• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Begrippen Klinische Psychologie 1a

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Begrippen Klinische Psychologie 1a

Hoofdstuk 1: Over klinische psychologie en abnormaal gedrag

Observer discomfort : Iemand voelt zich ongemakkelijk over andermans

gedrag. Scheff noemt ze restregels.

Somatogeen: lichamelijke ziekten liggen ten grondslag

Psychogeen: Psychologisch mechnisme ligt ten grondslag aan ziekte.

Labeling-theorie: Bestempeling als psychiatrisch patiënt is een selffulfilling

prophecy.

Stigma: negatief labelen van persoon.

Vaardigheidstekorten: ‘stoornissen’ binnen het leer- en onderwijsmodel

Demarcatie- of afgrenzing criterium: wel of niet ziek.

Continuüm: geen duidelijke grens tussen gezond zijn en ziek zijn.

Gedeelde besluitvorming: samen beslissen (hulpverlener en patiënt)

Hoofdstuk 2: Neurobiologische benadering van psychopathologie

Broca’s afasie: Beschadiging linkerfrontaalkwab, door bijv. hersenbloeding, men spreekt langzaam, slecht articulerend in telegramstijl.

Frontale lobotomie: Tussen 1935 en 1955 werden tienduizenden psychiatrische

patiënten behandeld door de frontale kwab te verwijderen. Het kent geen empirische basis en had veel bijeffecten.

Neuroleptica: Chloorpromazine en haloperidol verbeterde de vooruitzichten

voor patiënten met schizofrenie. In de jaren 50. Doorontwikkeling van medicatie vond plaats in de jaren 80.

Atypische antipsychotica: 2

e generatie antipsychotica uit de jaren 80. Minder bijwerkingen en gewenning.*Huidige visie is samenhang tussen psychische processen, neurobiologische mechanismen en omgeving.

Familiestudies: Zijn stoornissen overerfbaar? Probleem hierbij is dat families

wel zelfde genen hebben maar niet altijd dezelfde omgevingsfactor. Moeilijk te onderscheiden.

Tweelingstudies: eeneiig is genetisch identiek, bij twee-eiig +/- 50% van de

genen identiek. Dus net zo groot als genetische overeenkomst tussen 2 éénlingen van dezelfde ouders.

Concordantie: mate waarin een eigenschap overeenkomt. Coëfficiënt tussen 0

en 1.

Adoptiestudies: Kinderen delen geen genen met hun adoptieouders. Wel

omgevingsfactoren. 1 / 3

Genotype: Totale genetische bagage van een individu.

Fenotype: Interactie tussen genotype en omgeving = observeerbare specifieke

kenmerken.

Limbische systeem: speelt rol bij emotie, motivatie, genot en emotioneel

geheugen, maar ook met angst. Bestaat uit amygdala, hippocampus en hypothalamus.Amygdala: speelt rol bij regulatie van emotie en motivatie. Het is een kern in de temporale kwab. Belangrijk onderdeel van saillantie-netwerk. Werkt samen met hippocampus en prefrontale cortex. Zintuigelijke prikkels zijn vereist.

Saillantie netwerk: Neuraal netwerk van hersenstructuren dat signalen van

beloning, gevaar, pijn en bedreiging opmerkt en verwerkt.

Prefrontale cortex: Voorste gedeelte van de neocortex en modernste deel.

Betrokken bij regulatie van verschillende cognitieve processen, aandacht, verbaal geheugen en psychomotorische snelheid. Ook betrokken bij plannen, initiëren en inhiberen van handelingen. Evalueert uitkomsten van handelingen en corrigeert waar nodig. Beschadiging kan zorgen voor persoonlijkheidsverandering, pathologisch huilen/lachen, sociaal teruggetrokken, minder zelfevaluatie en - correctie. Werkt samen met subcorticale hersenstructuren zoals het limbisch systeem. Door deze samenwerking kan PFC expressie van emoties en herinneringen reguleren = adaptieve gedragsresponsen.Beeldvormend onderzoek: gammastraling: CAT, PET, SPECT.

Kernspinresonantietomografie: MRI (waterstofatomen), fMRI, DTI

(wittestofbanen), MRS (aantal moleculen). fMRI is belangrijkste; meten van zuurstofgehalte middels BOLD signaal; meet verschillen in bloedtoevoer, geen rechtstreekse neuronale activiteit.

Katabolisme: chemische afbraak van neurotransmitters door stoffen in

synaptische spleet bijvoorbeeld voor MAO

Heropname: inactivatie van neurotransmitters door heropname in

presynaptische neuron door autoreceptoren. Teveel heropname leidt tot afname van aantal neurotransmitters in synaptische spleet. En dus geen transmissie.

Cortisol: Wordt vrijgegeven bij stress. Aangemaakt door bijnieren.

HPA-as: Hypothalamus-hypofyse (pituitary)-bijnier (adrenal); Bij voortdurende

stress wordt cortisol hier gereguleerd. Lijk cellichamen van zenuwcellen te vernietigen.

Adrenaline/ Noradrenaline: reguleren aandacht en reactie op dreiging uit

omgeving. Door langdurige blootstelling aan stress kunnen deze hormonen hersenstructuren veranderen. Gevoeligheid van prikkels uit omgeving kan toenemen.

Stressimmunisatie: Matige stress tijdens vroege ontwikkeling zorgt voor een

betere stressverwerking als volwassene. Bij langdurige stress is dit effect omgedraaid. Kan juist factor zijn voor probleemgedrag.

Temperament: aangeboren eigenschappen + omgeving. Ouder-kindrelatie

werkt bepaalde opvoedstijl in de hand. 2 / 3

MonoAmineOxidase A: belangrijk voor het opruimen van neurotransmitters in

de synaptische spleet. Mishandelde kinderen hebben hoge niveaus van dat enzym en zijn socialer dan kinderen met lage niveaus.

Gen-omgevingsinteractie: Invloed van genen en hun interactie met de

omgeving blijkt ook in de etiologie van depressie en bipolaire stemmingsstoornissen. Mensen hebben predispositie voor depressie en bipolaire stoornis als er een genetische kwetsbaarheid is voor bipolaire stoornissen. Er is alleen een predispositie voor depressie bij een genetische kwetsbaarheid voor depressie. Omgeving heeft ook invloed op deze kwetsbaarheid.

Hyperactiviteit van amygdala: angststoornissen, obsessieve-compulsieve

stoornis, ptss, borderline en sociale-angststoornis, (depressie). Gevolgen voor verwerking van emoties, opslag emotionele herinneringen en bekrachtiging van specifiek gedrag.

Frontaal syndroom: laesie in de prefrontale cortex; Phineas Gage; ontremming,

eurofie, effectvervlakking, apathie, decorumverlies, overmatig eten, kinderachtig gedrag.

Fronto-temporaaldementie: atrofie van frontaalkwab. Neurodegeneratief. 20%

door specifieke genetische mutatie. Sporadische FTD= geen oorzaak bekend.

Serotonine: niveau is laag bij depressie. Auto-immuun-respons zorgt voor

minder serotonineactiviteit. Daardoor mogelijk verklaring voor hoge terugvalpercentage.

Dopamine: bij mensen met psychotische klachten als hallucinaties en paranoïde

wanen wordt meer dopamine aangemaakt en vrijgegeven. Er is ook sprake van meer receptoren voor dopamine. Meer dopamineactiviteit is ook bij drugs als Amfetamine, cocaïne of L-dopa (Parkinson). Bij afname van dopamine zijn er motorische problemen. (Parkinson & bijwerking antipsychotica). Relatie gedrag en dopamine heet Dopaminehypothese.

Noradrenaline: Neurotransmitter en hormoon, is verminderd aanwezig bij

mensen met depressie. Sterk verhoogde gevoeligheid voor noradrenaline werd gevonden bij mensen die overleden aan suïcide. Toename van noradrenaline speelt rol bij angst, hoewel daar ook sprake is van afwijking serotonine-, dopamine en GABA-niveau’s. Deze systemen beïnvloeden elkaar.

Gaba: bij extra remmende werking door alcohol is er minder angst en meer

activiteit in hersendeel waar noradrenaline wordt gemaakt.

Testosteron: bij dieren = agressie. Bij mensen niet eenduidig.

Arousal: spanning en stress. Therapie; ademhalings- en

ontspanningsoefeningen.

Emotion-focused therapy: Klachten reduceren door reguleren van affect en

emoties. Voorbeeld: maken van maskers. Gevoelens op of binnenin masker

zetten.Klachten reduceren door reguleren van cognitieve en sociaal hogere orde

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Begrippen Klinische Psychologie 1a Hoofdstuk 1: Over klinische psychologie en abnormaal gedrag Observer discomfort : Iemand voelt zich ongemakkelijk over andermans gedrag. Scheff noemt ze restregel...

Unlock Now
$ 1.00