COMMUNICATIE EN GEDRAG SAMENVATTING
LESWEEK 2
Gedrag Gedrag speelt zich altijd af in een context.Onder context verstaan we: locatie, tijd, inrichting van de omgeving (fysiek), aanwezigheid van anderen (sociaal) of voorstelde anderen en normen.Deze context stuurt gedrag.Dat doet de context door continu te communiceren via allerlei signalen die gedrag in gang zetten of afremmen.Gedragsbeïnvloeding Erop gericht om nieuw gedrag ofwel doelgedrag na te streven.Doelgedrag Doelgedrag is wat je wil laten zien.
Voorbeelden van doelgedrag:
1 1 / 2
Persuasive by Design’-model / Behaviour change model In dit gedragsmodel staan de belangrijkste principes van gedragsverandering samengevat.Dit gedragsmodel bestaat uit vijf thema’s, die het hele spectrum van de gedragsverandering bestrijken. Oftewel de vijf gedragslenzen. De vijf lenzen zoomen in op een aspect van menselijk gedrag en gedragsverandering: gewoontes en impulsen, weten en vinden, zien en beseffen, willen en kunnen en doen en blijven doen. Je zult vaak met meerdere lenzen moeten werken in de praktijk.Je kiest voor jouw doelgroep wat je wilt realiseren: moeten ze iets doen of laten? Moeten ze iets snappen over zichzelf, moeten ze iets kunnen?
LESWEEK 3
Automatisch of gecontroleerd gedrag Een groot deel van ons gedrag is automatisch, veelal onbewust. Een ander deel van ons gedrag controleren we daarentegen bewust. Naast impulsief gedrag valt ook een groot deel van onze gewoontes onder automatisch gedrag. Hoeveel en hoe snel we eten, hoe we van huis naar werk reizen, welk ontbijt we kiezen. Over veel gedrag denken we niet na, maar volgen we gebaande paden.Automatisch gedrag Automatisch gedrag heeft te maken met impulsen uit de omgeving of het gebeurt altijd zo.Automatisch gedrag kunnen signalen uit de context zijn (omgeving) en die maken automatische reactie (gedrag).
- / 2