Taak 1
Mitose De meeste lichaamscellen delen zich door mitose, bij dit proces ontstaan twee nieuwe, identieke dochtercellen.
Interfase:
De periode tussen de celdelingen wordt de interfase genoemd. Tegen het eind van de interfase begint het chromatine zich te repliceren en zich op te winden tot dubbele chromosomen, deze worden chromatiden genoemd. Dit is de voorbereiding op de celdeling. Twee chromatiden van elk chromosoom, zijn gebonden door een centromeer.
Profase:
Tijdens dit stadium worden de chromatiden zichtbaar in de kern en het mitotische apparaat verschijnt. Het mitotische apparaat bestaat uit twee centriolen. Deze worden uiteengehouden door het spoelfiguur. Het spoelfiguur bestaat uit microtubuli.De centriolen migreren elk naar een pool van de cel.Op dit moment verdwijnt de kernwand.
Metafase:
De chromatiden gaan parallel liggen in de evenaar van de cel. Ze worden aaneengehecht door hun centromeer.
Anafase:
De centromeren gaan zich splitsen. Van elk paar zusterchromatiden migreert er één naar elke pool van het spoelfiguur. De microtubuli trekken samen.
Telofase:
Het mitotische apparaat verdwijnt, de chromosomen ontwinden zich en de kernwand vormt zich weer. Na de telofase delen het cytoplasma en de plasmamembraan zich in tweeën. Op dit moment vormen ze twee identieke dochtercellen. De organellen van de dochtercellen zijn niet compleet aan het eind van de celdeling. Ze rijpen verder tijdens de interfase.
Meiose (zie schrift blok 1) Bij meiose ontstaan gameten. Bij de bevruchting waarbij de mannelijke gameet (spermacel) en de vrouwelijke gameet (eicel) zich verenigen, ontstaat een diploïde zygote. Dit ontstaat doordat de gameten haploïd waren. Bij de meiose vinden er twee celdelingen plaats (in tegenstelling tot de mitose, waar er 1 plaatsvindt). Uit de meiose ontstaan ook 4 dochtercellen, deze zijn allemaal genetisch uniek (in tegenstelling tot de dochtercellen die ontstaan na mitose). Dit is ook de basis van genetische diversiteit.
Eerste meiotische deling:
In deze fase worden er twee genetische verschillende dochtercellen geproduceerd. De DNA-replicatie heeft al plaatsgevonden. Dit betekent dat elk chromosomenpaar 4 chromatiden heeft, deze zijn dicht opeengepakt.Doordat de chromosomen zo dicht op elkaar zitten, kunnen ze genen uitwisselen. Dit proces wordt crossing-over genoemd. Het zorgt ervoor dat er 4 chromatiden zijn die verschillende genencombinaties hebben.Na de crossing-over scheiden de chromosomen zich van elkaar ter voorbereiding van de eerste meiotische deling.De overdracht van moederlijke en vaderlijke chromosomen naar dochtercellen is willekeurig. Dit betekent dat de twee dochtercellen moederlijk en vaderlijk DNA in een onvoorspelbare verhouding hebben. Hierdoor bestaan er 1 / 4
enorm veel chromosomencombinaties. Dit verklaart ook waardoor iemand meer of minder eigenschappen van zijn of haar moeder overerft.De chromosomenparen gaan uiteen en de beide helften gaan naar de beide uiteinden van de cel. Ze worden geleid door een spoelfiguur, net zoals bij mitose. Het cytoplasma deelt zich, hierdoor ontstaan twee genetisch unieke diploïde dochtercellen. De LH piek in de laat folliculaire fase triggert de cel om de eerste meiotische deling af te ronden, de eicel blijft dan steken in de metafase van de tweede meiotische deling, pas na de bevruchting wordt deze meiotische deling afgerond).
Tweede meiotische deling:
Voor de vorming van een gameet moet de hoeveelheid genetisch materiaal in de twee dochtercellen na de eerste meiotische deling worden gehalveerd. Dit gebeurt in de tweede deling. De centromeren scheiden zich en de twee zusterchromatiden gaan naar tegenovergestelde zijden van de cel. Deze deelt zich vervolgens. Elk van de vier haploïde dochtercellen heeft nu nog maar 1 chromosoom. Door versmelting met een andere gameet ontstaat dan een diploïde cel. Door mitose kan deze verder uitgroeien tot een embryo.
- / 4
Spermatogenese
- Het vormen van spermatozoiden. Belangrijkste hormoon is testosteron, kan door het basale membraan en de
- De spermatocyten ondergaan vervolgens de eerste meiotische deling, waarbij ze overgaan in de secundaire
- In deze fase ondergaan de cellen gedaanteverwisseling naar het volwassen type zaadcellen met kop en staart.
sertoli-cellen binnendringen. Na binding rijping van zaadcellen vertragen.De kiemcellen (spermatogonia) (2N) vermeerderen door mitotische deling, hierdoor ontstaan primaire spermatocyten (2x 2N). Zij verplaatsen zich tussen de sertoli-cellen door de tight junctions heen van het basale compartiment naar het adluminale compartiment.
spermatocyten (2x N), met het halve aantal chromosomen. De secundaire spermatocyten gaan over in spermatiden (4x N) door de tweede meiotische deling.
(74 dagen). Na loslating van de sertolli-cellen (plasminogeenactivator) in de loop van 2-4 weken vanuit tubli seminiferi (zaadkanaaltjes) via rete testis (netwerk) naar de epididymis → onder invloed van androgenen verder rijpen en plasma verminderen.
Oogonese Oögonie (2n) → primaire oöcyt → meiose → secundaire oöcyt (n) + poollichaampje → mitose → oötide (n) + poollichaampje → eicel
- / 4
2000 embryonale kiemcellen (oögoniën) gaan d.m.v. amoeboïde bewegingen gedurende de derde tot vijfde foetale week van de wand van de dooierzaak naar de plaats waar de ovaria tot ontwikkeling komen. Deze oögoniën vermenigvuldigen zich in de ovariële cortex door mitose. In de achtste week zijn er ongeveer 600.000 oögoniën. Door mitose delen, sommige naar profase meiose, sommige door gaan met mitose. Na de vijfde tot zesde maand is hun aantal gegroeid tot 6 à 7 miljoen en zijn alle het stadium van de profase van de eerste meiosedeling binnengegaan en overgegaan in primaire oocyten. Alleen de oocyten die omgeven raken door granulosacellen, overleven; zij vormen de primordiale follikels. Bij geboorte 1/2 miljoen oocyten, 400.000 puberteit, 300/400 komen vrij bij ovulatie, nog enkele oocyten over bij menopauze. Per maandcyclus aantal follikels rijpen, 1 het snelst. Dit remt de andere af.*Eicellen in profase tot kort voor het moment van ovulatie. Pas bij ovulatie wordt de meiose voortgezet en afgerond. Gemiddeld tussen de 13 en 50 jaar.
In embryonale fase Net voor ovulatie Net na ovulatie Na bevruchting Kiemcellen → oögoniën → primaire oöcyten Primaire oöcyten → secundaire oöcyten Secundaire oöcyten Oötide → eicel Mitose en meiose I tot profase Meiose I + meiose II tot metafase
- Meiose II wordt
- -
voltooid Primordiale follikel Primoridale follikel → graafse follikel
Stadia; Primordiale follikels; circa 20µm groot, omgeven door 1 platte laag granulosacellen, meesten Unilaminaire primaire follikel; circa 100µm groot, omgeven door 1 platte laag granulosacellen Multilaminaire primaire follikel; enkele lagen granulosacellen, die worden gescheiden van de oocyt door de zona pellucida. Secundaire follikel; migreert naar oppervlak ovarium, de laag granulosacellen neemt verder in dikte toe, de theca (gevasculariseerd) komt tot ontwikkeling.Antrale follikel; theca twee lagen, interna en externa, vloeistof van granulosacellen in holte (antrum) Graafse follikel; 2-2,5 mm, antrum gevuld met folliculaire vloeistof, ligt dicht tegen de ovariumwand. De eicel ligt hierin op een klein heuveltje, de cumulus oophorus, omgeven door granulosacellen, de corona radiata. Ook wordt er één dominante follikel geselecteerd. Oestrogenen nemen toe wat FSH verlaging veroorzaakt. Verdere stijging oestrogenen geeft juist LH verhoging. Granulosacellen krijgen LH receptoren.Corpus Haemorhagicum; ovulatie vindt plaats, de eicel met corona omgeven cellen word uitgestoten Corpus luteum; overgebleven huls van granulosacellen, wanneer er geen zwangerschap optreedt gaat dit in regressie en blijft een litteken achter, het corpus albicans
Ovulatie De ovulatoire fase duurt 24 tot 36 uur. De Graafse follikel geeft de eicel, omgeven door granulosacellen, vrij naar de buikholte. De ovulatie wordt ingezet doordat er een stijging is van LH (en FSH). 10-12 uur na de LH piek vindt de ovulatie plaats. Deze hormoongolf houdt ongeveer 14 uur aan. In de loop van de volgende 20 uur dalen LH en FSH weer tot de waarden van de voorafgaande folliculaire fase.
Vruchtbare periode Fertile window: Periode van vijf dagen voor de bevruchting tot ongeveer de ovulatie. In deze periode is er een optimale kans om zwanger te worden. De beste dag is één dag voor de ovulatie. De overlevingstijd van normale spermatozoa in de eileider is 48 – 72 uur. Er zijn echter ook zaadcellen die tot zes dagen actief blijven. De eicel is waarschijnlijk 12 – 24 uur vruchtbaar. De eicel leeft wel 36 uur.
- / 4