VWO 4 Samenvatting Judith Vuijst CSVVG Vincent van Gogh
Chemie Overal Scheikunde:
Hoofdstuk 4; Zouten en zoutoplossingen 1 / 2
Scheikunde samenvatting Hs 4: Zouten en zoutoplossingen
4.2 Zouten De vorming van een zout Tijdens reactie van een metaal met een niet-metaal ontstaat een zout. Metaalatomen staan daarbij één of meer elektronen af aan de niet-metaalatomen. Positieve en negatieve ionen die hierbij ontstaan worden gerangschikt in een ionrooster.De ionbinding Positieve en negatieve ionen in een zoutkristal oefenen aantrekkingskrachten op elkaar uit. Krachten tussen ionen noem je elektrostatische krachten en zijn in een ionrooster zeer sterk. Hierdoor ontstaat sterke binding tussen positieve en negatieve ionen, de ionbinding. Zouten hebben hoger smelt- en kookpunt dan moleculaire stoffen, dus een ionbinding is veel sterker dan een vanderwaalsbinding of waterstofbrug.
4.3 namen en formules van zouten De ionen
Metaalatomen:
- positieve elektrovalenties en komen als positieve ionen voor in een zout.
- naam ontstaat door achter naam vh metaal het woord -ion te plaatsen
- Sn
2+
: tin(II)ion
Niet-metalen:
- vrijwel altijd negatieve elektrovalenties en komen zowel in moleculaire stoffen als zouten voor
- naam ontstaat door achter naam vh niet-metaal het woord -ide te plaatsen
Enkelvoudige ionen: ionen die uit één atoomsoort bestaan
Samengestelde ionen: ionen waarin twee of meer verschillende atoomsoorten voorkomen.
- Er bestaan zowel positieve als negatieve samengestelde ionen
- zijn via atoombindingen aan elkaar gekoppeld.
- heeft één of meer elektronen afgestaan/opgenomen en is drm niet neutraal maar geladen
Namen van zouten Systematische naam van een zout krijg je door eerst de naam vh positieve ion te nemen en daarachter de naam vh negatieve ion te plaatsen.Triviale namen: worden id dagelijkse praktijk veel gebruikt, zoals:
- natriumchloride: keukenzout
- natriumcarbonaat: soda
- calciumsulfaat: gips
Zoutformules: een zout geef je weer met behulp van een verhoudingsformule. Hierin is de verhouding tussen de positieve en negatieve ionen zo, dat de formule een elektrisch neutrale stof aangeeft: Al 3+ en Cl - (Al 3+ )1( Cl - )3 4.4 Zouten in water Water als oplosmiddel voor zouten Watermoleculen zijn dipoolmoleculen. Waterstofatomen id watermoleculen hebben kleine positieve lading en zuurstofatomen hebben een kleine negatieve lading. Negatieve kant vd watermoleculen keer zich naar positieve Na + - ionen. Positieve kant vd watermoleculen keert zich naar de negatieve Cl - -ionen.
- calciumcarbonaat: kalksteen
- calciumoxide: ongebluste kalk
- / 2