Aarde, klimaat en landschap Het zonnestelsel heeft maar één zon, dit is het enige hemellichaam dat licht geeft. (Alle andere objecten weerkaatsen dit licht, daarom zien we soms delen van de maan)
Maan: een hemellichaam dat om een planeet draait
De zon is het grootste hemellichaam binnen ons zonnestelsel en neemt 99,86% van de totale massa in beslag diameter van 1.39 miljoen kilometer
Om de zon draaien 8 planeten: Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter,
Saturnus, Uranus en Neptunes (Mercurius ligt het dichtst bij de zon, Neptunus het verst weg)
Planeet: een hemellichaam dat om de zon draait
Dwergplaneten: zijn objecten groter dan een planetoïde maar kleiner dan een
planeet.In 2006 is besloten dat Pluto een dwergplaneet is en hoort dus niet meer tot de planetengroep.
Planetoïde: een rotsachtig brokstuk dat in een baan rond
de zon vliegt. Een planetoïde heeft afmetingen van enkele meters tot enkele honderden kilometers.De meeste kometen zijn objecten van ijs met stof, afkomstig uit de baan tussen Saturnus en Uranus. Om deze reden wordt een komeet ook wel ‘vuile sneeuwbal’ genoemd Als een komeet te dicht bij de zon komt smelt de ijsoppervlakte. Hierdoor ontstaat er een stofstaart, wat een staartster wordt genoemd
Meteorieten: brokken materie (gesteente of ijzer) die
geen vaste baan hebben en niet meteen verbranden als ze door de atmosfeer van de aarde dringen (ze kunnen wel grote kraters slaan in de aarde)
Omlooptijd: De tijd die een planeet nodig heeft om eenmaal rond de zon te
draaien (wordt ook wel een jaar genoemd) De omlooptijd van een planeet hangt af van de afstand van de planeet tot de zon en van de snelheid waarmee de planeet beweegt (de planeten die dichter bij de zon staan hebben een kortere omlooptijd) Planeten draaien niet alleen om de zon maar ook om hun eigen as.
Omwentelingstijd: de tijd die een planeet nodig heeft om rond zijn as te
draaien (wordt ook wel een dag genoemd).De aarde heeft 1 maan, Saturnus heeft 82 manen, Jupiter heeft 92 manen.Mercurius en Venus hebben als enige geen manen De maan draait in ongeveer 28 dagen om de aarde heen, de baan om de aarde is ongeveer 160.00 km lang. 1 / 4
De maan geeft zelf geen licht maar weerkaatst de zonnestralen.
Nieuwe maan: De maan staat precies tussen de aarde en de zon.
Volle maan: De stand van de maan ten opzichte van de zon. Wanneer de maan
met de volledig veerlichte kant naar ons toe staat.
Wassende maan: de maan in het eerste kwartier; de maansikkel wordt steeds
groter.
Afnemende maan : de maan is in het laatste kwartier, en wordt steeds kleiner.
De aarde is vanaf de zon gezien de derde planeer in ons zonnestelsel. De aarde is tot op heden de enige planeet waar leven voorkomt,
Korst: Ongeveer 40 km dik, bestaat uit meerdere
platen
Mantel: Ongeveer 2900 km dik
Kern: Verdeeld in een buitenkern en binnenkern,
diameter van ongeveer 3470 km Rond de aarde bevindt zich de atmosfeer of dampkring.Is door de zwaartekracht aan de aarde gebonden en is van belang voor het leven op aarde
Ozonlaag: een laag in de atmosfeer die ons beschermt tegen o.a. schadelijke
Uv-straling die afkomstig is van de zon. (Bevind zich op ongeveer 30 km hoogte) De evenaar of equator is een denkbeeldige lijn op het aardoppervlak in de vorm van een cirkel midden tussen de Noordpool en Zuidpool. (De evenaar deelt de aarde in een zuidelijke en noordelijk halfrond) De denkbeeldige lijnen op de aarde die evenwijdig lopen aan de evenaren worden parallellen of breedtecirkels genoemd.
Meridianen: denkbeeldige lijnen op het
aardoppervlak in de vorm van cirkels die door de beide polen gaan.
Nulmeridiaan: Verdeelt de aarde in een oostelijk
en westelijk halfrond Als je de positie van een plaats op de aarde wilt aangeven gebruik je de lengtegraad en de breedtegraad.Breedtegraad varieert van 0◦ tot 180◦ met toevoeging NB (noorderbreedte) of ZB (zuiderbreedte) Lengtegraad varieert van 0◦ tot 180◦ met toevoeging OL (oosterlengte) of WL (westerlengte) Het snijpunt van de evenaar en de nulmeridiaan heeft als coördinaten 0◦, 0◦ 2 / 4
De aarde draait in een ellipsvormige baan om de zon, op 150 miljoen km afstand.Een rondje om de zon duurt voor de aarde 365,25 dagen dit noemen we een jaar. Omdat we geen kwart dagen hebben, hebben we schrikkeljaren ingevoerd.Dit is eens in de vier jaar op 29 februari.De maan draait in een ellipsvormige baan rond de aarde, met een variabele afstand van 363.000 tot 406.000 km. Staat de maan dicht bij de aarde dan zie je hem iets groter dan als hij ver weg staat.
Aardbaan: de baan van de aarde rond de zon.
Aardrotatie: de aarde draait ook om zijn eigen as (aardas), daarom is er dag en
nacht.Als het bij ons licht is, is het aan de andere kant van de aarde nacht. De zon staat het hoogst om 12 uur ’s middags.In de zomer hebben we meer uren zon dan in de winter.Dat komt doordat de aardas iets schuin staat. Landen op het noordelijk halfrond liggen zomers langer in de zon.Op het zuidelijk halfrond is dat net andersom (te zien op het plaatje) Op de evenaar is er geen verschil tussen het aantal uren zon in de winter en de zomer.Op aarde zijn er 24 verschillende tijdzones.Tijdzone is een gebied met gelijke (standaard)tijd.De tijd in een tijdzone wordt meestal aangegeven als het tijdverschil ten opzichte van de zone waarin de nulmeridiaan ligt.-In de VS vind je 8 verschillende tijdzones -In Rusland vind je er 7 -China (het grootste land) heeft er maar 1 Weer en Klimaat
Weer: de temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaald moment
Klimaat: het gemiddelde weer in een bepaald gebied over een langere periode
Er worden vaak vier grote klimaatzones onderscheiden (ze lopen in elkaar over) Tropische klimaatzone Droge klimaatzone Gematigde klimaatzone Koude klimaatzone Tropische klimaat komt voor in het gebied rond de evenaar (temp. is het hele jaar tussen de 25◦ en 30◦ C). 50% van alle planten- en dierensoorten die op de wereld leven komen hier voor.Tropisch klimaat is een verzamelnaam voor meerdere klimaten 3 / 4
-Regenwoudklimaat -Savanneklimaat Het verschil tussen deze klimaten is de hoeveelheid regen. In de tropische regenwouden regent het het hele jaar door. Het savanneklimaat kent een droog en een nat seizoen, en komt zich voor op de savanne; een graslandschap met verspreid voorkomende bomengroei Droge klimaatzone vind je rond de 30◦ NB en 30◦ ZB. Ze veroorzaken vaak woestijnen (bijv. in Afrika, zuidwest Azië en Australië).Onder de droge klimaten vallen; Steppeklimaat Woestijnklimaat Een woestijn is kenmerkend door -Weinig regen -Grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht -Weinig begroeiing (alleen sterke planten die lang zonder water kunnen) -Grond is droog en onvruchtbaar -Een oase (een plek in de woestijn met toegang tot water) -Een wadi (rivier in de woestijn waarvan de rivierbedding een deel van het jaar droog valt)
Verwoestijning: Het uitbreiden van de woestijn door droogte
Gematigd klimaat komt voor in veel gebieden tussen de 40◦ en 55◦ NB en ZB.
Deze gebieden kennen vier duidelijke seizoenen: Lente, zomer, herfst en winter.
(Er komen weinig extreme temperatuur- of weersomstandigheden voor) De zee zorgt voor invloed op het weer.
Zeeklimaat: gebieden die dicht bij de zee liggen hebben vaak minder
strenge winters en minder hete zomers
Landklimaat: In gebieden die meer landinwaarts liggen, zijn er koudere
winters en zijn de temperaturen zomers gemiddeld hoger.Middellandse zeeklimaat (mediterrane klimaat) is een voorbeeld van een gematigd klimaat het komt voor in de landen rond de Middellandse zee en Zwarte zee.-Milde, natte winters en warme, droge zomers -Gemiddelde januaritemp. Ligt tussen de 10-15◦ C -Zomer temp. tussen 21-27◦ C Koude klimaatzones bevinden zich boven de noordpoolcirkel en beneden de zuidpoolcirkel, je spreekt dan ook wel van een poolklimaat Het hooggebergteklimaat , toendraklimaat en sneeuwklimaat zijn voorbeelden van poolklimaten Noordelijke IJszee bevindt zich in het poolklimaat, Antarctica bevindt zich in het koude klimaat. In deze zones is het extreem koud, veel wind en weinig neerslag.Het is zo koud omdat de zon nooit hoog aan de hemel staat.Zuidpool; warmste maand (januari) gemiddeld -29◦C. koudste maand (juli) -60◦C
- / 4