De kroongetuige door Maarten van ‘t Hart
- Geef een volledige titelbeschrijving van het boek dat je gelezen hebt
- Geef een persoonlijke reactie op het boek.
- Realistisch: ik vond de personages stuk voor stuk erg realistisch overkomen. Het leek ook
- Verrassend: Ik vond het heel verrassend wat er precies gebeurd was. Ik had dat nooit
- Origineel: Ik heb nog nooit een boek gelezen waarin een lijk verstopt was tussen de
- Wie is de hoofdpersoon uit je boek? Leg je antwoord uit.
- Beschrijf de hoofdpersoon. Als er twee zijn (meer dan twee komt bijna nooit voor), kies je
- Wie (of wat) is de tegenstander? Licht je antwoord toe met voorbeelden uit de tekst.
- Wat is de belangrijkste ontwikkeling die de hoofdpersoon doormaakt? Anders gezegd: hoe
- Even kijken naar de bijfiguren. Beschrijf een bijfiguur uit jouw boek die een karakter is (en
De titel kan slaan op een aantal personen. Volgens Nietzsche is een kind meestal de beste kroongetuige in een huwelijk. De hoofdpersonen kunnen geen kinderen krijgen, dus de kroongetuige ontbreekt. De man die tegenover het laboratorium woont wordt de kroongetuige genoemd in het boek. Leonie zou ook de kroongetuige kunnen zijn, omdat ze zelf op onderzoek gaat.
echt alsof dit verhaal echt gebeurd kon zijn. De reactie van Leonie nadat ze hoorde dat haar man was vreemdgegaan en dat hij verdacht werd op moord was heel erg realistisch beschreven. Ze focuste zich helemaal op de onschuld van haar man en wilde meer te weten komen over Jenny. Jaloezie en de vraag wat er zo speciaal is aan Jenny tolt ook eindeloos rond in haar hoofd.
geraden en ik dacht een groot deel van het boek dat Thomas de dader was. Dit maakte het boek ook erg spannend.
zeekoeien, dus ik vond het boek erg origineel.
Het boek heeft twee hoofdpersonages: Thomas en Leonie. Het boek is vanuit die twee personages geschreven en je komt ook veel over hun gevoelens en gedachten te weten.
er een. Leg dan wel uit wie je kiest en waarom. Geef twee belangrijke eigenschappen en leg uit hoe die het verhaal beïnvloeden. Geef daarbij voorbeelden uit het boek.Ik heb gekozen voor Leonie, omdat ik haar kant van het verhaal (over hoe ze op onderzoek uitgaat) het interessants vond om te lezen. Leonie is onvruchtbaar, en dit zorgt voor problemen tussen Leonie en Thomas. Leonie voelt zich daarom ook schuldig. Ze is erg standvastig en wil hoe dan ook achter de waarheid komen.
Ik vind Jenny en meneer ‘sommig mens’ een tegenstander. Jenny heeft haar sporen zo goed uitgewist dat Thomas ervan verdacht wordt dat hij haar heeft vermoord. Meneer sommig mens zegt dat hij Thomas heeft gezien de avond dat Jenny verdween.
verandert de hoofdpersoon? Als je vindt dat hij niet verandert, leg dan uit waarom niet. Geef ter ondersteuning weer voorbeelden uit het boek.Ik denk dat de band tussen Thomas en Leonie door deze gebeurtenis versterkt is.
leg uit waarom je dat vindt). Beschrijf er ook een die een type is (en leg weer uit). 1 / 2
Een karakter uit het boek is Leonie. Je leest haar gedachten en gevoelens en hoe deze gaandeweg het boek veranderen en leert haar daardoor goed kennen. Een type is Jenny, ze wordt alleen door de hoofdpersonages kort beschreven, waardoor je niet veel over haar te weten komt. Ze verandert niet en ze heeft als eigenschap dat ze mensen goed om haar vinger kan winden.
- Meestal kun je je wel identificeren met een van de personages uit een boek. Leg uit met
- Hoeveel verhaallijnen bevat je boek? Welke (koppel ze aan een personage of aan een
wie je je in dit boek het meest verbonden voelde en waarom. Als er niemand in het boek is met wie je je identificeert, is er vast wel een personage dat juist heel ver van je af staat. Leg dan uit wie dit is en waarom. Ik kon me niet echt identificeren met Thomas. Hij zweeg, waardoor hij langer vast bleef zitten. Ik zou alles vertellen wat ik zou weten over die avond.Ook is Thomas vreemdgegaan, waarvoor ik geen sympathie kan opbrengen.
periode)?Het boek heeft twee verhaallijnen, die over de moord en over de problemen tussen Leonie en Thomas.10 Beschrijf de spanningsboog van het hele verhaal. Vertel precies waar de climax zit en hoe de spanningsboog beëindigd wordt. De spanningsboog begint wanneer bekent wordt gemaakt dat er een moord is gepleegd en Thomas verdacht wordt. Het moment van de climax is wanneer je erachter komt wat er echt gebeurd is.11 Heeft het boek een gesloten of een open einde? Waarom?Een gesloten einde: de moord is opgelost en Leonie en Thomas hebben een kans om een kind te krijgen.12 In welke historische tijd speelt het boek zich af? Waaraan merk je dat?Het verhaal speelt zich af in de jaren ‘70. Aan het eind van het boek kom je te weten dat er voor het eerst een kindje is geboren via ivf, dat was 1978. Er worden geen mobieltjes/computers gebruikt en er zijn platenspelers.13 Wat is de verteltijd van jouw boek (aantal pagina’s en de tijd die het jou kostte om te lezen)? Wat is de vertelde tijd? Hoe is die verhouding (dus: wordt er een lange periode beschreven in een relatief kort verhaal of andersom? Of is het een dun boekje over een korte periode? Of een heel dik boek over een lange periode)?
Verteltijd: Een paar uur
Vertelde tijd: Ongeveer 4 -5 maanden: Begint op 31 juli en eindigt vlak voor Kerstmis.Het is dus een niet heel dun maar ook niet een heel dik boek over een redelijk lange periode (niet extreem lang).14 Is er in jouw boek verschil tussen fabel en sujet? Waarom wel of niet?Nee, de gebeurtenissen gebeuren chronologisch.15 Gebruikt de schrijver opvallende manipulatietechnieken m.b.t.. tijd? Geef van elke opvallende techniek een voorbeeld uit je boek.Er zitten een paar kleine flashbacks in het boek, herinneringen.
- / 2