• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

DEEL 1, ALGEMEEN - Wat is belangrijker, vrijheid of gelijkheid? Er...

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

DEEL 1, ALGEMEEN

THEORETISCH EN

HISTORISCH

Hoofdstuk 1: Een omstreden begrip

Wat is belangrijker, vrijheid of gelijkheid?Er is in West-Europa een opkomst van een nieuwe klasse, de bourgeoisie, het 18 e -eeuwse verlichtingsdenken en een nieuwe liberale ideologie. Deze liberale burgers legden de grondslag voor een stelsel van vrijheden en gekozen vertegenwoordigers om de overheid te controleren.Bourgeoisie is een laag van de maatschappij. Het is een sociale klasse van mensen in de midden- en bovenklasse die hun macht of status ontlenen aan hun vermogen, opleiding en werk.In de 20 e eeuw werd het ‘algemeen kiesrecht’ ingevoerd. Toen kon zo’n parlementair stelsel ook democratisch worden genoemd.Democratie = De heerschappij van het volk. (Niet het gehele volk maar de mensen met burgerrechten, >burgers) De moderne westerse democratie is ontstaan als inperking van de macht van de (absolute) vorst en de overheid. Met het algemeen kiesrecht is de (indirecte) controle van de bevolking over de regering toegenomen, maar het volk oefent niet de heerschappij uit. Bij besluitvorming is de invloed van de bevolking gering, ze geven globale aanwijzingen bij de verkiezingen.

Een gecompliceerde definitie omdat:

> Nooit bereikte of te bereiken ideale situatie én de werkelijkheid > Verschillende betekenissen in verschillende periodes en regio’s.

De ideale democratie definitie: (David Beetham, 1993)

Een wijze van besluitvorming over collectieve, bindende regels en beleid waarover de bevolking controle uitoefent. De meest democratische regeling is die waarbij alle leden van de collectiviteit effectieve gelijke rechten hebben om direct deel te nemen aan zulke besluitvorming.

Algemene democratie definitie:

Een (politiek) stelsel dat het mogelijk maakt op basis van meerderheidsbesluiten op vreedzame en ordelijke wijze conflicten op te lossen en afspraken te maken over de inrichting van de samenleving waarbij belangrijke vrijheden en rechten van de burgers gewaarborgd zijn.In deze definitie zitten 2 verbonden onmisbare elementen, die niet zonder elkaar kunnen: 1.Een besluitvormingsprocedure waarbij alle burgers direct of indirect invloed kunnen uitoefenen.

2.Grondrechten die voor alle burgers gelden en grenzen stellen aan willekeurige 1 / 4

overheidsoptreden Bij het ontbreken van één van beide, is het geen democratie meer.Kenmerken van de representatieve democratie Representatieve democratie is een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren. Bij de kenmerken van de representatieve democratie gaat het om 4 principes en een aantal instituties en procedures.

1 Principes:

-Gelijk beschouwd -Sociale gelijkheid -Volkssoevereiniteit (Soevereiniteit is die of dat de meeste macht heeft) Bij deze 3 geeft vrijheid hierbij inhoud.-Principe van de rechtsstaat Alle burgers zijn gelijk aan de wet, ook de overheid moet zich aan de wetten houden.Grondrechten zijn gewaarborgd en er is een machtenscheiding, Trias Politica.Hoever strekt die vrijheid?

  • Instituties en procedures
  • De 4 principes zijn concreet gemaakt in instituties en procedures.

- Algemeen kiesrecht: actief en passief kiesrecht

  • Vrije, geheime en regelmatige verkiezingen
  • > Vrij oriënteren (geen druk) > Geheim indien zelf vrijwillig meedelen > Regelmatig, regeringen en parlementsleden worden op korte termijn beoordeeld door kiezers.

  • Vrije verkiezingen kunnen niet zonder: vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst.
  • Mensen moeten zich ook op basis van hun opvattingen of belangen kunnen organiseren: Het recht van
  • vereniging en vergadering

  • Meerderheidsbeginsel
  • Machtenscheiding, Trias Politica
  • Grondwet
  • Grote verscheidenheid
  • Er heerst onder democratieën grote verscheidenheid.

  • Directe en indirecte systemen; vertegenwoordigende of representatieve democratie
  • > Voorbeeld directe = Een referendum

- Verscheidenheid representatieve systemen:

  • Meerderheidsstelsel waarbij 1 partij regeert
  • Districtenstelsel
  • Consensus democratie, regeringen zijn coalities van partijen die het eens moeten worden. >(NL)
  • Verscheidenheid presidentiële systemen (president gekozen door directe verkiezing door het volk):
  • Semi presidentieel stelsel
  • In Parlementaire stelsel (bijv. NL, DUI en Denemarken) hebben de president/Koning vooral een
  • symbolische, representatieve functie. 2 / 4

  • Term ‘burger’ is verwarrend. Burger kan staatsburger én bourgeois zijn. In Engels en Frans hebben ze
  • bourgeois én citizen.

  • Andere wezenlijke elementen
  • Al deze regelingen kunnen niet goed functioneren zonder een democratische mentaliteit en politieke cultuur.

  • Verschillen tussen mensen, zoals achtergronden, opvattingen en belangen moeten worden erkend en
  • niet onderdrukt.

  • Geen denkbeeldige volkseenheid. Erkenning van de verschillen leidt tot accepteren van conflicten
  • Tolerantie
  •  Democratie is een stelsel met een geïnstitutionaliseerde, maar tevens beperkte onzekerheid.Machtshebbers weten niet of zij na de volgende verkiezingen hun positie zullen behouden. Mensbeeld: ‘Het vermogen van mensen tot rechtvaardigheid maakt democratie mogelijk, maar de geneigdheid van mensen tot onrechtvaardigheid maakt democratie noodzakelijk.’ Dilemma’s Een kenmerk van democratie is het bestaan van dilemma’s waarbij keuze op één of andere kant altijd onwenselijke gevolgen heeft vanuit één of meer principes van de democratie.Verdere uitbreiding van deze dilemma’s komen aan de orde in deel 3 van het boek.

  • Dilemma democratie en leiding
  • Beschikken gewone burgers wel over voldoende kennis, ervaring en inzicht om politieke oordelen te geven en te besturen?Iedereen gelijk en besluiten nemen door de meerderheid van de burgers vs. Een speciale rol voor de ‘besten’ bij de besluitvorming.Hoe onafhankelijk is deze ‘beste’? en kan/mag de bevolking ook rechtstreekse besluiten nemen?

  • Dilemma vrijheid en gelijkheid
  • Brengt grote vrijheid de gelijkheid in gevaar? Brengt grote gelijkheid de vrijheid in gevaar?

  • Dilemma eenheid en verscheidenheid
  • Bij te veel centraal opgelegde eenheid komt de vrijheid van lokale groepen en minderheden in gevaar, terwijl een te grote verscheidenheid aan regels kan leiden tot rechtsongelijkheid.

  • Dilemma meerderheid en rechtsstaat
  • Tot hoever kunnen meerderheden veranderingen aanbrengen in de grondrechten en de instituties van de rechtsstaat?Bij te veel > Aantasting onafhankelijkheid en rechten van minderheden.Bij helemaal niet > Dreigt verstijving en stelt de volkssoevereiniteit niet veel meer voor.

  • Dilemma van antidemocratische organisaties en publieke uitingen
  • Het verbieden van antidemocratische organisaties zijn strijdig met het democratische vrijheidsbeginsel. 3 / 4

Twee visies:

Liberaal-individualistisch -Vrijheid -Rechtsstaat

-Negatieve vrijheid: gegarandeerde

grondrechten waar de staat niet tussen mag komen.-Formele gelijkheid -Arbeidsdeling Politici/bestuurders - burgers -Strikte machtenscheiding -Weinig staatsingrijpen -Beperkte participatie buiten verkiezingen -Democratie bedreigd door domme meerderheden Formele kant > Procedures, wettelijke gelijkheid en afgeschermde vrijheid -BLZ 27/28 Boek Sociaal-collectivistisch -Gelijkheid -Volkssoevereiniteit

-Negatieve vrijheid: gegarandeerde

grondrechten waar de staat niet tussen mag komen.-Formele en sociale gelijkheid -Kleine afstand Politici/bestuurders – burgers -Niet zo’n strikte machtenscheiding -Veel staatsingrijpen -Grote participatie, ook buiten verkiezingen -Democratie bedreigd door (economische) machtige minderheden Materiële aspecten > Maatschappelijke gelijke kansen en actief participeren Principiële tegenstanders Argumenten tegen parlementair-democratisch 1.Anarchisme 2.Communisme 3.Fascisme 4.Theocratie

  • Anarchisme
  • Sleutelwoord = Autonomie van de individuele mensen en de gemeenschappen.Kritiek op het kapitalisme; In de kapitalistische economie zijn mensen tot uitbuiters en loonslaven verworven en deze onderdrukking wordt bevestigd door de staat.

  • Communisme
  • Klasseloze samenleving met gemeenschappelijk eigendom. Handelen voor en namens arbeiders.

  • Geen extra andere partijen nodig. De belangen van iedereen worden behartigd door de communistische
  • partij.

  • Niet veel ruimte voor het individu. Het individuele belang viel immers samen met de hogere belangen
  • van het communisme, die werden behartigt door de partij en de staat.

  • Fascisme en nationaalsocialisme
  • Er is van nature een massa en een leider.-Geen individuele vrijheid -Geen onderhandeling, polderen -Wel strijd, geweld en heldendom.

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

DEEL 1, ALGEMEEN THEORETISCH EN HISTORISCH Hoofdstuk 1: Een omstreden begrip Wat is belangrijker, vrijheid of gelijkheid? Er is in West-Europa een opkomst van een nieuwe klasse, de bourgeoisie, het...

Unlock Now
$ 1.00