Begrippen Aardrijkskunde
Wereld: Arm en Rijk
Amerikanisering – het verschijnsel dat op steeds meer plaatsen in de wereld uitngen van de Noord- Amerikaanse cultuur aangetrofen wordt Analfabetisme – het percentage van de bevolking ouder dan 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven Arbeidsmarkt – het geheel van vraag en aanbod van betaalde arbeid Arbeidsmigratie – de situate waarbij mensen hun eigen woongebied verlaten om elders te gaan werken Assemblagebedrijf – bedrijf waarin halfabricaten worden verwerkt tot eindproduct, heet in Mexico maquiladora Beroepsbevolking – het werkende deel van de bevolking en alle mensen die beschikbaar zijn om te werken Bevolkingsdichtheid – het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/km²) Bevolkingsgroei – toe-en afname van de bevolking door geboorte en sterfe en immigrate en emigrate Bevolkingsspreiding – verdeling van de bevolking over een bepaald gebied Bnp per inwoner – de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die alle staatsburgers van een land in een jaar produceren gedeeld door het aantal inwoners Bruto binnenlands product (bbp) – de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die binnen de staatsgrenzen van een land in een jaar worden geproduceerd Bruto nationaal product (bnp) – de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die alle staatsburgers van een lans in een jaar produceren Bruto regionaal product (brp) – de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die een regio in een jaar produceert Centrum – begrip uit centrum-periferiemodel: gebied waar de economische en politek macht is geconcentreerd Centrumland – rijk, ontwikkeld land waarvan andere gebieden politek en economisch afankelijk zijn Cirkelmigratie – iemand migreert niet defnitef, maar keert zo nu en dan terug naar huis Communicatietechnologie – moderne, digitale technieken die een snelle, goedkope en overal toegankelijke uitwisseling van berichte mogelijk maken Culturele globalisering – proces waarbij er een grotere verwevenheid ontstaat tussen cultuurgebieden, vooral het proces van amerikanisering speelt hier een rol Cultuur – alles wat is aangeleerd door een bepaalde groep op het gebied van taal, godsdienst, normen en waarden 1 / 2
Cultuurgebied – gebied met overeenkomsten in cultuur De-industrialisatie – afname van de producte en werkgelegenheden in de industrie (onder ander door verplaatsing van het werk naar landen met lagere kosten en minder strenge wetgeving) Dekolonisatie - het politek onafankelijk worden van een voormalige kolonie Demografsche druk – de verhouding tussen de producteve leefijdsgroep ((0 – 65 jaar) en de niet producteve groepen (0-(0 jaar en 65+) Demografsche transitie – model dat de overgang laat zien van hoge geboorte- en sterfe cijfers naar lage geboorte- en sterfe cijfers Diffusie – de verspreiding en vermenging van vernieuwingen of ideeën over landen en/of bevolkingsgroepen Dubbelstad - stad die uit twee aan elkaar gegroeide steden bestaat, de twee delen kunnen door de grens van elkaar zijn gescheiden Ecologische draagkracht – het vermogen van de natuur om de gevolgen van menselijk handelen op te vangen, zonder dat he natuurlijke evenwicht wordt verstoord Economische globalisering – globalisering waarbij de nadruk ligt op de groeiende internatonale handel, de directe buitenlandse investeringen en de toegenomen betekenis van multnatonals Etnische spanning – spanning tussen bevolkingsgroepen (binnen een wijk, regio of land) Exploitatiekolonie – een overzees gebiedsdeel dat dient als leverancier van goedkope grondstofen en arbeidskrachten voor het moederland Geldzendingen – geld dat de arbeidsmigranten overmaken aan hun land van herkomst Gemiddeld inkomen – het bbp van een land gedeeld door het aantal inwoners van dat land Global shif – het verschuiven van het economische zwaartepunt op de wereld Globalisering – proces waarbij landen op economische, culturele, sociaal en politek gebied met elkaar verbonden worden Godsdienst – een levensbeschouwing die uitgaat van het bestaan van een of meer goden Grensregio – overgangsgebied tussen twee landen Identiteit – kenmerken van een persoon of een groep mensen die ze onderscheidt van andere personen of groepen mensen Identiteit – kenmerken van een persoon of een groep mensen die zich onderscheidt van andere personen of groepen mensen Illegale migratie – migrate waarbij de immigrateweten van het bestemmingsland worden overtreden Industrialisatie – periode waarin een samenleving voor zijn inkomen steeds sterker afankelijk wordt van industrie in plaats van landbouw Informele sector – kleinschalige en laag betalende dienstverlening die niet ofcieel wordt waargenomen en geregistreerd , heet ook vluchtsector, scharreleconomie of verborgen economie
- / 2