De Gereedschapskist van de Sociaal Werker I Herman de Mönnink I Vijfde, geheel herziene druk 2016
Esmée Morsink 1
Deel I De Gereedschapskist van de Sociaal Werker: Knowhow en Knowwhy
Hoofdstuk 1: Driestappenaanpak in het sociaal werk
Het multimethodische stappenplan in het sociaal werk bestaat uit drie stappen. onder het multimethodisch stappenplan in het sociaal wordt verstaan: Het stapsgewijs in kaart brengen van en werken aan de cliëntsituatie, zodat iedere cliënt optimaal geniet van de mogelijkheden die het leven biedt.
1.2 Duurzaam multimethodisch sociaal werk in drie stappen 1.Persoonlijke archiefkast (PAK). Deze bevat de spanningen en krachtbronnen van de cliënt, weergegeven als in minnen en plussen. deze minnen en plussen worden in kaart gebracht in de woordkeuze van de cliënt en gevisualiseerd.
- Psychosociaal assessment (PSA). De sociaal werker ontwikkelt werkhypothesen: ingeschat wordt
- Psychosociale interventie (PSI). De sociaal werker werkt met de cliënt en stelt voor de minnen ook
hoe (met welke methoden) de aanwezige plussen in de cliëntsituaties kunnen worden aangewend om de minnen te reduceren. Hoe kunnen we de cliënt helpen met individuele methoden om zelf adequaat om te gaan met bepaalde situaties? (De copingfactor, sociaal netwerk en voorzieningen, de supportfactor)
daadwerkelijk te reduceren in de cliëntsituaties door middel van de aanwezige plussen. Tevens wordt er gemeten of er vorderingen zijn en zo ja, welke? Indien mogelijk kan het PAK en PSA bijgesteld worden en de drie stappen opnieuw ondernomen om tot een optimaal KvL (kwaliteit van leven) te komen.
Zo worden de cliënt en diens omgeving op verschillende niveaus geholpen de eigen kwetsbaarheid en kracht te erkennen (impactfactor), de eigen omgangsstijl te verbeteren (copingfactor) en het eigen netwerk en de voorzieningen te versterken (supportfactor).
1.2.1 Stap 1: persoonlijke archiefkast (PAK)
De eerste methodische stap van jou als sociaal werker bij de aanmelding is de contactlegging, het verzamelen van informatie over de cliëntsituatie en deze ordenen in de genoemde PAK. Je begint ‘daar waar de cliënt is’ en gebruikt daarbij een non-directieve basismethode.
Bij de aanmelding en de intake breng je dus de cliëntsituatie in kaart en vorm je de basis voor het vertrouwen tussen jou en de cliënt.
De cliënt als expert De plussen en de minnen worden door jou als SW’er samengevat in trefwoorden als ‘negatief en positief aandachtgebied’. Voor het samenvatten en spiegelen van de gevoelens van de gebleken feitelijke aandachtsgebieden maak je gebruik van het PAK. Door een archiefkast te tekenen met laatjes, kun je samen met de cliënt de ‘onrustige materialen’ plaatsen en ordenen.
Door deze werkwijze bevorder je een proactieve en zelfregulerende houding bij de cliënt. De kracht van de cliënt zelf (de plussen) wordt gemobiliseerd (empowerment) om actief de spanningsbronnen (de minnen) op te sporen en samen met jou als sociaal werker te werken aan het optimaliseren van de kwaliteit van leven.
Impactfactor +/- Bij de impactfactor denken we aan de invloed van life-events (levensgebeurtenissen), de manier waarop we reageren en de steun die we krijgen. Life-events kunnen we niet sturen, maar hebben soms wel een bepaalde invloed op ons leven. in het PAK worden de gevolgen van een life-event zichtbaar zoals ze door de cliënt zijn ervaren: De life-impact. Life-impact is dus op de eerste plaats de positiviteit of negativiteit die iemand ervaart door één of meer life-events. De impactfactor betreft
- / 1