Lean
Visie:
- Continue verbeteren
- Proces slanker maken
- Performance dialoog
- 80/20 bezig zijn met verbeteren om cultuur verandering door te voeren
PDCA: Plan, Do, Check, Act
Voorbeeld: Dagstartbord
- Manier van werken
- Structuur
Lean en Agile heft overleg. Agile komt vanuit de IT. Lean is niet alleen maar tools. Belangrijk: er is een gedragen visie.
Theory of constraints (Goldreth) – Bottleneck Ketenbreed opzoek gaan naar de bottleneck Eerst rust creëren, daarna verbeteren
5 stappen:
- Waar is de bottleneck
- Bottleneck ontzorgen
- Bottleneck is leidend: voorbeeld: tijdelijke ondersteuning andere teams
- Bottleneck verbeteren
- Terug naar stap 1
Lean gebruikt deze methode als analysetool Lean Six Sigma Toyota Motorola
1988 1986
Japan Amerika Iets gaat goed en hoe het beter kan Fouten voorkomen, variatie verminderen Positieve benadering Negatieve benadering Minder verspilling Minder fouten Flow Kwaliteit Visueel management Vaste project structuur VOC Zo min mogelijk onnodig controles en zo vroeg mogelijk in het proces
Laaghangend fruit zijn Just-do-its
➔ Black Belt
➔ Green Belt
➔ A3
➔ Just do it 1 / 4
- principes van Lean (Womack & Jones)
- Definieer klantwaarde
- Hoeveel wil de klant betalen?
- Wie is mijn klant?
- Identificeer Waardestroom
- Wanneer voegt iets waarde toe?
- VSM
- Huidig proces in kaart brengen
- Creëer flow
- Ritme
- Doorstroming creëren door processen volgens
- Van Push naar Pull
- Alleen reageren op klantvraag; exit initieert start
- Werkvoorraad beheersen (Kanban)
- Streef naar perfectie
- Borgen
benodigde Takttijd te synchroniseren
b. Tool:
- 5S
ii. Visueel Management iii. Poka Yoke
Examenvragen:
Kaizen Event – operationeel management
- =Kanban
- Verschil principes en tools
Principe van Lean STAP1: Definieer klantwaarde
VOC: Voice of the customer
CVA: Customer Value Add (Klantwaarde)
BVA: Business Value Add
NVA: Non Value Add
VOB: Voice of the Business
Customer Value Add Als een processtap wordt aangeduid als CVA is het altijd dat vanuit het klantperspectief waarde toevoegt. Het klantoordeel is hierin bepalend, immers de klant is degene voor wie de uiteindelijke output van een proces is bedoeld.
Tools continu verbeteren
- / 4
Tim Woods
Transport: verplaatsing van materiaal of product.
Beweging: verplaatsing van personeel/mensen. Gereedschap niet binnen handbereik. 30 meter lopen naar de printer valt ook onder beweging verspilling.
Examenvraag:
- Welke verspillingen zie je? Goed aantal benoemen
- Wat bedrijfswaardes zijn en wat klantwaardes zijn
- Bestellen nieuwe lakens → BVA
- Verschonen van lakens → CVA
CVA en BVA Een activiteit in een proces is CVA (Customer Value Add) als het antwoord geeft op een van
onderstaande vragen:
- Voegt de activiteit vorm of functionaliteit toe aan het product of dienst die door de klant is
- Draagt deze activiteit bij aan een competitief onderscheid: sneller, goedkoper, kwalitatiever
- Is de klant bereid voor deze activiteit te betalen
gewenst?
Voorbeelden: het assembleren van een product, het maken van een offerte, het geven van Lean training
Een activiteit in een proces is BVA (Business Value Add) als het antwoord geef op een van
onderstaande vragen:
- Reduceert de activiteit het risico voor de organisatie?
- Ondersteunt de activiteit noodzakelijke rapportages?
- Zou het leveren van een product of dienst aan de klant verstoord worden als deze activiteit
- Wordt de activiteit verplicht door wet- en regelgeving?
zou vervallen?
Voorbeelden: Het bijhouden van administratie, het inkopen van materiaal of diensten, marketing activiteiten, autorisatie van management, kwaliteitscontroles.
Het uitgangspunt van Lean is deze BVA activiteiten te beperken tot een minimum. Te allen tijde moet er gekeken worden naar het reduceren of optimaliseren van de BVA activiteiten.
Non Value Added (NVA): voorbeelden: onnodig transport of opslag, fouten of aanpassingen, vertragingen
Principe van Lean STAP2: Identificeer Waardestroom
Procesbeschrijvingen:
T: Verplaatsen van het product
I: Je maakt producten wat ergens opgesloten moet
worden – voorraad
M: Inloggen in verschillende systemen, Bewegen van
de medewerker
W: Op elkaar wachten, wachttijd
O: Je maakt te veel, Samenhang met inventaris, maak
proces
O: Controles/ zeker weten, iets te mooi maken
D: Alles wat fout gaat.
S: Als werk niet bij iemand past
- / 4
➢ Flowchart: overzicht maken
➢ Beslisboom: keuze maken
➢ Swimminglane: overzicht van verschillende afdelingen
- Veel verschillende afdelingen, veel processtappen
➢ SIPOC: Scope bepalen
- Waar willen we op inzoomen
➢ VSM: Waarde stroom analyse
- Principe 2 Lean
o Voordeel: datarijke Waardestroom
- Hoeveel ben je eigenlijk met de klantwaarde bezig
- Bewegen (motion)
- Looproutes
➢ Spaghettidiagram
SIPOC Supplier (4) → Input (5) → Process (1) → Output (2) → Customer (3) Starten bij proces. Geef een omschrijving van de aspecten van een SIPOC. Benoem wat het is, waarvoor het dient en enkele kenmerken. Procesbeschrijving op hoofdlijnen, t.b.v. scope en afbakening, in de Define fase.SIPOC is hoogover, VSM is gedetailleerder. Ook in VSM zit gemeten data.
VSM
Doel: huidige status in beeld brengen met de huidige
waarde die je toevoegt. Gevolgd door toekomstig beeld.
Little’s Law – PLT – Doorlooptijd De stelling van Little, genoemd naar John Little, die de stelling in 1961 bewees, is een stelling uit de wachtrijtheorie. De stelling gaat over een wachtrijsysteem, waarin klanten zich melden om bediend te worden, maar soms moeten wachten omdat de bediende nog bezig is met de vorige klant, apotheek.
WIP: Work In Progress
PLT: Process lead Time → WIP/ Exit rate
Voorbeeld: 4e wachtende Jumbo → Kassa
bij, verhoogd de Exit Rate!
Process Cyclus Efficiency
Principe van Lean STAP 3: Flow creëren
Takttijd: het tempo waarmee we producten moeten maken om te voldoen aan de klantvraag
Takttijd: Hoe lang duurt het voordat je je product af hebt
Komt van Duitse woord slag/maat of tempo SOM: Effectief beschikbare tijd/ Klantvraag = Takttijd
- / 4