• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Aardrijkskunde H6 Gebieden Zuid-Amerika:

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Aardrijkskunde H6 Gebieden Zuid-Amerika:

6.1 Landschappen en klimaten:

Landschappen:

Hoogland/hoogvlakte: Een gebied met weinig reliëf dat meer dan vijfhonderd

meter boven zeeniveau ligt en meestal omringd wordt door gebergten.

Schilden: De kern van het continent, waar de oudste gesteenten voorkomen.

Westkant van Zuid-Amerika: Subductie met actief vulkanisme en de vorming

van andesiet (stollingsgesteente).Vulkanisme activiteit niet overal even groot omdat de leeftijd van de

wegduikende Nazcaplaat niet overal even oud is: Oude oceanische korst is verder

afgekoeld > hogere dichtheid > zwaarder > zwaarder dan gesteente in de mantel en duikt diep naar beneden > oceanische korst smelt en magma wordt aangemaakt.Jonge oceanische korst is niet zwaar > dezelfde dichtheid als andere gesteente in de mantel > subductie vindt dichter aan het oppervlak plaats > materiaal smelt niet > vorming van gesteente (metamorfose), maar geen vulkanisme.Voorlandbekkens: Wegduikende plaat creëert een laagte > trekt aangrenzende land mee > gewicht van geplooide en opgestuwde lagen zorgt ervoor dat de basis van het Andesgebergte en het omringende gebied inclusief de voorlandbekkens dieper in de mantel komen te liggen > bekken wordt steeds gevuld met sediment > ze blijven onder het gewicht hiervan lange tijd dalingsgebieden.

Oostkust van Zuid-Amerika is grotendeels een oude plaatrand: Door het

openscheuren van het supercontinent Pangea ontstond de Atlantische Oceaan.Langs de midoceanische rug gepaard met uitvloeiingen van basalt en het ontstaan van afschuivingsbreuken in het continentale gesteente > ontstaan van nieuwe oceanische korst en reliëf.Schilden in noorden en oosten bestaan uit oude dieptegesteenten (graniet) en metamorfe gesteenten die door optilling en verwering en erosie dicht aan het oppervlak zijn gekomen.

Bodemschatten:

Andesgebergte en de hooglanden zijn rijk aan ertsen, de voorlandbekkens en kustzones aan fossiele brandstoffen.Ertsen ontstaan bij vulkanisme en gebergtevorming zodra vloeibaar gesteente diep in de aardkorst afkoelt of doordat ertshoudend sediment van dit gesteente wordt afgedekt en onder druk verandert in ertshoudend gesteente.

Vorming van gas en olie in de voorlandbekkens: In het Krijt stond zeespiegel

hoger en leefde er meer plankton > plankton werd ‘ingepakt’ door sedimentlagen > onder deze druk ontstond olie- en gashoudend gesteente. 1 / 2

Olievelden voor de kust van Brazilië ontstaan door sedimentatie: Scheiding van Zuid-Amerika en Afrika > langs de midoceanische rug ontstonden moerassen met veel dood organisch materiaal > gebied bleef dalen > het stijgende zeewater overstroomde > zoutlaag zorgde ervoor dat het dode organische materiaal luchtdicht werd afgesloten waardoor het niet verging.

Klimaten:

Selva: Tropisch regenwoud (Amazonewoud).

Caatinga: Droog steppeachtig gebied (in het noordoosten van Brazilië tussen het Amazoneregenwoud en het Atlantisch regenwoud).

Cerrado: Vruchtbaar, savanneachtig hoogvlakte (in het centrale westen

van Brazilië).

Illanos: Tropische boomloze grasvlakte (in het noorden van Zuid-Amerika).

Pampa’s: Uitgestrekte boomloze vlakte (steppegebied in Argentinië).

Mangrovebossen: Bos in vlakke, modderige kustgebieden. Altijd met wortels in

brak en zout water, daarom kunnen ze ook groeien in gebieden met weinig neerslag (in de (sub)tropische kustgebieden).Ligging van vegetatie- en landschapszones bepaald door de geografische breedtelgging, hoogteligging, de noord-zuidligging (lij/loefzijde) van het Andesgebergte en de invloed van zee- en luchtstromen.

Oostkust: noord-ooost en zuid-oostpassaat aanlandig > invloed van de

Atlantische Oceaan is groot (vooral omdat het een relatief vlak gebied is).

  • Ook invloed van de warme Zuid-Equatioriale stroom > hierdoor is de oostkust
  • warmer dan de westkust op dezelfde geografische breedte.

Westkust: Aflandige wind.

Hoge Andesgebergte verhindert dat de invloed van de Grote Oceaan ver landinwaarts reikt.Koude water van de Humboldtstroom.El Nino: Luchtdrukverschil tussen de westkust van Zuid-Ameriaka en Indonesië wordt ver naar het westen kleiner > passaten verzwakken en de wind gaat vanuit het westen waaien > stroom keert om.Ongebruikelijke aanlandige wind > hevige regenval aan de westkust van Zuid- Amerika en droogte in het noordelijk deel van dit continent. Normale patroon is omgekeerd.

6.2 Bevolking: spreiding, groei, verstedelijking:

Spreiding:

Ongunstige gebieden > hoge bevolkingsdruk.Indianen: Aan de oevers van rivieren. Hooggebergte, omdat daar de temperatuur de verbouw van voedselgewassen toestaat.

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Aardrijkskunde H6 Gebieden Zuid-Amerika: 6.1 Landschappen en klimaten: Landschappen: Hoogland/hoogvlakte: Een gebied met weinig reliëf dat meer dan vijfhonderd meter boven zeeniveau ligt en mee...

Unlock Now
$ 1.00