Contractenrecht 1 / 4
Algemene opmerkingen over het vak Waarover gaat het vak?>Is er gebondenheid tussen partijen ontstaan?6:217 jo 3:33 aanbod en aanvaarding >Wat zijn partijen met elkaar overeengekomen?Indien gebondenheid is ontstaan, is van belang wat precies is afgesproken.Onenigheid hieromtrent is niet altijd op te lossen door simpelweg naar het contract te kijken, aangezien taal op meerdere manieren te interpreteren is.Ook is het mogelijk dat niet alles wat met de partijverhoudingen te maken heeft expliciet in het contract is opgenomen (leemten).Ook kan het zo zijn dat het contract op zichzelf laat zien wat partijen hebben afgesproken, maar dat 1 vd partijen er tijdens de uitvoering van het contract achter komt dat het contract vergaande onaanvaardbare gevolgen heeft waardoor die partij niet langer gebonden wil zijn of niet langer wil dat de wederpartij daar een beroep kan doen (beperkende werking R&B) >Als een van partijen zich niet aan de overeenkomst houdt, wat kan diens wederpartij daar dan tegen ondernemen?
Mogelijkheden zijn: nakoming vd overeenkomst vorderen bij de rechter of
ontbinding + schadevergoeding, ook kun je gebruik maken van pressiemiddelen als jij niet presteert, presteer ik ook niet Wat moet je kunnen?>Casusposities oplossen >feiten en omstandigheden juridisch kwalificeren (40%) >met welk leerstuk hebben we te maken?>wat is de rechtsvraag?>feiten en omstandigheden normatief waarderen (60%) >Antwoord formuleren op de rechtsvraag >Welke Artikelen zijn van toepassing >Welke Jurisprudentie is van toepassing >Welke gezichtspunten zijn te benoemen >Waarom dit antwoord? zelfde als Arrest/ Artikel of wijkt het juist af? 2 / 4
Week 1: Totstandkoming van overeenkomsten (verdieping)
Totstandkoming van Overeenkomsten
Art. 6:217 (e.v.) Een overeenkomst komt tot stand dmv aanbod en aanvaarding.
Verschil aanbod en uitnodiging om in onderhandeling te treden = Bepaalbaarheid Art.6:227.Bij een aanbod zijn de essentiële onderdelen aanwezig, dit is niet zo bij uitnodiging in onderhandeling te treden. Indien verbintenissen niet bepaalbaar zijn, zijn ze nietig.Een vereiste van een overeenkomst is wilsovereenstemming: 3:33 jo 3:35 Aanbod: A wil iets verkopen en verklaart conform de wil (ik bied dit te koop aan)
Aanvaarding: B verricht rechtshandeling aanvaard jouw aanbod
er is dus sprake van 2 rechtshandelingen (eis: 3:33 jo 3:35) Als aanbod en aanvaarding samenkomen (beiden willen hetzelfde, verklaren conform hun wil en verklaren hetzelfde zuivere overeenkomst = wilsovereenstemming) 6:213 een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen jegens een of meer anderen een verbintenis aangaan.6:261 een overeenkomst is een wederkerige overeenkomst indien elk van beide partijen een verbintenis op zich neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt.7:1 koop is een overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander om daar een prijs voor te betalen.
Een bijzondere vorm van koop 7:5 consumentenkoop
6:2 bepaalt dat de schuldeiser en schuldenaar verplicht zijn zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van R&B. 3 / 4
Algemene Voorwaarden = Art.6:231
Algemene voorwaarden = Art.6:231 sub a
Een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, muv de bedingen die de kern vd prestaties weergeven, voor zover deze bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.AV mag dus nooit een kernbeding inhouden beding dat de kern vd prestaties weergeeft (essentiele punten zoals prijs en product)
Bedingen die voortvloeien uit kernbedingen vallen wel onder 6:231 zoals
binnen welk termijn de koopprijs dient te worden betaald.
Doel Algemene voorwaarden: Faciliteren het contractverkeer/ handelsverkeer.
Wat zijn de voor- en nadelen?Voordeel: niet steeds opnieuw onderhandelen, maar steeds terugvallen op de AV.Nadeel: niemand leest het, er staan vaak dingen in die wederpartij benadelen. De wederpartij is vervolgens na het sluiten van het contract wel gebonden aan de AV.Deze conflicten oplossen door te kijken naar Afd. 6.5.3 inzake algemene voorwaarden.Om als wederpartij een beroep te doen op de regelingen van Afd.6.5.3. om zo beschermd
te worden tegen de AV moet je wel voldoen aan de eisen van Art.6:235 lid 1 BW.
Is toepasselijkheid van algemene voorwaarden vd gebruiker overeengekomen? snelle gebondenheid Hoofdregel: Art. 6:217 (e.v.) 1.Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan Jo 3:33 rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil die zich dmv een verklaring heeft geopenbaard.aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen, voor beiden is wilsverklaring nodig.jo 3:35 Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.geen beroep doen op 3:33 (mijn wil ontbreekt geen wilsverklaring), indien de ander er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat dit jouw wilsverklaring was Voor AV geldt in algemene zin de hoofdregel van 6:217 jo 3:33 alle partijen verklaren conform de wil, de 2 verklaringen moeten overeenkomen en er moet wilsovereenstemming zijn. Er zijn echter 2 problemen bij gebondenheid wat betreft algemene voorwaarde.6:232 een wederpartij is ook dan aan de AV verbonden als bij het sluiten vd overeenkomst de gebruiker vd AV begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud daarvan niet kende.
- / 4