OSTEOLOGIE EN
ARTHROLOGIE – ABS1
- / 7
1
OSTEOLOGIE – INLEIDING TOT DE OSTEOLOGIE EN ARTHROLOGIE
HERHALING
Transversaal = recht op de lengte-as Mediaan = in het midden, zodat er twee gelijke helften ontstaan Sagittaal = uit het midden Proximaal = dicht bij centrum Palmair = handpalm Plantair = voetzool Axiaal = naar de as toe (bij de tenen/vingers) Abaxiaal = van de as weg
SOORTEN BEENWEEFSEL
• Spongieus been = heel trabeculair: honingraadstructuur
• Compact been = heel dens botweefsel BV.: botten van de ledematen
Beide met beenmerg Kunnen voorkomen bij het zelfde bot, of niet
SOORTEN BEENDEREN
LANG BEEN
Lang been = os longus: distale ledematen
Opbouw • Diafyse & epifyse • Compact been • Spongieus been = grillig patroon • Beenmerg = middenin
• Groeischijf (boven en onder): bot aanmaken om de diafyse te
verlengen
- Op RX de leeftijd in acht nemen! Groeischijven niet aanzien
voor breuken!
- / 7
2
- Vogels hebben een foramen pneumaticum (os pneumaticum). Dit is een luchtzak
in het been, welke toegang geeft tot het lumen (er is dus centraal geen beenmerg, maar lucht), ook is het compact been veel dunner
KORT BEEN
Kort been = os breve
• Tarsus = spronggewricht (bij mensen: hielgewricht)
• Carpus = polsgewricht. Bestaat uit verschillende korte beenderen en is zeer diersoort specifiek!
- Kat en hond zijn vrij flexibel → soepele gewrichten = het meest complex!
- Paard en rund zijn veel rigider → minder aanwezige structuren
• Korte beenderen hebben slechts 1 ossificatiecentrum (bv humerus en femur hebben er meer) • Altijd twee rijen, onderste in verbinding met meta-carpaal beenderen. Krijgen een nummer.
PLAT BEEN
Plat been = os planum: schedelbeenderen
• Sinus frontalis = neusbijholte = paranasal sinus
- Rund: loopt ver door tot in de processus cornuale → gevaar: sinusitis
• Conchae nasales
o Carnivoren: uitermate dun en fijn opgekruld
o Herbivoren: eenvoudigere spiraal
o Functie: lucht wordt opgewarmd + ontstaan van turbulentie en betere geur
waarneming
Sinus maxillaris → kiesontsteking → sinusontsteking. Kies moet eruit gebeiteld worden.
- / 7
3
ONREGELMATIG BEEN
Onregelmatig been = os irregulare: wervels
• Symmetrisch gebouwde beenderen met talrijke grote uitsteeksels
o Corpus: onderaan
o Lumen/foramen (voor ruggenmerg): onderaan = arcus
(boog)
- Spinaal uitsteeksel voor vasthechting van ligamenten
- Twee groeischijven op de wervel. Op de röntgenfoto is het
normaal dat er een gat zit.
SESAMBEEN
Sesambeen = os sesamoideum. Afkomstig van spieren of pezen, en secundair ontstaan door wrijving ➔ Patella is voorbeeld van sesambeen
• Paard:
- Twee sesambeentjes: passief steunapparaat: paarden kunnen rechtopstaand
slapen en zijn dus in staat hun lidmaten te blokkeren. Achter heeft de knie daar een grote functie in. Kan knie op slot zetten. Voor is er een systeem, de ondervoet, waardoor paard recht blijft staan. Samenwerking van gewrichten/botten en ligamenten.
o Distaal sesambeentje = straalbeen: gewricht met hoef en kroonbeen.
Aan de palmaire zijde zit de eindpees van de diepe buigpees welke doorloopt naar de zoolzijde en eindigt in het hoefbeen. Het straalbeentje kan voor problemen zorgen door te gaan ontsteken hoefgewricht, maar verbinding met hoefbeen.Straalbeen in de evolutie ontstaan door wrijving.
- Grootste bewegelijkheid in kogelgewricht
- 5: diepe buiger, aan palmaire zijde van het straalbeen. Op deze plaats veel
wrijving. Op deze plekken krijg je een bursa. De bursa podotrochlearis is een slijmbeurs, maakt dat 4 makkelijk passeert langs pees.
- Os asseccorius = haakbeentje aan de carpus
- Osteofieten: bijkomende botvorming die er eigenlijk niet zou mogen zijn. 4 / 7