Bedrijfseconomie samenvatting hoofdstuk 1 t/m 6 Hoofdstuk 1 1.1 bedrijfseconomie en maatschappij Bedrijfseconomie = het gaat over het gedrag van individuele ondernemingen.= vragen die spelen; waarom bestaan ondernemingen? hoe bereken je winst? waar vestig je een onderneming? hoe kom je aan goed personeel? aan welke wetten moeten ze zich houden? Hoe houden ze overzicht over alles wat er gebeurt?Ondernemingen = je werkt er, richt er een op, koopt er producten, ontvangt reclame en je bankzaken gaan via ondernemingen = vaak meerdere eigenaren Ondernemerschap (=commerciële organisatie/ profit-organisatie)
- streven naar winst
- heeft eigenaar(en)
- winkels, banken, fabrieken
- geen eigenaren maar een algemenen leden vergadering
- aansprakelijk
- een organisatie met leden
- niet uit op winst
- moeilijk geld lenen
- financiële zaken moeten op orde zijn
- niet uit op winst
- financiële zaken moeten op orde zijn
- winst is voor het goede doel
- aansprakelijk
- organisatie met een bestuur
- ondernemingen, stichtingen en verenigingen
- treed op onder eigen naam
- de soort organisatie bepaalt welke rechtsvorm je het best kunt kiezen
- onderneming of profit-organisatie
- bedrijf
- doel is winst maken 1 / 3
Vereniging
Stichting
1.2 personen, ondernemers en organisaties Organisatie = een samenwerking van mensen die een bepaald doel willen bereiken
Commerciële organisatie = een organisatie die producten maakt, verkoopt en/of diensten verleent
Niet- commerciële organisaties
- verenigingen en stichtingen
- streven naar een goed doel
- ook wel non-profitorganisatie
Rechtsvorm = in een rechtsvorm leggen we het samenwerkingsverband vast = geeft aan wie de leiding heeft = geeft aan wie verantwoordelijk is voor de schulden van de organisatie
Voorbeelden van rechtsvormen zijn:
- eenmanszaak
- vennootschap onder firma
- besloten vennootschap (bv) en naamloze vennootschap (nv)
- het bestuur in een vereniging
- de directie in een nv
- de eigenaar/ondernemer in een eenmanszaak
- het bepalen van doelstellingen
- plannen
- organiseren
- leiding geven
- controleren
= een eigenaar die de leiding heeft en volledig verantwoordelijk is
= twee of meer eigenaren die samenwerken onder één naam, waarbij elke eigenaar apart volledig verantwoordelijk kan zijn
=rechtspersonen, die hebben zelfstandige rechten en verplichtingen waarbij eigenaren meestal alleen maar aansprakelijk zijn voor het bedrag dat ze in de bv/nv hebben ingebracht Managers
-de ouders in een gezin Management = het totale pakket van taken dat managers moeten doen
Bepalen van een doelstelling = het bepalen van de doelen voor de organisatie Strategisch = doelstelling die op lange termijn bereikt wilt worden, 5 tot 10 jaar = hoger management Tactisch = invulling en uitwerking van de strategische doelen, 2 tot 5 jaar = middenmanagement Operationeel = doelstelling die op korte termijn bereikt wilt worden, tot 2 jaar = lager management 2 / 3
Eisen = om die doelen te behalen moeten er eisen worden opgesteld = het moet duidelijk, acceptabel, haalbaar en niet-strijdig zijn
- duidelijk: zo concreet mogelijk.
- acceptabel: voldoen aan redelijkheid. Voor bijv. personeel of deadlines
- haalbaar: de doelen moeten realistisch zijn
- niet-strijdig: de doelstellingen moeten op elkaar afgestemd zijn
Plannen = de gedetailleerde uitwerking van de doelstelling.= je bepaald wanneer welke doel moeten worden gehaald Organiseren = verhouding tussen mensen, middelen en handelingen om een bepaald doel te bereiken = doelmatig/ meest efficiënte manier Leidinggeven = managers begeleiden de activiteiten van de verschillende werknemers en afdelingen = ze geven opdrachten en geven hulp bij de uitvoering Controleren = zorgen dat alles goed verloopt = managers krijgen beschikking over de middelen om hun taak uit te voeren Hoofdstuk 2 2.1 procenten en promillages % = procent 1 100
= 0.01
‰ = promille 1 1000
= 0,001
Brutowinst = verkoopprijs – inkoopprijs = brutowinst Nettowinst = de brutowinst – de overige kosten = nettowinst Afzet (hoeveelheid) = het aantal verkochte producten Omzet (bedrag) = afzet x verkoopprijs Omzet Inkoopwaarde – = Brutowinst Bedrijfskosten – = Nettowinst
- / 3