Diagnostiek Literatuur en Hoorcolleges KFP
KFP / 500806-M-6 / 2024
Verplichte literatuur:
Federatie Medisch Specialisten: Persoonlijkheidsstoornissen
Forensisch Psychologisch onderzoek en rapportage in strafrecht volwassenen en jeugdigen. NIFP-richtlijnen.GGZ standaarden. (z.d.).
https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/diagnostiek/introductie.
De diagnostiek sectie Schmitter, M., Vermunt, J., Blaauw, E., & Bogaerts, S. (2021). Risk classes of patients diagnosed with substance use disorders in Dutch forensic psychiatric centers. The Journal of Forensic Practice.Van Dam, A., & Rijckmans, M. J. N. (2019). Antisociaal gedrag bij psychische stoornissen; diagnostiek, betekenis en risico. In Bohn Stafleu van Loghum
eBooks (pp. 13–34). https://doi.org/10.1007/978-90-368-2295-4_2
H2 1 / 4
2
Inhoud Verplichte literatuur: ................................................................................................. 1 Literatuur ................................................................................................................. 3 Week 3 .................................................................................................................... 3 Persoonlijkheidsstoornissen (PS) ........................................................................... 3 Van Dam .............................................................................................................. 9 Week 4 .................................................................................................................. 14 Risk classes of patients diagnosed with substance use disorders – Schmitter ......... 14 GGZ standaarden cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepine .......................................................................................................................... 16 Week 5 – Forensisch psychologisch onderzoek ......................................................... 17 De onderzoeksopzet............................................................................................ 17 Relevante informatie uit gerechtelijke stukken ...................................................... 17 Medewerking aan het onderzoek .......................................................................... 18 Biografische anamnese ....................................................................................... 18 Lecture 5 – persoonlijkheidsproblematiek ................................................................ 22 Lecture 6 – Forensische diagnostiek en verslaving .................................................... 24 DSM-5 ................................................................................................................ 24 Modellen middelen en criminaliteit ...................................................................... 27 Diagnostiek ........................................................................................................ 28 Screeners ........................................................................................................ 28 MATE .............................................................................................................. 29 Problemen ...................................................................................................... 31 Lecture 7 – Forensische diagnostiek ........................................................................ 31
- / 4
3
Literatuur Week 3 Persoonlijkheidsstoornissen (PS) Stappenmodel voor classificatie en diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen Stap 1 • Patiënten met een mogelijke persoonlijkheidsstoornis – de precieze hulpvraag exploreren • Na gaan of er voldoende aanwijzingen zijn dat deze hulpvraag terug te voeren is op de aanwezigheid van een psychische stoornis, en vermoedelijk van een persoonlijkheidsstoornis.
Stap 2 • Identificeren van een persoonlijkheidsstoornis en het onderscheid van persoonlijkheidsstoornissen met andere psychische stoornissen (differentiaal diagnostiek).• Middels een; klachtenanamnese, een biografische anamnese en onderzoek van de sociale context, inclusief heteroanamnese en ontwikkelinsgsanamnese.
Stap 3
INDIEN VERDIEPENDE DIAGNOSTIEK NODIG IS:
• De aard en ernst van persoonlijkheidspathologie nader onderzoeken
Stap 4 • Bij complexe beelden aanvullend specialistisch psychodiagnostisch en/of psychiatrisch onderzoek uit te (laten) voeren.
Diagnostiek en classificatie van persoonlijkheidsstoornissen in bijzondere groepen Jeugdigen • Naast een zorgvuldige beschrijvende diagnose is het van belang dat er helderheid over de gekozen DSM-5 classificatie geschetst wordt.• Aandacht hebben voor specifieke kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis, ook als deze nog niet voldoet aan de criteria van een daadwerkelijke PS.• Ouders en andere belangrijke naasten betrekken.• Verhullend taalgebruik vermijden.• Rekening te houden met fluctuaties in het actuele toestandsbeeld en een remissie ((tijdelijk) uitblijven of verminderen van ziekteverschijnselen) vastleggen.
Ouderen • Gefaseerde diagnostiek.(Fase 1: screenend/classificerend, Fase 2: voortgezet/dimensionaal, Fase 3: specifiek/therapiegericht) 3 / 4
4
• Ernstig cognitieve stoornis → nadrukkelijk aandacht op de informantinformatie.
Forensische setting • Gebruik zo veel mogelijk informatiebronnen.
Overwegingen Professioneel perspectief Screening • Meeste mensen komen via de eerste lijn de zorg binnen (huisarts/maatschappelijk werker/POH).• Het is van belang dat deze zorg beschikt over de kennis om een persoonlijkheidsstoornis te herkennen.• Zelfrapportagelijsten → Voor de volwassen populatie zijn deze lijsten echter niet onderzocht in de huisartspraktijk. Het is dus niet zeker of de toepassing van deze lijsten meerwaarde heeft in de eerste lijn.• 80% van de mensen bij wie de screening positief is voor een persoonlijkheidsstoornis, voldoet aan de criteria voor een PS. → Voorspellend voor het classificeren van persoonlijkheidsstoornissen in het algemeen.
Multiconceptioneel kader / perspectief • Er is niet één gouden standaard of één model waarmee op voldoende wijze alle relevante aspecten van persoonlijkheidspathologie kunnen worden begrepen.• Ideografische versus nomothetische benaderingswijze – het juiste evenwicht vinden tussen de klinische normering en statistische normering met betrekking tot de uitkomsten van het onderzoek.• Hoewel modellen onderling gerelateerd zijn en deels overlappen, bieden ze elk een eigen verklaring van persoonlijkheidspathologie.
Bij persoonlijkheidsdiagnostiek zijn de volgende domeinen en modellen meest voorkomend en gebruikelijk.
Het domein van:
• Het beschrijvende domein van persoonlijkheidsstoornissen (gekoppeld aan de DSM-5 of de ICD-11).• Persoonlijkheid functioneren (gekoppeld aan het alternatief DSM-5 model
(AMPS)).
• Persoonlijkheidsdynamiek (gekoppeld aan het structurele en psychodynamische model).• Gehechtheid en mentaliseren (gekoppeld aan het hechtingsmodel).• Persoonlijkheidstrekken (gekoppeld aan het Vijf-factoren model).• Schema’s en modi (verbonden met het cognitieve model).
Het diagnostisch proces Voorafgaand aan het diagnostisch proces vindt vaak een triage plaats, waarbij een eerste algemene inschatting wordt gemaakt over de meest geschikte instelling of hulpverlener voor de diagnostiek. De verwijzing kan dan gebaseerd zijn op een
- / 4