Bedrijfseconomie Integrale kostprijscalculatie (absorption costing)
- De kostprijs
De berekening van de kostprijs is om een aantal redenen van belang voor bedrijven. Ten eerste moet een bedrijf weten hoe de verkoopprijs zich verhoudt tot de kostprijs. Op die manier wordt inzicht verschaft in het resultaat per geproduceerde eenheid.Een tweede reden is de waardering van de voorraad. Om de balans te kunnen opstellen is het noodzakelijk dat de waarde van de aanwezige voorraad wordt vastgesteld. Ten derde is de kostprijs van belang voor het berekenen van het bedrijfsresultaat, indien dit wordt gebaseerd op het aantal geproduceerde en verkochte eenheden.Een kostprijs kan op verschillende manieren worden berekend. Welke methode het best kan worden toegepast, is afhankelijk van de situatie. In een situatie waarbij sprake is van productie van 1 product in grote hoeveelheden kan de integrale kostprijs worden gebruikt. Voor het vaststellen van de waarde van de voorraad bij productieondernemingen is het berekenen van de integrale kostprijs ook de meest geschikte methode.
Bij integralekostprijscalculatie worden alle kosten die te maken hebben met een product opgenomen in de kostprijs. Voor deze kosten wordt de term product costs gebruikt. Een andere benaming voor deze methode is absorption costing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen constante en variabele kosten.
Formule:
Integrale kostprijs: totale constante kosten/totaal aantal eenheden + totale variabele kosten/totaal aantal eenheden.
- / 2
Voorbeeld:
Lambertus B.V. is in oktober gestart met een lokale brouwerij voor speciaalbieren. Er wordt vooralsnog één soort bier geproduceerd. Deze wordt in flessen verkocht aan diverse detailhandelaren.Het volgende overzicht heeft betrekking op de productiekosten van het laatste kwartaal van dat jaar:
Productie omvang Totale constante kosten Totale variabele kosten Totale kosten Integrale kostprijs per eenheid Okt. 9.000 € 6.000 € 3.600 € 9.600 € 1,07 Nov. 13.000 € 6.000 € 5.200 € 11.200 € 0,86 Dec. 11.000 € 6.000 € 4.400 € 10.400 € 0,95
De integrale kostprijs per eenheid wordt hier berekend door de totale kosten te delen door de totale productieomvang. Als gevolg van deze manier van rekenen varieert de kostprijs per periode. In oktober bijvoorbeeld bedragen de constante kosten € 6.000 / 9.000 = € 0,67 per eenheid en in november bedragen ze € 6.000 / 13.000 = € 0,46 per eenheid. De variabele kostprijs per eenheid blijft in alle periodes gelijk, namelijk € 4.400 / 11.000 = € 0,40.
Einde voorbeeld
in bovenstaand voorbeeld is de kostprijs niet stabiel. De kostprijs wordt hier achteraf berekend en varieert per maand. De reden dat de kostprijs varieert is dat de constante kosten iedere periode worden toegerekend aan de kostprijs op basis van een andere productieomvang.Om dit probleem op te lossen, dienen de constante kosten te worden gedeeld door bedrijfsdrukte die vooraf wordt ingeschat en die representatief is voor een langere termijn. Dit wordt de normale bezetting genoemd (bezetting is een ander woord voor bedrijfsdrukte). Voor het vaststellen van de normale bezetting zal een bedrijf dus moeten nadenken over de verwachtingen ten aanzien van de gemiddelde bedrijfsdrukte voor de lange termijn.
- / 2