• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Bedrijfseconomie in Balans

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Bedrijfseconomie in Balans samenvatting Hoofdstuk 2 §1

Procent: één per honderd.

•Dus delen door honderd is 1%.

Promillage: één per duizend.

•Dus delen door duizend is 1‰.Brutowinst is het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs.•Brutowinst = verkoopprijs – inkoopprijs Nettowinst is de brutowinst verminderd met de overige kosten.•Nettowinst = brutowinst – overige kosten

•Als het om meerdere goederen gaat:

Omzet (=afzet × verkoopprijs) Inkoopwaarde van de omzet (=afzet × inkoopprijs) - Brutowinst Totale overige kosten/bedrijfskosten - Nettowinst De afzet is het aantal verkochte producten. ( een hoeveelheid) •“Hoeveel bakjes ijs zijn er verkocht?” De omzet is het aantal verkochte producten vermenigvuldigd met de verkoopprijs per stuk.( een bedrag) •“Wat leveren alle verkochte bakjes ijs bij elkaar op?” Let op: Bij het berekenen van het brutowinstpercentage, moet je goed kijken waarvan de brutowinst een percentage is. Dit kan van de inkoopprijs of de verkoopprijs zijn.

•Ezelsbruggetje: wat achter het woordje van staat is 100%

§2 Ongewogen rekenkundig gemiddelde: opstelsom van alle getallen: het totaal aantal getallen Gewogen rekenkundig gemiddelde: (weging × getal) + (weging × getal) + … : het totaal aantal getallen §5 Een indexcijfer is een getal dat de verhouding weergeeft tussen de waarde van een grootheid in een bepaalde periode en de waarde van die grootheid in de basisperiode. Een indexcijfer is een verhoudingsgetal.•De waarde van de grootheid in de basisperiode stellen we op 100.

•Indexcijfer verslagjaar = waarde verslagjaar : waarde basisjaar × 100

Indexcijfer omzet = (indexcijfer afzet x indexcijfer prijs) : 100 1 / 4

§6 Vreemde valuta zijn de munteenheden buiten de eurozone. Een munteenheid wordt weergegeven met een ISO-code.Vb.EUR € Eurolanden (euro) GBP£ Verenigd Koninkrijk(pond sterling) USD$ Verenigde Staten (dollar) Hoofdstuk 3 §1 Elke onderneming moet regelmatig een balans opmaken. De balans is een overzicht van de bezittingen en het vermogen op een bepaald moment.•Debetkant (links) met de bezittingen (=activa) •Creditkant (rechts) met het vermogen (=passiva) Totaal bedrag debetkant = totaal bedrag creditkant

Volgorde debetkant:

•Vaste activa -> kapitaalgoederen die meer dan één productieproces of meer dan een jaar meegaan (grond, terreinen, gebouwen, machines, inventaris) •Vlottende activa -> kapitaalgoederen die maar één productieproces of minder dan een jaar meegaan (voorraden, debiteuren) •Liquide middelen -> middelen waarmee we kunnen betalen (tegoeden bij bank of bedrag in de kas)

Volgorde creditkant:

•Eigen vermogen -> vermogen ingebracht door de eigenaar (permanent vermogen) •Lang vreemd vermogen -> vermogen met een looptijd van langer dan een jaar •Kort vreemd vermogen -> vermogen met een looptijd tot een jaar Let op: een bankrekening kan zowel onder de liquide middelen vallen (positief saldo) als onder het kort vreemd vermogen (negatief saldo/rood staan). In dit laatste geval is sprake van een rekening-courantkrediet.Debiteuren zijn klanten die hun rekening nog moeten betalen.Crediteuren zijn leveranciers aan wie je nog geld schuldig bent.De vaste activa dalen gedurende de tijd in waarde. Een ondernemer berekent de jaarlijkse waardevermindering van zijn bezittingen zodat hij deze op termijn kan vervangen. Dit noem je afschrijven.•Afschrijving per jaar = aanschafwaarde−restwaarde levensduur §2 Bij elk financieel feit (=gebeurtenis zoals een aankoop, verkoop of betaling) veranderen de balansposten. Om niet elke balanspost te moeten overschrijven, maken ondernemingen 2 / 4

gebruik van een mutatiebalans (= een balans waarop alleen wordt weergegeven welke balansposten veranderen met welk bedrag). Deze moet ook in balans zijn.§3 Winst-en-verliesrekening (resultatenrekening): overzicht van de kosten en de opbrengsten van een onderneming over een bepaalde periode.•Kosten: inkoopprijs van de omzet, loonkosten, afschrijvingskosten, interestkosten enz.

•Opbrengsten: omzet, interestopbrengsten, enz.

•De resultatenrekening wordt afgesloten door het verschil tussen opbrengsten en kosten, het saldo, toe te voegen.De winst op de resultatenrekening wordt toegevoegd aan de post eigen vermogen op de balans.

Een winst-en-verliesrekening kent 2 vormen:

•Scontrovorm -> een opstelling met een debet- en creditkant oDebetkant met de kosten en nettowinst.oCreditkant met de opbrengsten en nettoverlies.•Paginavorm -> een opstelling met de opbrengsten en kosten onder elkaar Ook met winst-en-verliesrekeningen kun je mutaties opstellen.§4 In een liquiditeitsbegroting maken we een overzicht van de verwachte ontvangsten en uitgaven. Door een liquiditeitsbegroting op te stellen weet de onderneming of er een liquiditeitstekort kan optreden en kan daar eventueel maatregelen voor nemen.•Liquiditeitsoverzicht = een overzicht van de werkelijke ontvangsten en uitgaven.•Bij een liquiditeitstekort heeft de onderneming te weinig geld in de kas en op de bank, waardoor de onderneming betalingen niet kan verrichten.Het eindsaldo op een liquiditeitsoverzicht komt overeen met het saldo op de balans.Het totaal van de balansmutaties van het eigen vermogen moet gelijk zijn aan het saldo van de winst-en-verliesrekening, verlaagd met de privéopnamen en/of verhoogd met de privéstortingen.Nettoresultaat (winst of verlies) Privéopnamen -/- Privéstortingen + Balansmutatie Eigen Vermogen Hoofdstuk 5 §1 Het risico voor de verzekerde wordt verminderd of weggenomen tegen betaling van een premie.

Er zijn twee soorten verzekeringen:

•Schadeverzekeringen oDe uitkering is nooit hoger dan het schadebedrag.oDiefstalverzekering, brandverzekering, autoverzekering •Sommenverzekeringen 3 / 4

oDe uitkering is een van tevoren periodiek afgesproken bedrag oLijfrenteverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering

Opbouw verzekeringskosten:

Premie (prijs van een verzekering) € 250 Poliskosten (kosten voor het opmaken v.d. polis)€ 10 Administratiekosten € 5 +

€ 265

Assurantiebelasting 21% (21% × €265 : 100%) € 55,65 +

Totale kosten §2

Schadeverzekering:

1.Brandverzekering: verzekering tegen de schade ontstaan door brand.

2.Transportverzekering: verzekering tegen de schade ontstaan tijdens het transport van goederen.•Ook de imaginaire winst (de te verwachten winst die de ondernemer had gedacht te maken met de goederen, maar die verloren gaat als de goederen door de transportschade waardeloos worden) is vaak meeverzekerd.

3.Bedrijfsschadeverzekering: verzekering tegen de schade ontstaan door tijdelijke stilstand van een bedrijf door brand, stormschade, enz.

4.Kredietverzekering: verzekering tegen de schade ontstaan door het niet kunnen

innen van uitstaande vorderingen.

•Exportkredietverzekering: beperkt het risico dat buitenlandse afnemers niet

betalen.  Commercieel risico en politiek risico

5.Productaansprakelijkheidsverzekering: verzekering tegen de schade die kan

ontstaan door het gebruik van een bepaald product.

6.Aansprakelijkheidsverzekering: verzekering tegen de schade die een persoon kan toebrengen aan een andere persoon of een zaak van een andere persoon.

7.Rechtsbijstandverzekering: verzekering waarbij de verzekeraar een persoon of een onderneming bijstaat bij juridische geschillen.Om de hoogte van de schade-uitkering vast te stellen, wordt gebruik gemaakt van drie

bedragen:

1.Schadebedrag: de waarde van de goederen die verloren zijn gegaan.

2.Gezonde waarde: de waarde van alle verzekerde goederen op het moment voordat

de schade ontstaat.

3.Verzekerde som: de waarde waarvoor alle goederen zijn verzekerd.

De hoogte van de schade-uitkering wordt bepaald door middel van de volgende formule: Schade-uitkering ¿ verzekerdesom gezondewaarde ×schadebedrag Waarbij Verzekerdesom Gezondewaarde de verzekeringsbreuk wordt genoemd.

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

The comprehensive coverage offered by this document helped me ace my presentation. A impressive purchase!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Bedrijfseconomie in Balans samenvatting Hoofdstuk 2 §1 Procent: één per honderd. •Dus delen door honderd is 1%. Promillage: één per duizend. •Dus delen door duizend is 1‰. Brutowinst is ...

Unlock Now
$ 1.00