- / 4
1 Voorwoord Als ik denk aan ‘zelfredzaamheid’, denk ik ook wel eens aan nieuwberichten waarin wordt gesproken over ‘de nieuwe tijd’ waarin we leven. De strekking is meestal dat sommige mensen niet (meer) mee kunnen draaien in de samenleving, vaak omdat deze te ingewikkeld geworden is. Ik weet niet of dat waar is, maar ik denk dat ik het wel begrijp. Hoewel ik zelf nog jong ben en met internet ben opgegroeid bijvoorbeeld, erger ik mij er wel eens aan hoe ingewikkeld alles geworden is. Veel dingen moeten online geregeld worden zoals bankzaken, uitkeringen, aanvragen en alle communicatie gaat via email. Ik kan me herinneren dat ik een poos geleden via Digid (de app van de overheid) iets moest regelen. Ik dacht dat het wel handig zou zijn geweest als ik een IT-er geweest was, want het was niet te volgen. Pagina’s met onbegrijpelijke overheidstaaltaal en onlogische doorverwijzingen. Ik had alleen een vraag over studietoelages; ben ik ruim een half uur mee bezig geweest. En toch vindt ik mezelf best wel zelfredzaam. Alleen toen even niet… Zelfredzaamheid klinkt mooi, maar ik geloof dat deze samenleving inderdaad complex geworden is. Maar hier kun je ook vraagtekens bij zetten, want wat is complex en voor wie? In welke context? Veel bedrijven en organisaties zeggen juist dat ze transparanter en duidelijk zijn geworden door bijvoorbeeld alles online te regelen, maar zo ervaar ik het helemaal niet. Soms wil ik gewoon een echt mens spreken om dingen te regelen.Als je zelfredzaam bent, wat betekend dat dan? Mijn eerst gedacht is dat je dat alles zelf wel kunt regelen in je leven. Je bent nauwelijks hulp nodig. Je kunt het gewoon. Maar als ik denk aan sommige mensen in de samenleving is dat helemaal niet vanzelfsprekend. Nog even afgezien van onmogelijk moeilijke websites of onbegrijpelijk overheids-taal, is iedereen gewoon anders. Niet iedereen is ‘diy-savvy’ zoals dat heet. Niet iedereen heeft kennis van Facebook, het invullen van een belastingformulier, het lezen van meters medicijnbijsluiters of het ontcijferen van een NS-traject. Dat veranderd ook iedere week trouwens.Dit kunnen ouderen zijn, minder bedeelden of bijvoorbeeld ex-gedetineerden waar dit onderzoek over gaat.Mensen die een poos uit de samenleving zijn geweest en nu weer toe zijn aan een rol daarin. Het is niet alleen het feit dat ze er ‘uit hebben gelegen’, maar er is vaak meer aan de hand. Verslavingsproblematiek, mentale instabiliteit of een strafblad om er maar een paar te noemen. En zo iemand moet in onze samenleving dan goed resocialiseren. Ga er maar aan staan.‘De X’ probeert zelfredzaamheid zo goed mogelijk aan te leren, maar er is geen onderzoek voor nodig om te weten dat dit geen eenvoudige opgave is. Met een team van professionals proberen zij ex-gedetineerden weer een plek in de samenleving te geven en daar komen aardig wat competenties bij kijken. Medewerker bij deze organisatie wordt je ook niet zomaar, je moet ten minste over een groot empathisch vermogen beschikken.Kenmerkend voor de medewerkers is ook dat zij vanuit een holistische benadering naar het individu kijken; de hele mens dus. Want stel, iemand heeft een strafbaar feit begaan, is dit dan bepalend voor de persoon? Bij de organisatie vinden ze van niet, want een mens is uiteindelijk oneindig complex. Met zijn eigen kwaliteiten en tekortkomingen. Een eigen persoonlijkheid die iedere keer weer verschillend is voor de organisatie en haar medewerkers. En dat vraagt om voortdurend aanpassend vermogen.Zelfredzaamheid; het zou mooi zijn als we het allemaal zouden hebben, want het is de kant waar de Nederlandse regering mee op wil. Onder druk van onbetaalbaar wordende gezondheidszorg moeten we het allemaal op eigen houtje doen. Gelukkig is Nederland een land met goede gezondheidszorg en probeert ‘De X’ haar steentje bij te dragen. Maar het vergroten van zelfredzaamheid onder een kwetsbare doelgroep, hoe doe je dat eigenlijk?Daar waar ‘hij’ is geschreven kan ook ‘zij’ gelezen worden. Daar waar ‘cliënt’ genoemd wordt, kan ook van ‘bewoner’ of ‘ex-gedetineerde’ gesproken worden afhankelijk van de context. Dit geldt ook voor ‘medewerkers’, ‘zorgprofessionals’, sociale werkers’ en ‘vrijwilligers’. 2 / 4
2 Managementsamenvatting Deze scriptie is geschreven voor ‘De X’; een netwerkorganisatie die zich inzet voor de re-integratie van ex- gedetineerden. Het organisatieprobleem bestaat uit de afwezigheid van noodzakelijke deskundigheid onder sommige vrijwilligers in relatie van zelfredzaamheid (De X, 2020; De X, 2020). Het gevolg is dat ex- gedetineerden in sommige gevallen niet optimaal kunnen re-integreren. Hierdoor ontstaan spanningsvelden op macro-, meso-, en microniveau die in het verslag uitgelegd worden. De doelstelling van de organisatie is het ontvangen van een adviesrapport met aanbevelingen. Hiermee kan zij noodzakelijke deskundigheid van huidige en toekomstige vrijwilligers verhogen in relatie tot zelfredzaamheid. Het hoofddoel is optimalisatie van re- integratie door het verbeteren van kennis en kunde. Een subdoel is dat met de resultaten verbeterde vacatures voor toekomstige vrijwilligers kunnen worden ontworpen.Op basis van de probleemstelling zijn de volgende hoofd-, en deelvragen ontworpen: ‘Welke ondersteunende deskundigheid is noodzakelijk voor vrijwilligers van ‘De X’ ter bevordering van de zelfredzaamheid van ex-gedetineerden zodat bijgedragen wordt aan succesvolle re-integratie?’ 1.Hoe kenmerken de zelfredzaamheid en re-integratie van ex-gedetineerden zich?
2.Welke factoren beïnvloeden de zelfredzaamheid en re-integratie van ex-gedetineerden?
3.Welke deskundigheid is belangrijk voor het stimuleren van de zelfredzaamheid van ex- gedetineerden en een succesvolle re-integratie?
4.Over welk deskundigheid beschikken de vrijwilligers momenteel en waar ervaren zij mogelijk belemmeringen? (IST_SOLL) Er is literatuur-, en praktijkonderzoek uitgevoerd (Baarda, 2015; Verhoeven, 2018). Bij literatuuronderzoek is de zelfredzaamheidsmatrix (Zimbardo et. al, 2017) als kapstokmodel gebruikt en staat in relatie tot de kerncompetenties van het sociale domein (Wolf, 2016; De X, 2020; GGD Rotterdam, 2020). Praktijkonderzoek is uitgevoerd onder een ex-gedetineerde, een woonbegeleider, de directeur en twee vrijwilligers. Het onderzoeksinstrument was een semigestructureerd interview. De kernthema’s waren: sociale-, maatschappelijke-, materiële- en gezondheid-zelfredzaamheid.
Resultaten:
- Zelfredzaamheid is niet aan te leren voor cliënten, maar kan slechts worden aangedragen; (Wolf, 2016;
- eerst moet een vertrouwensband gecreëerd worden voordat behandeling kan plaatsvinden; (Jungmann et. al,
- de vrijwilliger houdt spanningsvelden in het achterhoofd op micro-, meso-, en macroniveau en belangen van
- het aanbrengen van structuur is de belangrijkste taak van de vrijwilliger; (Regenmortel, 2016; Terstal, 2020;
- het overnemen van de regie kan alleen wanneer het individu wils-, of handelingsonbekwaam is. Dit is een grijs
- De vrijwilliger is zich bewust van zijn handelingen en de impact op de samenwerking met netwerkorganisaties
Verhaar et. al, 2016; Laan, 2019; Helsloot, 2018).
2020; Wesdorp et. al 2020; Derksen, 2017).
stakeholders (Brink, 2020; Zimbardo, 2017; Wolf, 2016).
Verhaar et. al, 2016)
gebied en er bestaan geen duidelijke scheidslijnen (Artikel 11 BW). (Rijksoverheid, 2020; DJI, 2020; Brink, 2020; Wolf, 2016; Sprinkhuizen, 2013).
en overige stakeholders op micro-, meso-, en macroniveau (Duyvendak, 2016; Helsloot, 2018; Scholte, 2016).Aanbevelingen De vrijwilliger beschikt over de volgende competenties: uitstekende communicatieve vaardigheden, het aannemen van verschillende beroepsrollen en vervult een netwerkfunctie. Voor lange termijn succes is het doorbreken van oude netwerken cruciaal. Daarbij realiseert hij zich dat zelfredzaamheid geen vanzelfsprekendheid is. Hij weet dat de maatschappelijke visie op zelfredzaamheid fundamenteel anders is dan de visies van het domein sociaal werk en de Nederlandse overheid.Vervolgonderzoek kan worden uitgevoerd met een bredere onderzoekspopulatie of vergelijking van de omgang met zelfredzaamheid bij vergelijkbare zorgorganisaties. 3 / 4
3 Inhoud Deel I Onderzoeksplan - Inleiding...........................................................................................................6 1.1 Inleiding........................................................................................................................................6 1.2 Beschrijving organisatie................................................................................................................8 1.3 Globale werkwijze.......................................................................................................................10 1.4 Aanleiding...................................................................................................................................11 1.5 Relevantie onderzoek.................................................................................................................13 Hoofdstuk 2 Signalering vraagstuk.......................................................................................................14 Hoofdstuk 3 Probleemverkenning........................................................................................................17 3.1 Macro.........................................................................................................................................17 3.2 Meso...........................................................................................................................................19 3.3 Micro..........................................................................................................................................20 Hoofdstuk 4 Theoretische verdieping...................................................................................................22 4.1 Zelfredzaamheidsmonitor...........................................................................................................23 4.2 Welke kwalificaties?...................................................................................................................25 4.3 Factoren beïnvloeding zelfredzaamheid.....................................................................................27 4.4 Deskundigheid bevordering zelfredzaamheid............................................................................28 Hoofdstuk 5 Probleem-, doel en vraagstelling......................................................................................31 5.1 Probleemstelling.........................................................................................................................31 5.2 Doelstelling.................................................................................................................................32 5.3 Vraagstelling...............................................................................................................................32 Hoofdstuk 6 Onderzoeksopzet.............................................................................................................33 6.1 Kapstokmodel.............................................................................................................................33 6.2 Betrouwbaarheid en validiteit....................................................................................................35 Deel II Hoofstuk 7 – Onderzoeksresultaten..........................................................................................37 7.1 Antwoord deelvraag 1................................................................................................................38 7.2 Antwoord deelvraag 2................................................................................................................40 7.3 Antwoord deelvraag 3................................................................................................................42 7.4 Antwoord deelvraag 4................................................................................................................44 Hoofstuk 8 – Conclusies........................................................................................................................47 Hoofdstuk 9 - Kwaliteit onderzoeksbevindingen..................................................................................51 Bijlage I –Probleemanalyse...............................................................................................................56 Bijlage III – Organogram...................................................................................................................57 Bijlage V – Intakeprocedure..............................................................................................................58
- / 4