Begrippenlijst landelijke kennistoets basiskennis taalonderwijs huizenga 4e druk 2023 1 / 4
Begrippenlijst landelijke kennistoets basiskennis taalonderwijs huizenga 4e druk 2023 2 / 4
Begrippenlijst landelijke kennistoets basiskennis taalonderwijs huizenga 4e druk 2023
BEGRIPPENLIJST LANDELIJKE
KENNIS TOETS NEDERLANDS
Achtervoegsel Een gebonden morfeem dat achteraan een woord voorkomt, bijvoorbeeld -ig of -en.AfleidingEen woord waarvan niet alle delen als zelfstandig woord kunnen voorkomen.Bij een afleiding wordt een geboden morfeem (voor- of achtervoegsel) toegevoegd aan een woord, zodat er een nieuw woord ontstaat, bijvoorbeeld nattig.Alfabetische schriftsyste em Schriftsysteem waarbij taal wordt weergeven door de afzonderlijke spraakklanken van het woord te noteren.Analogiestrategie Spellingstrategie waarbij een woord geschreven wordt door het te vergelijken met een ander woord.Analyseren van een woord Woordleerstrategie waarbij je achter de betekenis van een woord komt door het te analyseren in bekende woorden of door op te letten op bekende voor- of achtervoegsels.Argumentatieve tekstTekstsoort waarin de schrijver de lezer probeert te overtuigen van zijn standpunt.Auditieve analyse De vaardigheid om in een woord afzonderlijke fonemen te onderscheiden. Ook het herkennen van afzonderlijke woorden in een zin en klankstukken in een woord rekenen we onder auditief.AmuserenSpreekdoel/ tekstdoel waarbij de spreker/schrijver het doel heeft om de toehoorders te vermaken, boeien of ontroeren.Articulatorische identiteit De uitspraak van een woord, zoals die ligt opgeslagen in het woordgeheugen.Akoestische identiteit De klank van een woord, zoals die ligt opgeslagen in het woordgeheugen.AnalyserenTaalbeschouwingsstrategie waarbij een woord, een zin of een tekst uit elkaar wordt gehaald in onderdelen, losse elementen.Auditieve discriminatie De vaardigheid om overeenkomsten en verschillen tussen klanken of woorden te kunnen vaststellen.Aanvankelijk lezen De fase in het leesonderwijs waarin de kinderen de letters aanleren en eenvoudige woorden hardop kunnen lezen. Voor de meeste kinderen speelt dit af in groep 3.Actieve woordenschat Zie productieve woordenschat AntoniemenWoorden met een tegengestelde betekenis 3 / 4
Begrippenlijst landelijke kennistoets basiskennis taalonderwijs huizenga 4e druk 2023 Auditieve objectivatieDe vaardigheid om te reflecteren op de klankvorm van een woord en niet op de betekenis.Auditieve vaardigheden Vaardigheden die betrekking hebben op het horen. Ze spelen een ril bij het aanvankelijk lezen en spellen. We kennen er een aantal (zie hierboven).Begrijpend lezen Domein van taalonderwijs waarbij het gaat om het begrijpen van de tekst en het achterhalen van de bedoeling.Beoordelen van teksten op hun waarde Beoordelingscriteri a jeugdliteratuur Bepalen doel, publiek en tekstsoort Strategie voor begrijpend lezen waarbij de
lezer antwoord heeft op vragen als:
wat vind ik van deze tekst of wat heb ik aan deze tekst?De criteria op grond waarvan boeken voor kinderen worden beoordeeld.
Belangrijke criteria zijn: literaire
criteria, pedagogische criteria en ideologische criteria.Stelvaardigheid waarbij een schrijver van tevoren nagaat wat hij met zijn tekst wil bereiken, voor wie de tekst bestemd is en daar een passende tekstsoort bij.Beschouwende tekstTekstsoort die gaat over wat iemand vindt van iets uit de werkelijkheid. De mening van de schrijver is van belang.Bottum-upmodel Theorie over her verloop van het eerproces die ervan uitgaat dat een lezer begint met het waarnemen op de meest elementaire niveau, dat van de letters, en vervolgens de hogere niveaus waarneemt van de woorden en de zinnen in een tekst.Auditieve synthese De vaardigheid losse klanken samen te voegen tot een woord Beginnende geletterdheid De ontwikkeling van de geletterdheid in de groepen 1 tot en met 3 van de basisschool.Begrijpend luisteren Zie globaal luisteren. Wordt meestal de term gebruikt in de kleutergroepen als tegenhanger voor begrijpend lezen.Bepalen leesdoelStrategie voor begrijpend lezen waarbij de lezer zich van tevoren afvraagt met welke bedoeling hij een tekst gaat lezen.BetoogstructuurDe tekststructuur waarin een mening of standpunt wordt ondersteunt met argumenten.
- / 4