• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Cognitieve domeinen - oBewustzijn Helder Vernauwd; doordat geda...

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Cognitieve domeinen 1.Bewustzijn, aandacht en oriëntatie oBewustzijn Helder Vernauwd; doordat gedachten op één ding gericht zijn omgeving niet waarnemen) Verlaagd; lijkt op vernauwing alleen in alle opzichten vaag. Mensen zijn er niet helemaal bij, soort van verdoofd. Somnolent; is sterk gedaald bewustzijn, wel in staat om te reageren met moeite, reageren alleen als je iets tegen ze zegt anders zakken ze weer weg Soporeus; bewustzijnsdaling tot totale bewusteloosheid, subcoma Coma; totale bewusteloosheid, geen reactie op pijnprikkel oAandacht en concentratie Normaal Aandacht moeilijk te trekken  hypovigiliteit Verhoogd alert/waakzaam  hypervigiliteit Verminderd vermogen aandacht vast te houden Verminderde concentratie  hypotenaciteit oOriëntatie Intact Desoriëntatie in tijd; Datum Desoriëntatie in plaats; topografie  weg vinden buiten of in huis Desoriëntatie in ander persoon  interpersoonlijke oriëntatie Desoriëntatie in eigen persoon  persoonlijke oriëntatie 2.Perceptueel-motorisch functioneren oIntact; visuele agnosie(blindheid) oStoornis in visuospatiele functies ( zien, het verwerken van ruimtelijke informatie) oApraxie Constructieve apraxie ruimtelijk aspect van handeling verstoord, bijv.natekenen of iets in elkaar zetten Ideomotorische apraxie  iemand weet wel waarvoor een voorwerp gebruikt wordt, maar kan niet bedenken welke juiste beweging hij/zij moet maken, bijv.een boterham wordt geprakt ipv gesmeerd maar wel met een mes) Kledingapraxie = ideatoire apraxie het plannen van handelingen is gestoord, iemand weet de volgorde van handelen niet meer.

3.Geheugen oIntact, ostoornis in het KTG = anterograde amnesie, confabulaties ( verhalen kloppen niet geheel maar wel lopend verhaal) oStoornis in LTG (autobiografisch, feitelijk, impliciet ) = retrograde amnesie oDissociatieve amnesie  bepaalde herinneringen niet meer terughalen (vooral over zichzelf) 4.Intellectuele functies oOordeelsvermogen Intact vermogen om onderscheid te maken tussen externe werkelijkheid, en eigen denkbeelden/fantasieen eigen mogelijkheden/beperkingen inschatten met passende doelstellingen maken sociale situatie correct beoordelen en passend handelen Gestoord realiteitsbesef Oordeels- een kritiekstoornissen  Overschatting en te weinig zelf kritiek Decorumverlies  verminderd sociaal wenselijk gedrag/verminderd “fatsoen” 1 / 2

oZiektebesef en ziekte inzicht Wel, enig of geen ziektebesef  weet van ziek zijn Wel, enig of geen ziekte-inzicht  weet van wat er precies aan de hand is oAbstractievermogen Intact Normaal vermogen tot generaliseren/classificeren Verminderd oExecutieve functies Intact Normaal in staat tot maken plannen voor; initiëren, controleren en stoppen van ingewikkelde handelingen.Overzien van complexe handelingen en deeltaken.Gestoord oGeschatte intelligentie oTaal Intact Woordvindingsstoornissen, circumlocutie ( beschrijven woord ipv woord zelf), afasie Dysgrafie  verminderd vermogen tot schrijven Dysnomie  Benoemingsstoornis kan ook omschrijving niet geven begripsstoornis, herhalingsstoornis Dyslexie  verminderd vermogen tot lezen 5.Sociaal cognitieve functies oIntact oBeperkingen in Emotieperceptie  emotie van ander inschatten  theory of mind  zich verplaatsen in andermans gevoelens/gedachten  vermogen tot mentaliseren  gedrag van zichzelf en anderen kunnen begrijpen door ze te koppelen aan mentale toestanden. (Mentale toestanden zijn overtuigingen, wensen, gevoelens en gedachten) 6.Voorstelling, waarneming en zelfwaarneming oVoorstelling Normaal of ongestoord Dwangvoorstelling, herbeleving van traumatische ervaring oWaarneming Normaal of ongestoord Dispercepties  vervormde waarneming ( meer minder geluid dan werkelijk, objecten groter of kleiner) Hallucinaties Visueel, auditief (imperatief)  zien/horen van dingen die er niet zijn Somatisch (tactiel, visceraal)  Voelen van iets wat er niet is.Illusoire vervalsingen  reele zintuiglijke prikkeling wordt verkeerd geinterpreteerd Misidentificaties  bekenden worden als onbekende beschouwd en v.v.Derealisatie  omgeving, mensen of voorwerpen als onecht, wazig, mistig, een luchtbel of visueel vervormd worden ervaren Sensorische hyperreactiviteit, sensorische hyporeactiviteit  overgevoeligheid en verminderde gevoeligheid voor sensorische prikkels.oZelfwaarneming Normaal of ongestoord Depersonalisatie  wat inhoudt dat eigen gedrag, gedachten, gevoelens, gewaarwordingen of het lichaam als 'niet-eigen' worden ervaren Twijfel aan of verandering in eigen identiteit Morfodysforie, stoornis in de lichaamsbeleving

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

The comprehensive coverage offered by this document helped me ace my presentation. A impressive purchase!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Cognitieve domeinen 1.Bewustzijn, aandacht en oriëntatie oBewustzijn Helder Vernauwd; doordat gedachten op één ding gericht zijn omgeving niet waarnemen) Verlaagd; lijkt op vernauwing a...

Unlock Now
$ 1.00