- / 5
De belangrijkste kernbegrippen in 1 lijst alfabetisch uitgelegd + oefentoets
- / 5
Hoofdstuk 1 – Algemene principes A • Abnormaliteitspatroon – herhaald signaleringspatroon dat wijst op afwijkingen in fysisch onderzoek.• Abductiebeperking – beperking in het zijwaarts bewegen van een extremiteit, vaak klinisch gerelateerd aan musculoskeletale stoornissen.B • Bradypneu – onvoldoende lage ademhalingsfrequentie (< 12/min bij volwassenen).• Bruit – abnormale bloedstroomgeluiden via stethoscoop hoorbaar, bijvoorbeeld bij arteriële stenose.C • Crepitaties – knarsende geluiden/articulatie bij gewrichten, vaak wijzend op artrose.• Cheyne-Stokes‐ademhaling – cyclische ademhalingsstilstand afgewisseld met steeds diepere ademhalingen (neurologische/of hartfalen).D • Dysdiadochokinese – gestoorde ritmische snelle alternerende bewegingen; test voor cerebellaire afwijkingen.• Dicrotische notch – kleine terugval in arteriële puls vlak na de systolische piek, merkbaar bij palpatie of golfvormanalyse.E • Erythrodermie – gegeneraliseerde roodheid van de huid, vaak teken van inflammatie of systemische ziekte.• EtCO₂ (eind‐expiratoir kooldioxide) – klinische meetwaarde voor ventilatie-efficiëntie via capnografie.F • Fremitus – palpabele trilling van de thoraxwand bij spreken (‘99’), beoordeelt consolidatie of pleuravocht.• Fasciculaties – onwillekeurige, zichtbare spiertrekkingen, neurologisch teken (bv. bij motorneuronziekten).
- / 5
- / 5