Wee k ArrestRechtsregelBijzonderheden
- & 4HR 26 september 2003,
- HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691,
ECLI:NL:HR:2003:AF9414, NJ 2004/460, m.nt.J.B.M. Vranken (Regiopolitie Gelderland Zuid/Hovax) De rechter wordt niet zozeer geleid door de partijautonomie en zijn lijdelijkheid maar de vraag of hij ambtshalve gronden mag aanvullen hangt sterk samen met het beginsel van hoor en wederhoor.
NJ 2014/274, m.nt. HBK (Heesakkers/Voets) De rechter moet ambtshalve toetsen of een beding in de algemene voorwaarden onder de consumentenrichtlijn valt. Als dit zo is, dan is de rechter gehouden om ambtshalve na te gaan of dit beding oneerlijk is in de zin van de consumentenrichtlijn, ook indien hij daarbij buiten het door de grieven ontsloten gebied moet treden. Als dit beding oneerlijk is, moet de rechter het beding (ambtshalve) vernietigen.
Consumentenrichtlijn: Richtlijn 93/13
Contractueel beding: vaak een
forumkeuzebeding Uitzondering hierop is als de consument zich verzet tegen de vernietiging. De rechter is dan niet gehouden om het beding te vernietigen.
- & 5HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:340, NJ
- HR 15 december 2000,
2017/214, m.nt. HBK (Ebecek/Stichting Trudo) De regel dat de appelrechter de grenzen van de rechtsstrijd dient te respecteren, betekent dat hij niet bevoegd of gehouden is tot het onderzoek of een bepaald beding dat op zichzelf onder het toepassingsgebied van de consumentenrichtlijn valt, als oneerlijk in de zin van de consumentenrichtlijn heeft te gelden, indien tegen de toe- of afwijzing van de desbetreffende vordering in hoger beroep niet is opgekomen.De verhouding tussen ‘de grenzen van de rechtsstrijd’ en ‘het door de grieven ontsloten gebied’ was onduidelijk.Dit arrest is een verduidelijking van Heesakkers/Voets.
ECLI:NL:HR:2000:AA9112, NJ 2002/33, m.nt.HJS onder NJ 2002, 34 (Grapendaal/Nationale Nederlanden) Het staat de partij die de dagvaarding heeft doen uitbrengen niet vrij om de rechtsdag voor het verschijnen ervan te wijzigen. De uitzonderingen die op dit beginsel zijn toegelaten betreffen uitsluitend gevallen waarin processuele fouten of verzuimen bij exploit worden hersteld. Wijziging in de eis dient te geschieden langs de weg van art. 134 Rv.Herstel van andere fouten die niet met nietigheid bedreigd zijn, is niet toegestaan.Jurisprudentie BPR 2025-2026 1 / 2
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3641, NJ
- HR 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:927, NJ
- HR 16 november 1984,
- HR 29 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AG4992, Vereisten voor het toewijzen van een geldvordering in In dit arrest bepaalt de HR de criteria
- / 2
2006/502, m.nt. HJS (Pots/Van den Hoek) Verzuim van inschrijving van de zaak ter rolle van de aangezegde rechtsdag leidt in beginsel tot niet- ontvankelijkheid van de vordering.Dit verzuim kan worden hersteld doordat de zaak met toestemming van de wederpartij alsnog op de rol wordt geplaatst. De eisen van de goede procesorde brengen mee dat die toestemming wordt verondersteld als de gedaagde verschijnt, tenzij zij in eerste processtuk meldt dat zij niet akkoord is dat de zaak op een andere dag dan de oorspronkelijk aangezegde dag is aangebracht.
2018/381, m.nt. W.D.H. Asser (Priore Medical/Van der Laan) Gedagvaard worden tegen een niet-bestaande (of foutieve) rechtsdag wordt gelijkgesteld aan geen inschrijving bij de griffie. De aanhangigheid van het geding vervalt dan (art. 125 lid 5 Rv).Herstel van het verzuim kan plaatsvinden door binnen 2 weken na de in het oorspronkelijke exploot vermelde roldatum een geldig herstelexploot uit te brengen (art.125 lid 5 Rv).
ECLI:NL:HR:1984:AG4901, NJ 1985/547, m.nt.WHH en LWH (Ciba Geigy/Voorbraak) De partij aan wie een verbod is opgelegd door de rechter in kort geding, behoort zich hieraan te houden zolang dat verbod van kracht is. De partij die door dreiging met executie de ander heeft gedwongen zich aan het verbod te houden, is aansprakelijk voor de schade die de wederpartij als gevolg daarvan heeft geleden. Het tijdelijke karakter van een voorlopige voorziening brengt met zich mee dat, zodra in het bodemgeschil blijkt dat het verbod ten onrechte is gewezen, het afdwingen van het verbod uit de voorlopige voorziening als onrechtmatig kan worden gezien.