- / 3
Meerkeuzevragen Bij het boek Bouwstenen van Management en Organisatie (toevoeging bij de 3 e druk) Per hoofdstuk (2 t/m 17) worden drie oefenvragen met meerkeuzeantwoord aangeboden, steeds een kennisvraag, een begripsvraag en een toepassingsvraag. Deze komen overeen met de eerste drie niveaus van de taxonomie van leerdoelstellingen vlgs. Bloom.Hoofdstuk 2
- Welk samenhangend patroon van activiteiten ziet Kotter in het
- Maslows behoeftenhiërarchie deelt de behoeften van
- Een Chinees exportbedrijf staat voor een lastige keuze nu er veel
werk van effectieve managers?a.‘Agenda setting’, ontwikkeling van een netwerk van mensen en het uitvoeren van de agenda met behulp van het netwerk b.Besluitvorming, interpersoonlijke taken en informationele taken c.Vooruitzien (plannen), organiseren, opdrachten geven, coördineren en controleren
mensen in vijf niveaus in.Hoe is zijn theorie te typeren?a.Beschrijvend en universeel b.Beschrijvend en situatieafhankelijk c.Voorschrijvend en universeel
onduidelijkheid is over de situatie in Griekenland. Ten eerste is het nog steeds de vraag of Griekenland in de eurozone blijft of niet (‘Grexit’ of niet). Ten tweede is onzeker of de regeringspartijen de stekker uit de coalitie trekken of niet. Ten derde moet het exportbedrijf zelf een beslissing nemen over de eigen reclame-uitgaven op de Griekse markt. Die uitgaven kunnen op hetzelfde niveau blijven, maar kunnen ook worden verhoogd of verlaagd.Het exportbedrijf stelt een beslissingsboom op om de situatie grafisch weer te geven. Hoeveel mogelijke uitkomsten zijn er op basis van bovengenoemde drie onzekerheden?a.7 b.12 c.18 2 / 3
Hoofdstuk 3 4.Tot welk inzicht leidt toepassing van het vijfkrachtenmodel van Porter?a.Inzicht in de demografische, economische, sociaal- maatschappelijke, technologische, ecologische en politiek- juridische factoren in de omgeving van een organisatie b.Inzicht in de structurele winstgevendheid en aantrekkelijkheid van een bedrijfstak c.Inzicht in de voor een organisatie relevante scenario’s of toekomstbeelden 5.De externe omgeving van een organisatie is op te delen in de meso- en de macro-omgeving van waaruit invloeden op de organisatie merkbaar zijn.Welke uitspraak is de juiste?a.Ontwikkelingen in de macro-omgeving zijn door strategisch beleid van de organisatie bij te sturen.b.Krachten vanuit de meso-omgeving zijn voor alle organisaties even sterk.c.De meso-omgeving wordt vanuit de macro-omgeven beïnvloed; omgekeerd is dat niet het geval.
6. De overheid stelt in een beleidsdocument:
Om volksgezondheidsbeleid vorm te kunnen geven is informatie nodig over de samenstelling van de bevolking, recente veranderingen daarin en trends in toekomstige ontwikkelingen.Op welke factor uit de DESTEP-rubricering heeft bovenstaande passage betrekking?a.Demografische factoren b.Economische factoren c.Sociaal-maatschappelijke factoren
- / 3