EINDTERMEN
DE VRAAG NAAR DE MENS
IN RELATIE TOT WETENSCHAP
EN TECHNIEK
- / 4
2
Algemene eindtermen............................................................................................................................. 3 Eindtermen kwestie 1.............................................................................................................................. 6 Eindtermen kwestie 2............................................................................................................................ 14 Eindtermen kwestie 3............................................................................................................................ 23 Eindtermen kwestie 4............................................................................................................................ 29 Eindterm bij de afsluiting ...................................................................................................................... 37
© Filosofie van Rijn, 2025. Alle rechten voorbehouden. Dit document mag niet worden gekopieerd, gereproduceerd of verspreid zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Voor vragen, kritiek of complimentjes kunt u contact opnemen met [email protected].
- / 4
3
Algemene eindtermen
- De kandidaten kunnen de filosofische vraag naar de mens benaderen vanuit de
rol die wetenschap en techniek daarbij spelen. Daarbij kunnen zij betrekken:
• een uitleg van wat de filosofische vraag naar de mens inhoudt (inleiding); • een uitleg, vergelijking en evaluatie van verschillende filosofische antwoorden op de vraag naar de mens (kwestie 1); • een uitleg dat en op welke manieren techniek en wetenschap mensbeelden veranderen (kwestie 2); • een uitleg dat en op welke manieren het wezen van de mens verandert door de omgang met techniek (kwestie 3); • een uitleg en evaluatie van verschillende grensvervagingen omtrent de mens en filosofische implicaties daarvan (kwestie 4); • een uitleg en evaluatie van het blijvende belang van de filosofische vraag naar de mens (afsluiting).
Inleiding De vraag naar de mens is een filosofische vraag omdat de mens zo veelzijdig is.Bij elk antwoord blijft er een gevoel van onvrede. Meetbare lichamelijke kenmerken opsommen (vanuit de 3 e persoon) is onbevredigend vanuit de eigen beleving (1 e
persoon). Vrijwel alle denkers benadrukken de uniekheid van de mens. Filosofen zoals Aristoteles met zijn animal rationale, of Descartes met zijn res cogitans.Maar ook christelijke denkers zien in de mens als kroon op de schepping een uniek wezen dat in staat is tot morele oordelen. Vrijwel al deze posities kunnen echter worden geproblematiseerd. Ook de wetenschap heeft een grote invloed op ons mensbeeld. De evolutietheorie vervaagd de verschillen tussen mens en dier en hersenwetenschappers lijken de ziel overbodig te maken.
Kwestie 1 In kwestie 1 wordt de filosofische vraag naar de mens centraal gesteld. Er worden verschillende perspectieven hierop besproken.
- In de introductie komt het klassieke beeld aan bod van de mens als
- In hoofdstuk 1 wordt Sheets-Johnston besproken die het bewegende
- In hoofdstuk 2 wordt Plessner besproken die in de mens de unieke gave
- In hoofdstuk 3 wordt vanuit een feministisch (De Beauvoir) en anti-
dualistisch wezen, een lichaam en een geest, via denkers als Plato en Descartes. Een groot deel van de rest van het boek (zeker binnen kwestie 1) kan gezien worden als een kritiek op dit dualistische beeld.
lichaam centraal stelt, ook als het gaat om ons denkende bewustzijn.
herkent om van een afstand naar zichzelf te kijken (zelfreflectie). Op deze manier staat de mens dus in relatie tot zichzelf.
kolonistisch (Fanon) perspectief benadrukt dat de mens niet alleen in relatie tot zichzelf staat, maar ook juist gevormd wordt in haar relatie tot anderen.
Kwestie 2 In kwestie 2 wordt de filosofische vraag besproken in welke mate techniek en wetenschap de mensbeelden beïnvloeden.
- In hoofdstuk 4 bespreken aan de ene kant Lakoff & Johnson dat het
gebruik van metaforen fundamenteel is in ons denken. Tegelijkertijd, zo stellen Vroon & Draaisma, beïnvloeden deze metaforen ook hoe we naar 3 / 4
4
de wereld (en dus onszelf) kijken. Nieuwe (wetenschappelijke) inzichten, leveren nieuwe metaforen op. Deze nieuwe metaforen leveren vervolgens nieuwe mensbeelden op. Deze nieuwe mensbeeld zijn echter niet neutraal, zij beïnvloeden het denken over onszelf.
- In hoofdstuk 5 wordt een zeer invloedrijke metafoor voor de menselijke
- In hoofdstuk 6 zien we een verdere uitwerking van deze kritiek aan de hand
geest besproken, namelijk de computermetafoor. Denkers zoals Swaab vinden de computermetafoor zeer behulpzaam als mensbeeld. Denkers zoals Dreyfus zijn kritisch op dergelijke metaforen voor de mens.
van recente ontwikkelingen binnen de cognitieve wetenschap. Zogenoemde 4E-cognitivisten betogen dat het denken niet losstaat van het lichaam (contra Descartes) en dat de computermetafoor misplaatst is. Zij stellen dat cognitie belichaamd is, gesitueerd, uitgebreid en onderdeel van een handelend en waarnemend persoon.
Kwestie 3 In kwestie 3 zien we dat de wetenschap niet alleen invloed heeft in de manier waarop we naar onszelf als mens kijken, maar dat het ook raakt aan wat het betekent om mens te zijn.
- In hoofdstuk 7 wordt een fundamenteel kritisch perspectief besproken op de
- In hoofdstuk 8 wordt de invloed van technieken besproken op de manier
- In hoofdstuk 9 worden we door denkers als Verbeek bewust gemaakt dat
- In hoofdstuk 10 wordt een kleine blik geworpen in de toekomst van de
vraag of de mens verandert onder invloed van nieuwe technieken. Denkers als Clark stellen namelijk dat precies dit het meest wezenlijke is aan de mens, namelijk dat zij zichzelf nieuwe technieken eigen maakt. De komst van nieuwe technieken verandert dus niet het wezen van de mens.
waarop de mens de wereld zintuiglijk waarneemt. Kockelkoren stelt bijvoorbeeld dat nieuwe technieken de mens wel degelijk veranderen en dat we tijd nodig hebben om ons aan te passen aan nieuwe technieken.
de komst van nieuwe technieken ook nieuwe morele vragen met zich meebrengt en dat techniek daarmee niet moreel neutraal is.
mens. Volgens De Mul kan de menselijke identiteit wel degelijk veranderen door toekomstige technologische ontwikkelingen. Hij schetst drie scenario’s van mogelijke ontwikkelingen.
Kwestie 4 In kwestie 4 worden enkele grensvervagingen besproken die nieuwe technologische en filosofische ontwikkelingen met zich meebrengen over de manier waarop we naar onszelf en de wereld kijken.
- In hoofdstuk 11 wordt de grensvervaging besproken tussen mens en dier.
- In hoofdstuk 12 ontwikkelt Latour een theorie waarin niet de mens, maar
- In hoofdstuk 13 tot slot wordt de grensvervaging tussen het fysieke en niet-
- / 4
Morton levert kritiek op het idee dat de mens los kan worden gezien van andere wezens. Desprets stelt vast dat wij vanuit een menselijke (bevooroordeelde) blik naar andere dieren kijken.
het handelen centraal staat. Hierin hebben ook niet-levende wezens een eigen rol, waardoor de grens tussen levend en niet-levend vervaagt. Hayes benadrukt de morele verantwoordelijkheid die wij als mensen dragen.
fysieke besproken. Barad stelt dat niet materie de meest fundamentele