AH Hart Temp Lnn Mucosa Turgor Pens Hond 10-30 70-150 38-39 Niet opgezet en moeilijk te palperen, enkel lnn mandibularis, prescapulairs en popliteus te palperen bij gezonde dieren Roze, vochtig, CVT < 2 sec < 2 sec Pup 15-40 120-160 37,5-39,2 Kat 20-40 140-220 38,5-39 Kitten 24-48 220-260 37,2-38,3 Konijn 50-60 120-140 38,5-39,5
Cavia 100-130 200-300 38,5-39,5
Hamster 30-135 300-600 37-38
Paard 8-16 28-44 37-38 Niet opgezet en moeilijk te palperen, enkel lnn mandibulares zijn gemakkelijk te voelen in normale omstandigheden Roze, vochtig, CVT < 2 sec < 2 sec Veulen 20-40 48-76 37,5-38,9 Neonataal v > 60 80-100 37,2-38,9 Koe 15-35 60-80 38-39 3/2 Kalf 30-45 80-100 38,5-39,5 Geit 15-30 70-90 38-39,7 1-2 Geitenlam 20-40 90-150 39,5-40 Schaap 12-20 70-80 39-39,7 1-2 Schapenlam 20-40 80-130 39,5-40
Camelid 10-30 60-90 37,5-38,9 C3: 3-5
Cria 15-30 80-100 37,5-39 Varken 15-20 60-90 38,39,5 Big 25-40 100-120 39-40
KLINIEK II
2023-2024
2 e Master Diergeneeskunde 1 / 8
1 / 231
Kleine huisdieren
- / 8
2 / 231
ANESTHESIE
CHECKLISTS ANESTHESIE
Waarom?· Checklists dienen als geheugensteuntje op de werkvloer.· Ze zetten aan tot nadenken over een klinische situatie. Ze sturen de klinische aanpak aan.· Van zodra men vertrouwd is met een bepaalde procedure, worden deze checklists een ingebouwd automatisme.
Hoe te gebruiken?Checklist worden voor, tijdens en na een anesthesie handeling gebruikt in een ‘do/confirm’ of ‘read/do’ format
Topics:
· pre-anesthetisch onderzoek · anesthesie planning (vragen) · essentiële anesthesie medicatie · checklist anesthesietray · checklist anesthesietoestel · post-inductie checklist · recovery checklist
PRE-ANESTHETISCH ONDERZOEK
1. ANAMNESE/VOORGESCHIEDENIS (ZIE PRE-ANESTHETISCHE AANVRAAGFICHE)
· Welke zijn de huidige problemen van de patiënt?· Eet, drinkt, urineert en defaeceert het dier normaal?· Is het dier nuchter? Wanneer heeft het voor de laatste keer gegeten/gedronken?· Er is een risico op regurgitatie, aspiratiepneumonie & strictuur van de oesophagus als het dier onvoldoende is uitgevast voor de ingreep (onafhankelijk van hoeveel voeding het dier opnam). De juiste uitvastingsduur is afhankelijk van diersoort, ras, aandoening & leeftijd. Toegang tot water wordt in de regel voorzien tot op het tijdstip van de anesthesie.· Is er sprake van recent gewichtsverlies?· Is er een voorgeschiedenis van braken of regurgiteren?· Zijn er ademhalingsproblemen? Hoesten/niezen? Hoorbare ademhaling? (ademgeluiden)?· Is er sprake van inspanningsintolerantie (Vraag naar veranderingen in uithouding tijdens de normale wandelingen.)?· Krijgt het dier momenteel medicatie? Welke? Waarvoor? Wanneer?· Is het dier reeds eerder onder narcose geweest?· Zo ja, ging dit probleemloos? Problemen bij de recovery?
2. LICHAMELIJK ONDERZOEK
Besteed vooral aandacht aan het volgende:
· Orgaansystemen:
- Cardiovasculair (auscultatie hart/polspalpatie/slijmvliezen/CVT)
o Ademhaling (longen + luchtwegen: auscultatie thorax/longen, palpatie
larynx/trachea, inspectie neusgaten)
- Neurologisch (inspectie + evtl. beperkt neurologisch OZ)
- Buikorganen (palpatie)
· Patiënt grootte, BCS, hydratatietoestand, conformatie (dikke buik/vernauwde uitwendige luchtwegen) · Pijn · Lichaamstemperatuur 3 / 8
3 / 231
3. SIGNALEMENT
Kan het signalement van de patiënt een probleem vormen? Denk aan:
· Leeftijd · Soort · Ras · Geslacht · Gedrag (angstig, agressief)
4. ASA-CLASSIFICATIE (AMERICAN SOCIETY OF ANESTHESIOLOGIST)
Risico-classificatie voor anesthesiegerelateerde complicaties Heeft een impact op de keuze van het anesthesieprotocol
· ASA 1: gezonde patiënt voor bv. een electieve ingreep
· ASA 2: patiënt met een milde systemische aandoening zonder functieverlies (bv. hartruis zonder inspanningsintolerantie) · ASA 3: patiënt met een ernstige systemische aandoening met functieverlies (bv. hartruis met inspanningsintolerantie)
· ASA 4: patiënt met een levensbedreigende aandoening
· ASA 5: stervende patiënt (sterfte wordt verwacht binnen de 24u indien de oorzaak van het probleem niet behandeld wordt)
5. PROCEDURE
Hou rekening met de aard van de ingreep. Kan deze een probleem inhouden? Denk aan: · Te verwachten pijnniveau · Te verwachten intraoperatieve bloedingen · Interferentie met vitale structuren (hart, longen, buikorganen, zenuwen) · Logistiek (o.a. positionering & toegang tot het dier bv. CT/MRI scan)
6. SPECIFIEKE ANESTHESIE AANDACHTSPUNTEN
Kan iets van de hierboven vernoemde punten de kans op complicaties (hieronder opgegeven) verhogen?
Denk aan volgende complicaties:
· Hypotensie · Hypoventilatie · Hypoxemie · Hypo- of hyperthermie · Ontwaken (bv. verplaatsen van het dier tussen meerdere locaties, extreem pijnlijke onderdelen van de ingreep, hyperthermie/koorts waardoor de anesthesiebehoefte toeneemt) · Bradycardie · Tachycardie · Aritmie
7. ANDERE AANDACHTSPUNTEN
Onder andere/niet gelimiteerd:
· Zal het dier problemen met de metabolisatie van de anesthetica ondervinden? Zeer oude, zeer jonge, erg zieke dieren of dieren met leverinsufficiëntie, genetische mutaties (bv. MDR gen mutatie) · Zijn er tegenindicaties voor het toedienen van bepaalde medicatie?· Is er interactie mogelijk tussen medicatie waarop het dier staat en de overige medicatie/anesthetica die zullen toegediend worden?· Heeft vasten een negatieve invloed op het functioneren van het dier? Zeer jonge dieren & dieren met diabetes worden bijvoorbeeld minder lang uitgevast. 4 / 8