- / 6
1.Samenvatting De meest voorkomende oorzaak van letsel bij ouderen in Nederland is een valincident. Een groot deel van de kosten die dit probleem met zich meebrengt betreft de doelgroep ouderen in verpleeg- en verzorgingstehuizen.De helft van het aantal 65+’ers woonachtig in een verpleeg- of verzorgingstehuis valt minimaal één keer per jaar. Valpreventie is van groot belang. In 2004 is er een richtlijn ontwikkeld ten behoeve van valpreventie welke in 2023 is herzien. Helaas is er geen daling te zien van het aantal valincidenten waardoor er in samenwerking
met Fysiopraktijk X X de volgende onderzoeksvraag is opgesteld:
‘’In hoeverre wordt de Richtlijn Preventie van Valincidenten in verpleeg- en verzorgingstehuizen in de regio X nageleefd?’’.Het onderzoek betreft een kwantitatief beschrijvend onderzoek gebruikmakend van twee enquêtes. De populatie bestond uit het personeel en de bewoners van verpleeg- en verzorgingstehuizen in X. Het uiteindelijke aantal deelnemers(n=119) bestond uit 61 personeelsleden en 58 bewoners afkomstig uit vier verpleeg- en verzorgingstehuizen in de regio X met meer dan één locatie. Gebaseerd op de Richtlijn Preventie van Valincidenten en haar aanbevelingen zijn er twee enquêtes opgesteld. Enerzijds voor het personeel en anderzijds voor de bewoners. De enquêtes zijn op papier afgenomen, gecodeerd en in Excel verwerkt. Door middel van de enquêtes werd duidelijk hoe valpreventie bij de deelnemende organisaties ingericht was en in hoeverre de richtlijn nageleefd werd. Om de resultaten te verduidelijken zijn er tabellen en figuren gebruikt.Uit de resultaten blijkt dat in grote lijnen de richtlijn niet nageleefd wordt. Uit de resultaten blijkt dat valrisicobeoordelingen ondermaats uitgevoerd worden door het personeel. Op deze manier kunnen er ook geen adequate programma’s ontwikkeld worden omdat deze beoordelingen niet alle factoren meenemen die de Richtlijn Preventie van Valincidenten noodzakelijk acht. Oefenprogramma’s die aangeboden worden, worden door de bewoners als onvoldoende beoordeeld. Vitamine D-supplementen worden ingezet als preventiemiddel, alleen is niet te achterhalen hoe vaak. Vrijheid beperkende maatregelen worden door het personeel ingezet terwijl de richtlijn stelt dat deze juist zorgen voor lichamelijke achteruitgang. Niet alle bewoners geven aan dat er bedalarmsystemen aanwezig zijn, terwijl dit wel ingezet wordt volgens het personeel en de observaties van de onderzoeker. Cognitieve achteruitgang blijkt bij de deelnemende ouderen te zorgen voor minder betrouwbare antwoorden. Qua patiëntvoorkeuren wordt de Richtlijn Preventie van Valincidenten nauwelijks nageleefd. Er worden geen gesprekken gevoerd met bewoners op het gebied van inhoud en eigen inbreng. Evaluatiegesprekken worden sporadisch gevoerd. Het merendeel van het ondervraagde personeel geeft aan geen idee te hebben of er protocollen zijn gericht op valpreventie. Ook kan nagenoeg niemand vertellen wanneer deze voor het laatst geüpdatet zijn.Om zo breed mogelijk in te zetten op het gebied van valpreventie in verpleeg- en verzorgingstehuizen is er ten eerste een aanbeveling gedaan ten behoeve van bijscholing voor het personeel. De therapeut met expertise op het gebied van geriatrie en valpreventie ontwikkeld een workshop voor het personeel waardoor zij de aanbevelingen uit de richtlijn beter zullen gaan begrijpen en deze op een adequate manier kunnen toepassen in de praktijk. Ten tweede is er een aanbeveling gedaan ten behoeve van de bewoners in de vorm van individuele begeleiding en small group training. Uit de resultaten bleek dat de oefenprogramma’s die worden aangeboden van onvoldoende kwaliteit zijn en dat er nauwelijks gesprekken met de bewoners gevoerd worden op het gebied van valpreventie. Door de fysiotherapeut in gesprek te laten gaan met de bewoners kunnen er programma’s ontwikkeld worden met voldoende aandacht voor niveau, intensiteit en uitdaging. De derde aanbeveling die de onderzoeker doet, betreft specifiek vervolgonderzoek voor de werkplek. Door te discrimineren tussen de deelnemende organisaties kan de onderzoeker per locatie aanbevelingen doen. Ook kan de onderzoeker op deze manier verschillende locaties met elkaar vergelijken en conclusies trekken. 2 / 6
2.Voorwoord Het onderzoek dat voor u ligt is gericht op valpreventie bij ouderen woonachtig in een verpleeg- of verzorgingstehuis.Mijn naam is X, 25 jaar en student aan de Fontys Sporthogeschool te Eindhoven. De doelgroep ouderen in verpleeg- en verzorgingstehuizen spreekt me heel erg aan omdat ik graag een steentje bij wil dragen aan het welzijn en de gezondheid van ouderen. Dat hoop ik te kunnen doen aan de hand van dit onderzoek, de bevindingen en aanbevelingen die daaruit voortkomen. Met het oog op de toekomst en de groeiende vergrijzing is valpreventie een onderwerp wat actueel is en waarop zal moeten worden ingespeeld. Door de hoge werkdruk van het personeel in verpleeg- en verzorgingstehuizen zou ik graag willen weten hoe valpreventie binnen zo’n organisatie ingericht is. Aan de andere kant ben ik benieuwd wat bewoners van deze verpleeg- en verzorgingstehuizen vinden op het gebied van valpreventie. Ook door de bezuinigingen in de ouderenzorg leek het mij interessant om met deze doelgroep aan de slag te gaan.De werkplek X in X heeft me de mogelijkheid gegeven om het onderzoek waar te kunnen maken en wil hen hiervoor dan ook bedanken. Hun netwerk heeft me de toegang gegeven om een opstart te maken. Ook wil ik x bedanken voor de feedback gedurende deze scriptie en de fijne begeleiding. 3 / 6
Inhoudsopgave 1.Samenvatting....................................................................................................................2 2.Voorwoord.......................................................................................................................3 3.Probleemstelling...............................................................................................................6 4.Conceptueel model..........................................................................................................7 5.Literatuurstudie................................................................................................................8 5.1Ouderen........................................................................................................................8 5.2Valincidenten en risicofactoren....................................................................................8 5.3Valpreventie................................................................................................................11 5.4Richtlijn Preventie van Valincidenten.........................................................................13 6.Methodologie.................................................................................................................16 6.1Type onderzoek..........................................................................................................16 6.2Populatie en steekproef.............................................................................................16 6.3Meetinstrumenten......................................................................................................16 6.4Resultaatanalyse.........................................................................................................16 6.5Betrouwbaarheid & Validiteit.....................................................................................17 6.6Ethische verantwoording............................................................................................17 7.Resultaten.......................................................................................................................18 7.1Algemene gegevens respondenten............................................................................18 7.2Risico inschatting........................................................................................................18 7.3Multifactoriële valrisico beoordeling..........................................................................19 7.4Valrisico verlagende interventies...............................................................................20 7.5Patiëntvoorkeuren......................................................................................................22 7.6Organisatie van zorg bij valpreventie.........................................................................22 8.Discussie.........................................................................................................................23 8.1Algemeen....................................................................................................................23 8.2Risico inschatting........................................................................................................23 8.3Multifactoriële valrisico beoordeling..........................................................................23 8.4Valrisico verlagende interventies...............................................................................24 8.5Patiëntvoorkeuren......................................................................................................25 8.6Organisatie van zorg bij valpreventie.........................................................................25 4 / 6