Beargumenteren van zorg
Student: Daniëlle Bruinenberg (354954)
School: Hanze Hogeschool Groningen, Academie
voor verpleegkunde HBO Verpleegkunde
Leerjaar: 4, PLP3
Docent: Janet Hulskers
Stagebegeleiders: Monique Kramer en Paul Braam
Praktijkopleiders: Ria Kok & Henriëtte Veldhuis
Praktijkleerplaats: Scheper Ziekenhuis,
Afdeling neurologie, Oost 33
Datum: 12 januari 2020 1 / 4
2
Inleiding In de module ‘beargumenteren van zorg’ komen een aantal Can(MEDS)rollen specifiek naar voren.Het gaat met name om de rol als zorgverlener, als EBP-professional en als communicator.Als zorgverlener ben je continu bezig: je stelt het verpleegkundig proces op door middel van klinisch redeneren. In de uitwerking van het verslag is voor het verpleegkundig redeneren gebruik gemaakt van het OPT-model (Outcome-Present-State-Test Model) (Pesut & Herman, 1999). Door middel van de stappen van het OPT-model wordt de lezer meegenomen in het opstellen van het zorgproces van de patiënt. In het kader van de rol van zorgverlener vind ik het persoonlijk erg belangrijk dat er met een holistische visie naar patiënten gekeken wordt en dit is daarom ook zo uitgevoerd in deze uitwerking van beargumenteren van zorg. Hiernaast ben je als zorgverlener bezig met het inschatten en het versterken van het zelfmanagement van de patiënt (V&VN 2012).Als communicator schat je de behoefte van de patiënt en diens naasten wat betreft informatievoorziening in en communiceer je op een passende manier met hen over het zorgproces: bijvoorbeeld de gevolgen ervan en hoe deze te ondervangen (V&VN, 2012).In de rol van EBP-professional ben je als verpleegkundige continu bezig met de vraag of de zorg goed verleend wordt of dat dit eventueel bijgesteld moet worden. Hiernaast ben je bezig met het verwerven van kennis uit protocollen/onderzoeken/richtlijnen. Deze kennis is in het verslag verwerkt als onderbouwing van keuzes voor bijvoorbeeld bepaalde interventies (V&VN, 2012).De hierboven beschreven module is uitgevoerd op de afdeling neurologie in het Scheperziekenhuis.Op deze afdeling liggen voornamelijk mensen die een CVA (Cerebro Vasculair Accident) doorgemaakt hebben. Verder kunnen er mensen liggen die met ziekten/aandoeningen als MS (Multiple Sclerose), hersentumoren, epilepsie of GBS (Guillain Barré Syndroom).In dit verslag is een casus uitgewerkt van dhr. B., een patiënt die gediagnostiseerd is met GBS: een aandoening ten gevolge van een onbedoelde reactie van het afweersysteem, waarbij door aantasting van de motorische zenuwen en de gevoelszenuwen spierzwakte, verlamming en/of gevoelsstoornissen progressief optreden (Spierziekten Nederland, z.d.). Meer informatie over GBS is te lezen in de geneeskundige methodiek, te vinden in bijlage 1. De casus van dhr. B is een hoog- complexe casus, grotendeels veroorzaakt door het onvoorspelbare progressieve verloop dat GBS kent. Binnen enkele uren tot dagen kan een kerngezond persoon verlamd raken en hierbij kunnen zelfs de ademhalingsspieren verlamd raken. Voor de patiënt en zijn naasten is dit erg beangstigend, waardoor naast somatische zorgverlening ook veel psychische ondersteuning gevraagd wordt. In de hierboven beschreven casus diende in de rol van samenwerkingspartner veel samengewerkt te worden met dhr., zijn familie/naasten, maar ook met veel andere disciplines.
- / 4
3
Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................... 2
- Toelichting OPT-model .................................................................................................................... 5
- Gegevensverzameling...................................................................................................................... 6
- Clusteren van gegevens ................................................................................................................. 13
- Diagnoses ...................................................................................................................................... 16
- Prioritering van diagnosen ............................................................................................................ 19
- Zorgplan ......................................................................................................................................... 20
- Onderbouwing interventies .......................................................................................................... 26
- Evaluatie ........................................................................................................................................ 32
- Professioneel handelen ................................................................................................................. 38
- Reflective Journaling ................................................................................................................... 42 3 / 4
2.1 Gegevens geordend ................................................................................................................... 6 2.2 Psychosociale gezondheidstoestand ......................................................................................... 8 2.3 Veranderingen ten opzichte van anamnese................................................................................ 12
3.1 Gegevens geclusterd ............................................................................................................... 13 3.2 International Classification of Functioning (ICF) ..................................................................... 15
7.1 Risico op voedingstekort ......................................................................................................... 26 7.2 Verstoorde urine-uitscheiding ................................................................................................. 26 7.3 Risico op obstipatie ................................................................................................................. 27 7.4 Lichamelijk mobiliteitstekort ................................................................................................... 27 7.5 Vermoeidheid .......................................................................................................................... 28 7.6 Risico op ineffectieve ademhaling ........................................................................................... 28 7.7 Verstoorde gezinsprocessen ................................................................................................... 28 7.8 Angst ........................................................................................................................................ 29 7.9 Risico op machteloosheid ........................................................................................................ 29 7.10 Risico op infectie ................................................................................................................... 30 7.11 Zelfstandigheidstekort in wassen/kleden/eten/drinken/toiletgang ..................................... 30 7.12 Risico op decubitus ................................................................................................................ 30 7.13 Acute pijn ............................................................................................................................... 31
8.1 Lichamelijk mobiliteitstekort ................................................................................................... 33 8.2 Verstoorde urine-uitscheiding ................................................................................................. 34 8.3 Verstoorde gezinsprocessen ................................................................................................... 35 8.4 Risico op ineffectieve ademhaling ........................................................................................... 37
4
Literatuurlijst ..................................................................................................................................... 43 Bijlage 1: Geneeskundige methodiek Guillain Barré ......................................................................... 46 Bijlage 2: Redeneerweb ..................................................................................................................... 50 Bijlage 3: Piramide van Maslow ........................................................................................................ 51 Bijlage 4: Zorgplan in EVD .................................................................................................................. 52 Bijlage 5: Protocol Guillain Barré: verpleegkundig handelen ............................................................ 54 Bijlage 6: Bristol stoelgangsschaal ..................................................................................................... 58 Bijlage 7: Flebitis vragenlijst .............................................................................................................. 59 Bijlage 8: Bradenschaal ...................................................................................................................... 60 Bijlage 9: Inzet van antidecubitusmaterialen .................................................................................... 61 Bijlage 10 : Stroomschema herkennen van pijn ................................................................................ 62 Bijlage 11: OPT-model ....................................................................................................................... 63 Bijlage 12: SBAR ................................................................................................................................. 64 Bijlage 13: Ecogram ........................................................................................................................... 65 Literatuurlijst bijlagen ....................................................................................................................... 66 Antiplagiaatverklaring ....................................................................................................................... 68
- / 4