvaardiging voor het ontstaan van verbintenissen Verbintenissen kunnen alleen ontstaan als dit uit de wet voortvloeit (art. 6:1 BW). Ontstaat een verbintenis uit een rechtshandeling, dan is deze gebaseerd op de wil van partijen (art. 3:33 e.v.BW).Algemene uitgangspunten van het aansprakelijkheidsrecht Het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht kent als uitgangspunt dat ieder zijn eigen schade draagt. Alleen wanneer iemand op grond van de wet aansprakelijk is, kan schade op een ander worden afgewenteld.Aansprakelijkheid kent hoge drempels (zoals bewijs van aansprakelijkheid, causaal verband, schade), maar leidt wel tot volledige schadevergoeding: het slachtoffer moet zoveel mogelijk in de toestand worden gebracht alsof de schadeveroorzakende gebeurtenis niet had plaatsgevonden.Doelen van het aansprakelijkheidsrecht
Het aansprakelijkheidsrecht regelt aanspraken op schadevergoeding, zowel:
contractueel (art. 6:74 e.v.), bij tekortkoming in een verbintenis, als
buitencontractueel (art. 6:162 e.v., 6:169 e.v.), bij onrechtmatige daad en kwalitatieve aansprakelijkheid.
Naast schadevergoeding kan ook nakoming worden gevorderd (art. 3:296 BW).
Aansprakelijkheid en verzekering Benadeelden kunnen zich verzekeren via een first party-verzekering (art. 7:925 e.v.).Voor het aansprakelijkheidsrecht is vooral de aansprakelijkheidsverzekering relevant. Die beschermt het vermogen van de aansprakelijke én de positie van het slachtoffer.Art. 7:954 BW geeft slachtoffers bij personenschade een directe vorderingsmogelijkheid op de verzekeraar van de aansprakelijke.Volgens vaste rechtspraak moet aansprakelijkheid worden beoordeeld naar de maatstaven die golden op het moment van het handelen of nalaten.Europeanisering van het aansprakelijkheidsrecht Europese regelgeving heeft steeds meer invloed op het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht. Dit gebeurt zowel via inhoudelijke harmonisatie (bijvoorbeeld productaansprakelijkheid) als via interpretatie van open normen in het nationale recht door het Hof van Justitie van de EU.
- Ruitenbeek-Bart – En de veroorzaker dan?
Letselschadezaken worden gekenmerkt door een driehoeksverhouding tussen:
1.het slachtoffer (benadeelde), 2.de veroorzaker (aansprakelijk gestelde), 3.diens aansprakelijkheidsverzekeraar.
Er bestaan drie onderliggende rechtsverhoudingen:
de aansprakelijkheidsverhouding tussen slachtoffer en veroorzaker (art. 6:75, 6:162 BW) de verzekeringsverhouding tussen veroorzaker en diens verzekeraar de schaderegelingsverhouding tussen slachtoffer en verzekeraar Hoewel de verzekeraar in de praktijk vaak de afwikkeling verzorgt, blijft de veroorzaker juridisch essentieel. De gedraging moet aan hem kunnen worden toegerekend. Bovendien speelt zijn rol een belangrijke betekenis bij erkenning, verantwoordelijkheid en betrokkenheid in het proces.Doelen en functies van het aansprakelijkheidsrecht Het hoofddoel is rechtshandhaving: herstel van de juridische status quo na een normschending.
Onderliggend liggen twee rechtvaardigheidstheorieën:
2 2 / 4
Corrigerende rechtvaardigheid: herstel van het evenwicht tussen dader en slachtoffer Distributieve rechtvaardigheid: eerlijke verdeling van schade en lasten, mede mogelijk gemaakt door verzekering
Daarnaast kent het aansprakelijkheidsrecht drie functies:
Preventie: het vooruitzicht op aansprakelijkheid bevordert zorgvuldigheid
Compensatie: schadevergoeding herstelt het verstoorde evenwicht
Genoegdoening: schadevergoeding erkent het leed van het slachtoffer
De aanwezigheid van verzekeringen beïnvloedt dit evenwicht. Enerzijds wordt aansprakelijkheid afgewenteld op de verzekeraar, waardoor het verantwoordelijkheidsgevoel van de veroorzaker kan afnemen. Anderzijds maakt verzekering het mogelijk dat slachtoffers wél daadwerkelijk worden gecompenseerd, ook bij omvangrijke schade.Leereenheid 2 – Aansprakelijkheid voor eigen gedrag Studieboek
- Hartlief e.a., Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, Deventer: Wolters Kluwer 2024,
nrs. 13-54, 58-65, 67-77.Aanvullende verplichte literatuur G.E. van Maanen, ‘Lindenbaum/Cohen’, Ars Aequi 2009/11, p. 778-780.Jurisprudentie ⸰ HR 10 juni 1910, W. 9038 (Zutphense juffrouw), zoals besproken in nr. 21 van Hartlief e.a.2024 en in G.E. van Maanen, ‘Lindenbaum/Cohen’, Ars Aequi 2009/11, p. 778-780.⸰ HR 31 januari 1919, NJ 1919/161 (Lindenbaum/Cohen), zoals besproken in nr. 22 van Hartlief e.a. 2024 en in G.E. van Maanen, ‘Lindenbaum/Cohen’, Ars Aequi 2009/11, p. 778-780.⸰ HR 5 november 1965, NJ 1966/136 (Kelderluik) ⸰ HR 27 mei 1988, NJ 1989/29 (Veenbroei of Staat/Daalder) ⸰ HR 22 november 1974, ECLI:NL:HR:1974:AL5503, NJ 1975/149 (Struikelende broodbezorger) ⸰ HR 16 februari 1973, NJ 1973/463 (Maas/Willems), zoals besproken in nr. 36 van Hartlief e.a.
2024.⸰ HR 11 november 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4688, NJ 1984/331 (Meppelse Ree), zoals besproken in nr. 69 van Hartlief e.a. 2024 ⸰ HR 19 oktober 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1456, NJ 1992/621 (Tennisbal) ⸰ HR 28 juni 1991, NJ 1992/622 (Natraparrest) ⸰ HR 22 april 1994, NJ 1994/624 (Taxus) ⸰ HR 9 december 1994, NJ 1996/403 (Zwiepende tak) ⸰ HR 6 oktober 1995, NJ 1998/190 (Disloquerende turnster) ⸰ HR 12 mei 2000, NJ 2001/300 (Jansen-Jansen) ⸰ HR 2 maart 2001, NJ 2001/649 (Medisch Protocol Leeuwarden of Trombose) ⸰ HR 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6012, NJ 2006/281 (Duwbak Linda) ⸰ HR 28 mei 2004, NJ 2005/105 (Jetblast) ⸰ HR 13 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8751, NJ 2008/576 (Iraanse vluchtelinge), zoals besproken in nr. 59 van Hartlief e.a. 2024 Stappenplan aansprakelijkheid (vestigingsfase) 1.Onrechtmatigheid – art. 6:162 lid 2 BW: inbreuk op recht, wettelijke plicht of maatschappelijke zorgvuldigheid (Kelderluik, Taxus, Lindenbaum/Cohen).
2.Toerekenbaarheid – art. 6:162 lid 3 BW: schuld, wet of verkeersopvattingen (Meppelse Ree).
3.Schade – art. 6:95–6:106 BW: vermogens- of immateriële schade (Baby Kelly).
4.Causaal verband – art. 6:98 BW: feitelijk (conditio sine qua non) en juridisch (toerekening naar redelijkheid; DES-dochters).
3 3 / 4
5.Relativiteit – art. 6:163 BW: norm moet strekken tot bescherming van dit belang (Duwbak Linda).→ Alle vereisten zijn cumulatief; ontbreekt er één, dan geen aansprakelijkheid.Het wettelijk systeem: de vereisten van art. 6:162 BW en art. 6:163 BW De grondslag van aansprakelijkheid volgens art. 6:162 BW is een toerekenbare onrechtmatige daad. Er moet sprake zijn van een gedraging die onrechtmatig is, aan de dader kan worden toegerekend, schade heeft veroorzaakt, en waarbij die schade in een zodanig verband staat met de gedraging dat zij hem kan worden toegerekend. Tot slot moet de geschonden norm strekken
tot bescherming van het getroffen belang (art. 6:163 BW).
→ Belang: deze structuur is cumulatief en vormt de ruggengraat van het
aansprakelijkheidsrecht.Onrechtmatige daad Art. 6:162 lid 2 BW noemt drie alternatieve gronden waarop een gedraging als onrechtmatig kan
worden aangemerkt:
- inbreuk op een recht,
b.doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, c.doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.De openheid van dit systeem is historisch gegroeid. In Zutphense juffrouw wees de Hoge Raad nog aansprakelijkheid af wegens het ontbreken van een specifieke wettelijke norm. Vijf jaar later doorbrak Lindenbaum/Cohen die benadering door te erkennen dat ook strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid onrechtmatig kan zijn.
→ Belang: overgang van formeel naar materieel onrechtmatigheidsbegrip.
Onrechtmatigheidsgrond 1: inbreuk op een recht
Met “inbreuk op een recht” wordt gedoeld op de schending van subjectieve rechten, zoals
eigendom (art. 5:1 BW), beperkte rechten en intellectuele eigendomsrechten. Ook
persoonlijkheidsrechten vallen hieronder, zoals lichamelijke integriteit, eer en privacy.
Benaderingen:
Opzettelijke inbreuk: de enkele schending is voldoende voor onrechtmatigheid.
‘Echte’ inbreuk: alleen directe schending van exclusieve bevoegdheden.
Extra toetsing: na vaststelling van een inbreuk volgt toetsing aan maatschappelijke zorgvuldigheid (heersende lijn in de rechtspraak).
→ Belang: deze grond beschermt exclusieve bevoegdheden en vormt de basis voor
eigendoms- en persoonlijkheidsaansprakelijkheid.
Onrechtmatigheidsgrond 2: doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht
Schending van een wettelijke norm levert in beginsel onrechtmatigheid op. Dit kan zowel een civielrechtelijke als een strafrechtelijke norm betreffen. De civiele rechter toetst zelfstandig of de overtreding tot aansprakelijkheid leidt.Correctie Langemeijer – HR Lindenbaum/Cohen Wanneer de overtreden norm niet rechtstreeks strekt tot bescherming van het getroffen belang, kan de gedraging toch als onrechtmatig worden aangemerkt. De schending geldt dan als invulling
van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW.
→ Belang: voorkomt dat evident onzorgvuldig gedrag zonder formele relativiteit aan aansprakelijkheid ontsnapt.HR Veenbroei (Staat/Daalder) De overheid kan aansprakelijk zijn als zij door gebrekkig toezicht of onzorgvuldig handelen schade veroorzaakt, ook al handelde zij in publiekrechtelijke sfeer.→ Belang: bevestigt dat ook overheidshandelen aan art. 6:162 BW kan worden getoetst.
- / 4