Begrippenlijst Educational Psychology (H1-12)
H1: Leren en onderwijzen vandaag
Gevoel van effectiviteit De overtuiging van een leraar dat hij/zij zelfs moeilijke leerlingen kan bereiken om hen te helpen leren. Kan de prestaties van leerlingen voorspellen.Danielson’s Framework for Teaching
Kader voor lesgeven met vier domeinen: planning en voorbereiding,
klasomgeving, instructie, professionele verantwoordelijkheden.TeachingWorks Nationaal project gericht op het verbeteren van de onderwijspraktijk Measures of Teacher Effectiveness Onderzoekspartnerschap tussen docenten en onderzoeksteams gericht op het bouwen en testen van maatregelen voor effectief onderwijs.Just Common Sense
Gewoon gezond verstand: veel principes die door
onderwijspsychologen n.a.v. onderzoek worden opgesteld klinken als gezond verstand wat iedereen kan bedenken.Correlatiestudie De sterkte en richting van de relatie tussen twee variabelen beoordelen; zodat je voorspellingen kunt doen.Experimentele studie Om oorzaak-gevolg relaties te identificeren, zodat je mogelijke verklaringen voor effecten van testen kunt vinden ABAB Experiment Om de effecten van een behandeling of interventie voor een of meer individuen te identificeren Casestudies Om een of enkele individuen of situaties diepgaand te begrijpen
Etnografie Ervaringen begrijpen vanuit het oogpunt van de deelnemers: wat is
hun betekenis?WIllekeurige deelname Elke deelnemer heeft een gelijke kans om in een groep te zitten Quasi- experimentele deelname Bestaande groepen nemen deel aan het experiment. Een bepaald aspect wordt veranderd om te zien of deze verandering of behandeling een verwacht effect heeft.Longitudinale onderzoeken Proefpersonen worden vele jaren bestudeerd en gevolgd Microgenetische studies Hebben als doel cognitieve processen intensief te bestuderen, terwijl de verandering zich daadwerkelijk voordoet. Zo kunnen onderliggende mechanismen van veranderingen worden uitgelegd Gemengde methoden (mixed methods) Complexe vragen stellen over oorzaken, betekenissen en relaties tussen variabelen, om zowel diepte als breedte in onderzoeksvragen na te streven Empirisch Gebaseerd op onderzoek
- / 3
H2: cognitieve ontwikkeling
Ontwikkeling Bepaalde veranderingen die zich bij mensen of dieren voordoen tussen conceptie en dood en die op een ordelijke manier verschijnen en voor een redelijk lange periode blijven bestaan.Continue proces Proces waarin men zijn vermogens vergroot (bijv. verbetering uithoudingsvermogen) Discontinu proces Proces waarin sprongen worden gemaakt naar nieuwe stadia waarin vermogens daadwerkelijk veranderen (bijv. vermogen in de puberteit om zich voort te planten Hersenstam Basisfuncties zoals hartslag, ademhaling en bloeddruk, evenals niveaus van opwinding Cerebellum (kleine hersenen) Coördineert balans en soepele, bekwame bewegingen, speelt ook een rol bij hogere cognitieve functies zoals leren.Hippocampus Cruciaal bij het oproepen van nieuwe en recente ervaringen Amygdala Stuurt emoties en agressie Thalamus Belangrijk voor het verzamelen van nieuwe (verbale) informatie. Is ook betrokken bij de motoriek, en geeft informatie door vanuit het cerebellum Corpus Callosum (hersenbalk) Verbindt twee hersenhelften om communicatie tussen hen mogelijk te maken voor complexe mentale verwerking Frontale kwab Het gebied dat mensen onderscheidt door ons in staat te stellen informatie te verwerken voor plannen, onthouden, beslissingen nemen, problemen oplossen en creatief denken.Neuronen (grijze stof van de hersenen) Gespecialiseerde zenuwcellen die informatie verzamelen en doorgeven, in de vorm van elektrische activiteiten, in de hersenen en andere delen van het zenuwstelsel.Axonen Geven informatie door aan spieren, kleuren of andere neuronen Dendrieten Ontvangen informatie en geven deze door aan de neuroncellen zelf Synapsen (vezeluiteinden) Deze raken elkaar niet. Neuronen delen informatie door elektrische signalen te gebruiken en door chemicaliën vrij te geven die over de synapsen springen.Synaptische plasticiteit De kracht van de synaptische verbindingen is dynamisch, het verandert naarmate het leren plaatsvindt. Dit is een heel belangrijk concept voor opvoeders.Gliacellen Bestrijden infecties, regelen bloedstroom en communicatie tussen neuronen en verschaffen mueline-coating rond axonvezels Myelinisatie De coating van axonneuronvezels met een isolerende vettige gliale bekleding, beïnvloedt het denken en leren.Limbische systeem Betrokken bij emoties en gedrag dat op zoek is naar 2 / 3
beloningen/nieuwigheden/risico's neemt/sensatie zoekt Prefrontale kwab Betrokken bij oordeel en besluitvorming Plasticiteit Het vermogen van de hersenen voor constante verandering in neuronen, synapsen en activiteit.Biologische rijping Het ontvouwen van de biologische veranderingen die genetisch geprogrammeerd zijn.Activiteit Het onderzoeken, testen, observeren en uiteindelijk organiseren van informatie, verandert onze denkprocessen Evenwicht / equilibratie / cognitief evenwicht Volgens Piaget kunnen organiseren, assimileren en accommoderen worden gezien als een soort complexe evenwichtsoefening.Organisatie Het combineren, ordenen, opnieuw combineren en herschikken van gedragingen en gedachten in coherente systemen.Schema’s Psychologisch gestructureerde systemen om de wereld te begrijpen en ermee om te gaan Assimilatie We proberen iets nieuws te begrijpen door het in te passen in wat we al weten door onze bestaande schema’s te gebruiken (inpassen van nieuwe kennis in het oude kennisbestand).Accomodatie Wanneer we bestaande regelingen moeten wijzigingen om te reageren op een nieuwe situatie (het aanpassen van al bestaande kennis).Transfer Geleerde toepassen in nieuwe situaties Sensomotorische fase 0-2 jaar. Het kind begint te denken dat te maken heeft met zien, horen, aanraken, proeven, bewegen enzovoort.Objectpermanentie Het begrip dat objecten in de omgeving bestaan, ook als ze even uit het zicht zijn Pre-operationele fase 2-7 jaar. Schema’s worden verbonden aan mentale acties (bijv.symbolen vormen en gebruiken zoals woorden, gebaren, tekens, etc.) Semiotische functie Het vermogen om concepten door middel van gedachten te representeren Concreet operationele fase 7-11 jaar. Logische stabiliteit van de fysieke wereld, het besef dat elementen kunnen worden veranderd of getransformeerd en toch veel van hun oorspronkelijke kenmerken behouden, en het begrip dat deze veranderingen ongedaan kunnen worden gemaakt.Classificeren Het vermogen om zich te concentreren op een enkel kenmerk van objecten in een set (bijv. kleur) en de objecten te groeperen op basis van dat kenmerk.Seriation Het proces van het rangschikken van items in volgorde van groot
- / 3