• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Beleggen Geld steken in financile objecten om koopkracht of meer dan koopkracht te behouden.

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Les 1 Beleggen= Geld steken in financiële objecten om koopkracht of meer dan koopkracht te behouden.

Bepaalde doelen beleggen:

‘Rijk’ worden Grote aankoop in toekomst Aflossen hypotheek Eerder stoppen met werken Kennis van financiële objecten krijgen De index verslaan

Soorten beleggers:

Particuliere belegger Ondernemingen (zakelijke belegger) Institutionele belegger= instellingen die meestal grote sommen geld beleggen. Voorbeelden zijn pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.Inflatie

2 vormen:

1.Prijsinflatie: veroorzaakt door toename hoeveelheid geld (hogere productie).

Veroorzaakt door doorberekening van gestegen productiekosten, importprijs, hoger belastingtarief. Koopkracht daalt. Vertrouwen in valuta neemt af. Investeringen risicovoller.

Hoofdvormen van prijsinflatie:

-Kosteninflatie : bedrijven berekenen gestegen kosten door in verkoopprijs. Leidt tot vermindering vraag en verslechtering concurrentiepositie.

Loonkosteninflatie: bedrijf berekend hogere loonkosten door in prijs.

Loon-prijsspiraal= dat lonen en prijzen elkaar voortdurend opjagen omdat de werknemers hun koopkracht en de werkgevers hun winst willen handhaven.Geïmporteerde inflatie: als de belastingen die kunnen worden doorberekend, worden verhoogd, zoals de btw, accijnzen of heffingen (van geïmporteerde goederen).Bestedingsinflatie: Geld lenen vergroot de collectieve vraag en leidt tot prijsstijging in een situatie van overbesteding, wanneer de productiecapaciteit nog niet is meegegroeid.

2.Monetaire inflatie: door toename van geldhoeveelheid zal de vraag stijgen wat tot prijsinflatie leidt. Doel ECB; inflatie onder 2% houden.Kwantitatieve verruiming: centrale bank koopt obligaties op. Hierdoor komt extra geld beschikbaar en zorgt voor oplopende koers van obligaties.Nominale rente= de in het contract afgesproken rente, geen rekening gehouden met bijv. inflatie.Als de nominale rente sterker stijgt dan de inflatiegraad, dan stijgt de reële rente en wordt de economie afgeremd. Als de nominale rente sterker daalt dan de inflatiegraad, dan daalt de reële rente.Positief reeel rendement als de inflatie lager is dan de nominale rente. Negatief reeel rendement als de inflatie hoger is dan de nominale rente.Stagflatie: toestand van stagnerende (stilstaan) economische groei en hoge inflatie. 1 / 2

Conjunctuur= de verandering van het groeipercentage van de economie of de productie op de korte termijn.Trendmatige groei= De gemiddelde groei over de lange termijn. Laagconjunctuur productiegroei blijft achter bij trendmatige groei. Hoogconjunctuur hogere rente, lage werkloos, toenemende inflatie. Het omslagpunt van hoog- naar laagconjunctuur noemen we crisis.

Beleidsinstrumenten:

-Belastingen en overheidsuitgaven (Keynes) -Korte rente- instrument (monetaristen); Bij een hoge rente investeren producenten weinig en bij een lage rente zijn de investeringen hoog.

Macro-economisch beleid heeft twee doelen:

  • de langjarige gemiddelde groeicurve/de trendmatige groei zo steil mogelijk maken – hoe steiler de
  • curve, hoe sneller de productie en welvaart gemiddeld stijgen;

  • de conjunctuurbewegingen rondom de trendlijn (stippellijn) zo klein mogelijk houden – hoe kleiner
  • de afstand tussen pieken en dalen, hoe minder mensen getroffen worden door werkloosheid wanneer de productie daalt.Conjunctuurbeweging wordt bepaald door vraag en aanbod. Externe factoren die hier invloed op

hebben: technologische ontwikkelingen, klimaat, consumentengedrag, politie.

Interne factoren: overproductie, onderproductie.

Anticyclisch overheidsbeleid= beleid om nadelige gevolgen van inflatie / werkloosheid te bestrijden

Klantprofiel:

Risicotolerantie= mate waarin klant de financiële risico’s kan opvangen die samenhangen met beleggen.Risicobeleving= manier waarop klant de risico’s ervaart.Risicobereidheid Zorgplicht= in Wet op financieel toezicht (WFT). Met als doel klanten van effecteninstellingen te

beschermen. 3 verplichtingen:

  • De financiële instellingen moeten voldoende informatie van hun klanten inwinnen (over diens
  • financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid)

  • De financiële instellingen moeten voldoende informatie aan hun klanten verstrekken over hun
  • producten en de risico’s die aan die producten zijn verbonden.

  • De financiële instellingen adviseren een product dat past bij de wensen, doelstellingen en
  • financiële positie van de klant.De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op naleving zorgplicht.Risicotolerantie, Dit wordt bepaald door het beleggingsdoel, de termijn waarop hij dit doel wil bereiken (de beleggingshorizon) en zijn financiële positie.Beleggingsdoel/vermogensdoel= geeft aan wat de klant met zijn beleggingen wil bereiken.Doelvermogen= het bedrag dat daarvoor nodig is.Vermogensdoel met objectieve prioriteit: gericht op noodzakelijk vermogen, bijv. om te voorzien in levensbehoeften (opbouwen pensioen). Druk is groot om doelvermogen te bereiken.

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Les 1 Beleggen= Geld steken in financiële objecten om koopkracht of meer dan koopkracht te behouden. Bepaalde doelen beleggen: ‘Rijk’ worden Grote aankoop in toekomst Aflossen hypothe...

Unlock Now
$ 1.00