ABS 2: OSTEOLOGIE EN
ARTHROLOGIE – ACHTERSTE
LIDMAAT EN ASSKELET
- / 7
1
1
ACHTERSTE LIDMAAT
INLEIDING
Hond: veel problemen met het heupgewricht.
Paard en andere ds: problemen met kniegewricht. GHD: niet echt kruisbanden gescheurd maar wel bv slechte aanleg van het gewricht. OCD.Kleine hondenrassen: patellaluxatie. Knieschijf komt uit de kom, lateraal of mediaal. Hondjes gaan manken.
Grote honden: minder want meer stevige spiermassa.
Bovenste deel knieschijf zit vast aan quadriceps. Onderste deel zit vast met 3 delen. Hond en
kat: 1 patellaband → minder stabiliteit.
Distale epifyse femur is
Meniscus: mandarijn schijfje. Afhellend vlak waarbij de condyllen centraal gehouden worden.
Tarsus: oorspronkelijk 3 rijen.
Mens: plantigraad dus onze hiel zit op de grond.
- / 7
2
2
BEKKENGORDEL
Achterbeen heeft belangrijke steunfunctie en creëert stuwkracht (zet beweging in gang). In tegenstelling tot voorbeen wel een benige verbinding!
- Gewricht tussen capitis femoris en acetabulum van pelvis → banden nodig om
gewricht goed bij elkaar te houden
Bekkengordel = heupbeenderen + sacrum
- heupbeenderen vormen het bekken.
HET IS OS ILIUM NIET OS ILEUM = DARM
Paard: zitbeenknobbels niet goed te voelen. Koe: ingedeukte achterhand: zitbeenknobbels goed zichtbaar.
BEKKEN
- ossa coxae = heupbeenderen → opgebouwd uit verschillende beenderen
- Os ilium = darmbeen (craniodorsaal gelegen)
- Os pubis = schaambeen (cranioventraal gelegen)
- Os ischium = zitbeen (caudoventraal gelegen)
Heupbeenderen niet volledig versmolten wat meer flexibiliteit geeft bij geboorte. Hoe ouder dier, hoe meer botvorming dus hoe meer versmolten. Os pubis en os ischium vergroeien in mediaanlijn tot symphysis pelvina.
Bekken = pelvis = 2 os coxae = 2 heupbeenderen -> versmolten via de symphysis pelvina
Elk heupbeen bestaat oorspronkelijk uit:
• Os ilium = darmbeen • Os ischium = zitbeen • Os pubis = schaambeen Poot (van boven naar onder) • Femur
• (Patella) = sesam been:
oorspronkelijk een spier
• Ossa cruris, met: tibia & fibula
• Tarsus
Pelvis = bekken
- / 7
3
3 Sacrum Ilium met het tuber sacrale & tuber coxae die samen het ala ossis illi = darmbeenvleugel vormen Deze is deels uitgehold voor spier aanleg (bilspieren = musculi gluteus)
Strepen: liniae gluteae op de zijde die is
uitgehold = facies glutea
Inkeping tussen de tuberi = crista iliaca:
afkomstig uit humaan waar geen inkeping is,
ook niet bij iedere diersoort aanwezig. BV: bij
het paard wel, bij de hond niet Spina ischiadica Incisura ischiadica major tussen het tuber sacrale en de spina ischiadica Incisura ischiadica minor tussen de spina ischiadica en de tuber ischiadicum = zitbeenknobbel van het ischium Er is een ‘boog’ tussen de 2 zitbeenknobbels = arcus ischiadicus
+ = tuberculum musculus psoas minor: beenpunt aan mediale zijde
X = facies rectus femoris Pubis met het foramen obturatum bilateraal aan de ventrale zijde van het heupbeen (onderzijde bekken) Acetabulum = kom voor de kop van de femur. Dieper door het labrum acetabulare (=kraakbeenlip) Facies lunata (halve maan): een stukje van het acetabulum (voor de kop van de femur) Stippen = fossa acetabulum: de diepste put van het acetabulum, die de facies lunata ‘rond’ maakt
Ventraal zicht
Lichtblauw stipje = eminentia iliopubica(e).Hierop hechten de musculus rectus abdominis (=rechte buikspieren) vast
Felrood stipje = pecten
Symfysis pelvina = versmeltingsplaats van de 2 heupbeenderen Met de crista symfysialis
OS ILIUM
- Corpus ossis ilii = darmbeenzuil
- Spina ischiadica = beenkam op darmbeenzuil
- Bevat med tuberculum m. psoas minoris → uitloper van beenlijst voor
- Bevat lat area m. rectus femoris → lichte groeven waarin spier vasthecht (2
aanhechting spier